zingen Hemelhoog 226:1,3 ‘God is getrouw’
stil gebed
votum en groet
aanvangstekst ‘Moge God de Vader vanuit zijn rijke luister u innerlijke kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof, Christus kan gaan wonen in uw hart (…)
ja, de liefde van Christus te kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u geheel vervuld zult raken van de volheid van God.’ (Efeziërs 3:16,17 en 19)
zingen Lied 687:1,3 ‘Wij leven van de wind’
gebed om de verlichting met de Heilige Geest
schriftlezingen Handelingen 9:10-22 en Efeziërs 5:15-21
zingen Psalm 25;2,6 ‘Here, maak mij uwe wegen’
tekstlezing ‘…word vervuld met de Geest.’ (Efeziërs 5:18b, HSV)
verkondiging
Gemeente van Jezus Christus,
Afgelopen maandag begonnen we de kerkenraadsvergadering met een preekbespreking. Deze betrof de preek uit de doopdienst. Deze ging over gedoopt worden met de Heilige Geest en met vuur. Dat Jezus dat in ons leven wil doen: ons dopen met, oftewel ons helemaal onderdompelen in de Geest.
Een andere uitdrukking daarvoor is de vervulling met de Heilige Geest. Daar vol van zijn. Tot in de poriën van je bestaan zeg maar.
Ik vroeg de kerkenraadsleden o.a. welke gevoelens de preek bij hen had opgeroepen. Eén reactie bleef bij me haken. Diegene zei heel eerlijk: ‘Mooi dat gedoopt worden met de Heilige Geest. Dat Hij je vervult. Maar zelf word ik daar onzeker van. Wat merk ik ervan? Eerlijk gezegd weinig. Toen ik bevestigd werd, kreeg ik de handen opgelegd, toch een symbool van de gave van de Geest. Maar om nou te zeggen dat ik dat voel…’
Misschien is dit wel herkenbaar voor u, voor jou. Moet je bij die vervulling met de Heilige Geest altijd iets voelen? Allerlei bijzondere uitingen van de Geest ervaren? Of zegt dat vooral iets over ons, en dan met name over de tijd waarin we leven, met z’n nadruk op het gevoel, op de emoties. We leven in een emo-cultuur, zoals dat heet. En die zal ongetwijfeld ook ons zicht kleuren op zoiets als de vervulling met de Geest.
Maar in plaats van ons te laten leiden door onze cultuur, door ons eigen gevoel, lijkt het me veel beter om hiermee naar de Bijbel gaan. Dat is toch dé bron waaruit we moeten putten, ook als het hierover gaat. We lazen vanavond uit Handelingen 9, hoe Paulus – hij heette toen nog Saulus - de handen werd opgelegd door Ananias. Die handoplegging had een dubbele functie zeg maar. Allereerst duidde ze op genezing. Saulus was namelijk blind geworden na z’n ontmoeting met Jezus Christus, toen hij letterlijk en figuurlijk door Hem was stilgezet.
Diezelfde Jezus had Ananias in een visioen opgedragen naar Saulus te gaan en hem de handen op te leggen. Het wonder gebeurde: Saulus kon weer zien!
De andere functie van die handoplegging was de vervulling met de Heilige Geest. Ook dat gebeurde met Saulus. Maar heel opvallend: we lezen vervolgens in Handelingen 9 helemaal niets over bijzondere ervaringen. Geen tongentaal bijvoorbeeld. Of dat de grond begint te schudden. Of dat Saulus en Ananias in vervoering raken. Of weet ik wat. Nee, er staat alleen dat Saulus opstaat en zich laat dopen.
En vervolgens gaat hij daar in Damascus naar de verschillende synagogen, om aan z’n Joodse volksgenoten te verkondigen dat Jezus Christus de Zoon van God is. Eigenlijk precies hetzelfde als in Handelingen 2 gebeurde op het Pinksterfeest. Als daar de discipelen vervuld worden met de Geest, dan gaan ze getuigen van Jezus. Want waar het hart vol van is, daar stroomt de mond van over. Ze getuigen vrijmoedig van Jezus. Net als Paulus hier.
Dat is blijkbaar de bedoeling van de Heilige Geest, gemeente. Die richt graag alle aandacht op Jezus. Het is immers de Geest van Christus, Die Hij naar ons gezonden heeft om ons bij te staan, om ons met Hem te verbinden, om van Hem te getuigen. De vervulling met de Geest is dus eigenlijk niets anders dan Christus die in je woont. En dan niet één kamer van je levenshuis zeg maar, maar alle kamers. Vandaar ‘vervulling’, helemaal vol van de Geest, vol van de Geest van Christus, van Christus zelf.
Dat is de kern, de essentie, van de vervulling met de Geest. Niet wat je daar allemaal van merkt en voelt, maar dat Hij in je is. Dat Hij alle ruimte in je leven krijgt, alle kamers van je levenshuis mag betrekken en het daar voor het zeggen krijgt, dat je je daarop richt. Het heeft dus vooral te maken met je wil en met je verstand. O ja, je kunt het zeker ook voelen, en dat is heerlijk, maar dat is niet de kern.
Eigenlijk best wel nuchter, vind je ook niet?
Nou, diezelfde nuchterheid vind je ook in onze tekst in Efeze 5. Letterlijk zelfs, want die tekst begint met ‘Bedrink u niet.’ Hoe nuchter wil je het hebben!
Tussen twee haakjes: dit is geen pleidooi om geheelonthouder te worden. Hoewel daar niets mis mee is. Maar de Bijbel is niet persé tegen drank. Het eerste wonder van Jezus is juist water in wijn veranderen, op die bruiloft in Kana. Kruiken vol wijn van de beste kwaliteit. Grand crue! En in dat prachtige visioen in Jesaja over het feestmaal op de berg Sion, - een beeldrijk visioen van Gods koninkrijk - daar lees ik over ‘uitgelezen gerechten en belegen wijnen, pure, rijpe wijnen.’ Kwaliteitswijn dus! Vol van vrede en fonkelend van vreugde. En Paulus schrijft aan Timoteüs om voor z’n maagklachten niet langer uitsluitend water te drinken, maar ook een weinig wijn.
Let op: een ‘weinig’. De Bijbel is echt niet tegen wijn, maar weet tegelijk ook van de gevaren van de mateloosheid hierin. En daar gaat het hier in Efeze 5 over: om je niet te bedrinken, om niet dronken te worden. Om maat te houden. Denk nog maar aan de deugd van de matigheid, van de zelfbeheersing, die bij het leven als christen hoort.
Nou, matigheid is er niet als je je bedrinkt, als je jezelf volgiet.
Kijk, Efeze was een havenstad. Kroegen genoeg dus, om je daar te bedrinken. Bovendien waren er de feesten ter ere van Dionysus, de god van de wijn. Dan lieten mensen zich helemaal vollopen met wijn, om zo in extase te raken. Dan zou je in contact komen met de goden. Nee, zegt Paulus, zo niet. Bedrink je niet. Jullie geheel anders, nu je Christus hebt leren kennen. Dan ben je onder zijn invloed. En niet onder invloed van de drank.
De ‘drankduivel’ noemde men die vroeger niet voor niets. Ja, drank kan echt een kwade macht worden, die zoveel stuk maakt. Omdat er geen rem meer op zit. Hoeveel ongelukken, ook dodelijke, gebeuren er niet omdat iemand met een te hoog alcoholpromillage achter het stuur kroop? Hoeveel zinloos geweld vindt er plaats, omdat mensen te veel gedronken hebben en helemaal losgaan?
De ‘drankduivel’… Ik denk nog aan dat concert van Jason, een begenadigde liedjessmid. Tussen één van z’n liedjes door pakte hij z’n mok met thee en proostte met het publiek, waarvan het merendeel met bier of andere drank in z’n handen stond. ‘Boring hè?’, zei hij erbij, ‘saai’ dus, en hij wees op z’n mok thee. Maar hij lachte erbij. Het was een bevrijdende lach, want hij stond al een jaar droog, zoals dat heet. En dat wilde hij zo houden. Want het had hem al veel te veel gekost. Door z’n alcoholverslaving was z’n huwelijk kapotgegaan. Hij had z’n huis opgezopen, zoals hij dat in een interview noemde. Z’n creativiteit was gestokt. Maar nu had hij een nieuwe kans gekregen. En die wilde hij niet meer vergooien.
‘Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen.’
Ja, bij dat laatste gaat het ook over invloed, maar dan de invloed van de Geest. En die is totaal anders. Verlies je bij te veel drank juist de controle over jezelf, met alle schadelijke gevolgen van dien, - voor jezelf, je omgeving, je relatie met God - door de Geest houd je juist wel controle. Dan ben je namelijk onder zijn invloed. En dat betekent juist nuchterheid: helder in je hoofd, gefocust en geconcentreerd op wat God wil. Leven als een kind van het licht, gericht op Jezus, Hem navolgen. Dat is de essentie van vervuld zijn met de Heilige Geest, de Geest van Christus.
‘Word vervuld met de Heilige Geest.’ Let op: het is een gebod. Geen advies of aardig idee of zo. Nee, het staat in de gebiedende wijs. Zo belangrijk is het dus. Zo cruciaal.
Waarom? Als je gelooft in God en in zijn Zoon, dan heb je de Heilige Geest toch al? Als je Jezus belijdt als Heer, dan heb je de Geest toch?
Zeker, maar dat is toch niet hetzelfde als vervuld worden met de Heilige Geest. Dat gaat verder. Dat is voller. En daar roept onze tekst – en dat is niets anders dan Gods Woord, Gods eigen stem – ons toe op. En dan is het van tweeën één: of we gehoorzamen dat gebod, of niet…
Dat gebod heeft trouwens wel een bijzondere vorm. Er staat niet: ‘Vul jezelf met de Geest.’ Nee: ‘Wórd vervuld met de Geest, láát de Geest u vervullen.’ Het is een passieve vorm, zoals dat heet. Een ‘passivum divinum’, zoals dat in het Latijn genoemd wordt, oftewel een goddelijk passivum. Waarmee aangegeven wordt dat die vervulling met de Heilige Geest niet door ons gedaan wordt, maar door God.
Kijk maar naar het gebeuren met Pinksteren in Handelingen 2, waar staat: ‘Zij allen werden met de Heilige Geest vervuld.’ God deed dat. Hij stortte zijn Geest uit, Hij vervulde z’n discipelen daarmee. Het was, het is, zíjn gave.
Maar tegelijk is die vervulling dus ook een opgave: ‘Laat de Geest u vervullen, wórd vervuld met de Geest.’
We kunnen dat zelf niet, maar we kunnen ons er wel voor openstellen, er om bidden. Vanuit het besef van onze eigen leegheid en het verlangen naar die volheid van de Geest.
Ik kwam ergens een mooi voorbeeld tegen: dat van een handschoen. Hier heb ik er één. 
Hij is leeg, dun, doods, zou ik bijna zeggen. Zo zijn wij vanuit onszelf: leeg, levenloos, in onszelf gekeerd.
Maar als de Geest ons vervult, gebeurt dit (hand insteken). Dan komt er beweging in, leven, dan worden we zijn hand zeg maar. Doordat de Geest ons vult. Met zijn liefde, met zijn vreugde, met zijn vrede, met de Here Jezus Christus zelf en alles wie Hij is en wat Hij geeft. Dan kan Hij ons ook gebruiken in zijn dienst.
Verlang je daar naar? Wil je dat? Vraag er om. Bid er om!
Tegelijk is het ook meer dan persoonlijk. Onze tekst kent een meervoudsvorm. Eigenlijk staat er: ‘Laat de Geest jullie vervullen.’ Het is immers geschreven aan de gemeente. Het gaat er ook om dat de Heilige Geest ons als gemeente vervult. Dat Christus in ons midden woont, het voor het zeggen heeft, dat we op Hem gefocust zijn, bij alles wat hier gebeurt.
Nog iets: over wat er eigenlijk staat gesproken. Er wordt een werkwoordsvorm gebruikt, die zegt dat het telkens weer moet gebeuren. Dus eigenlijk staat er: ‘Word voortdurend vervuld met de Geest.’ Dus: laat Die je telkens weer vervullen.’
De vervulling met de Geest is niet iets eenmaligs, maar een herhalingsoefening.
Waarom? Omdat we lek zijn, gemeente. Omdat die Adem, de lucht van de Geest zeg maar, weg kan lopen uit ons leven. Omdat er een Tegenstander is, die gaatjes weet te prikken. Door een bepaalde opmerking die blijft hangen, waar we zo boos om worden, die allerlei slechts in ons naar boven brengt. Of door die ‘oude mens’ van ons die weer op begint te spelen. Die zich uit in lauwheid, verslavingsgevoeligheid, egocentrisme, bitterheid, eigenwijsheid, enz. enz. We lekken. Daardoor loopt die volheid van de Geest weg uit ons leven. Daarom dus hebben we de vervulling met de Geest voortdurend nodig. ‘Word telkens weer vervuld met de Geest.’
Tijdens die preekbespreking kwam ook de vraag aan de orde: gedoopt worden met de Heilige Geest, met Hem vervuld worden: hoe gaat dat dan?
Kijk, als de vervulling met de Heilige Geest allereerst een gave is, dan mag je God er ook om vragen. Want de Here God vervult zijn beloften, als we onze hand er in vertrouwen op leggen. Bij onze doop kregen we de belofte van de werking van Gods Geest in ons leven mee. Op die belofte mag je vrijmoedig pleiten.
Bij onze belijdenis, huwelijksinzegening en bevestiging in het ambt kregen we ook de handen opgelegd: ook een vaste belofte van de gave van de Geest. Als God ons die belooft te geven, dan mogen we daar om vragen, om bidden, niet één keer dus, maar telkens weer.
In Efeze 5 vind je nog een aantal kanalen, waardoor de Geest kan stromen, waardoor Hij ons kan vervullen. Kanalen die we zelf kunnen graven zeg maar. Het eerste volgt direct na onze tekst. Het wordt zelfs in één adem genoemd met ‘laat de Geest u vervullen’, namelijk dit: ‘en zingt met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer.’ Een kanaal voor de Geest, want door te zingen uit je niet alleen je geloof, maar in je het ook. Willem Barnard noemde zingen niet voor niets ‘gunstmatige ademhaling’, je zingt je de gunst van God te binnen, dus ook de gunst, de genadige gave van de Heilige Geest.
Maar dat zingen is niet alleen voor jezelf bedoeld. Paulus schrijft: ‘Zing met elkaar’… Of ‘tót elkaar’, want zo mag je het ook vertalen. Zingen doe je dus niet alleen tot God, maar ook tot elkaar, en voor elkaar.
Hoe mooi is dat! Zingen tót elkaar. Om elkaar zo aan te spreken en aan te moedigen, elkaar te bemoedigen: ‘Hoor je het in dit lied: God is goed, dat weet je toch?’ Of: ‘Hoe diep je ook zit, de Heer is erbij.’ En dan kan het zomaar gebeuren, dat je erdoor geraakt wordt, dat het in je resoneert, en dat het dan ook in jou gaat zingen. Heerlijk! Zo vervult de Geest ons ook.
Een ander kanaal voor de stroom van de Geest noemt ons tekstgedeelte. Dat is dankbaarheid: ‘Dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus.’ Door te danken open je je voor Gods werkelijkheid, voor zijn zegeningen, voor het goede dat Hij geeft. Dat is als vitamine voor ons geloof. Vitamine D, met de D van dankbaarheid. Het helpt tegen geestelijke lekkage.
Het derde kanaal dat Paulus noemt is nederigheid. Ik citeer nu uit de Herziene Statenvertaling: ‘Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods.’ ‘Uit eerbied voor Christus’, heeft de NBV. Ja, juist door de minste te kunnen zijn, door nederig te zijn, door je niet boven een ander verheven te voelen, ben je helemaal in de Geest van Christus. Hij die immers als geen ander zich vernederde.
Prachtig is dit ook terug te zien in die ontmoeting tussen Ananias en Saulus. Als Ananias bij Saulus komt, dus degene die de christenen vervolgde, die hen haatte, maar die nu door Jezus is stilgezet, die van een vervolger een volgeling van Hem geworden is, dan groet Ananias hem met de woorden: ‘Saul, broeder.’ Ik vind dat zo ontroerend. Ananias noemt hem broeder. Waarmee hij eigenlijk in één woord al z’n vergeving, genade en aanvaarding legt. Reken maar dat de Geest dan aan het werk is en aan het werk kan.
Willen wij ook als gemeente vervuld worden met de Heilige Geest? Dan zullen we ons juist ook moeten oefenen in die nederigheid, in die wederzijdse aanvaarding, in het zoeken van de eenheid in Christus. Als we dat niet doen, dan worden we ook niet vol van de Geest. Dan leggen we een dam in de stroom van de Geest.
Tot slot. In het boekje van de groeigroep kwam ik een mooi verhaal van Corrie ten Boom tegen. Over een vrouw, die een samenkomst bij haar thuis plande. Haar broer geloofde niet dat daar veel mensen op af zouden komen. Maar de volgende dag vertelde ze dankbaar dat de hele kamer vol zat. De volgende keer vertelde ze dat er nog meer mensen waren en de derde keer dat het nóg voller was. ‘Onmogelijk’, zei haar broer, ‘als een kamer vol is, kan hij niet nog voller zijn.’
‘Jawel hoor’, antwoordde zijn zus met een glimlach, ‘elke week haal ik meer meubels weg!’
Het lijkt me een mooie gelijkenis voor ons allen: welk meubilair moet er bij wijze van spreken uit ons leven weg? Wat moet er uit ons leven verdwijnen aan zonden, aan wat de Heilige Geest bedroeft, aan wat de Geest belemmert om ons meer te vullen? En dan:
Heilige Geest van God
Vul opnieuw mijn hart
Vul mij opnieuw
Vul mij opnieuw
Heilige Geest
Vul opnieuw mijn hart
Amen
zingen Hemelhoog 229 ‘Heilige Geest van God, vul opnieuw mijn hart’
geloofsbelijdenis
zingen Psalm 68:7 ‘God zij geprezen met ontzag’
dankgebed en voorbeden
collectemoment
zingen Lied 834 ‘Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht!’
zegen