welkom en mededelingen
lied Lied 273:1,5 ‘Loof God, die zegent al wat leeft’
stil gebed
votum en groet
aanvangstekst ‘Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal Ik hun God zijn en zij mijn volk.’ (Jeremia 31:33b)
zingen Psalm 45:1 ‘Met luide stem breng ik de koning hulde’
gebed om de verlichting met de Heilige Geest
kindermoment
Het ziet er vandaag wel iets anders uit in de kerk, vind je ook niet?
Neem die tafel. Wat is daarmee aan de hand?
Hij is gedekt. Met een wit kleed. We vieren vandaag avondmaal.
Ik wil het met jullie graag hebben over deze beker. Hij is van zilver. Kijk, er staat een mooi plaatje op: het oude zegel van de kerk in Gouda: twee handen, met bloemen erboven.
Straks schenk ik wijn in die beker.
Die is rood, net als het bloed van Jezus. Hij gaf zijn leven voor ons aan het kruis.
En daar denken mensen aan als ze avondmaal vieren en de wijn drinken, niet uit deze beker, maar uit kleine bekertjes. Maar het is eigenlijk hetzelfde.
Die beker heet de 'beker van de dankzegging', want reken maar dat we dankbaar zijn voor wat Jezus voor ons heeft gedaan. Straks mogen jullie er ook iets van zien, en vraag dan maar na de dienst wat je papa en mama bij dat avondmaal geproefd hebben, waaraan ze moesten denken en wat ze voelden. Ja, vraag dat maar. Mijn zegen heb je!
schriftlezing 2 Korintiërs 3:1-6
zingen Psalm 143:8,9 ‘Laat ’s morgens uw genade dagen’
tekstlezing ‘U bent zelf een brief van Christus, door ons opgesteld, niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God, niet in stenen platen gegrift maar in mensenharten.’ (2 Korintiërs 3:3)
verkondiging Thema: Een open brief
Gemeente van Jezus Christus,
Brieven. Je hebt ze in alle soorten: sollicitatiebrieven, liefdesbrieven en aanbevelingsbrieven. Over die laatste is er veel te doen in Korinthe. Er zijn daar in de gemeente namelijk mensen die vragen hebben bij het apostelschap van Paulus. Men vindt hem te lichtzinnig. Hij houdt volgens hen te weinig rekening met allerlei wetten en voorschriften. En dat kan nooit goed zijn. Als apostel wordt hij daarom gewantrouwd. Een groot deel van de tweede Korintebrief is eigenlijk een verdediging van Paulus tegen deze verdachtmakingen. Hij benadrukt dat hij het allemaal niet voor zichzelf doet, maar voor Christus. Door Hem weet Paulus zich gezonden.
Toch kan ook dit blijkbaar zijn tegenstanders niet overtuigen, want in hoofdstuk 3 begint Paulus met de vraag: ‘Beginnen we onszelf weer aan te bevelen?’ Blijkbaar werd er gedacht: O, daar heb je die Paulus weer! Die moet zeker weer zo nodig zichzelf ophemelen. Dat heeft-ie zeker nodig!
Maar Paulus’ vraag is een retorische. Het antwoord zit er al in: nee! Hij heeft geen aanbevelingsbrieven nodig. Zijn tegenstanders wel. Die lopen te zwaaien met brieven waarin ze, door natuurlijk heel belangrijke mensen aanbevolen worden. Zo hebben ze tenminste letterlijk sterke papieren.
In dat opzicht sta ik met lege handen, bedoelt Paulus. Maar ik heb wel een andere aanbevelingsbrief. Dat zijn jullie. Als jullie toch een aanbeveling willen hebben, waaruit mijn apostelschap goed blijkt te zijn, kijk dan naar jezelf. Dat er hier in die heidense havenstad Korinthe een gemeente is van Christus, dat hier mijn verkondiging van het Evangelie zulke gevolgen heeft gekregen, is toch het levende bewijs, dat God door mij heeft gewerkt. Kortom: jullie zijn mijn aanbevelingsbrief. En die brief, zegt Paulus, draag ik altijd bij me. Jullie staan in mijn hart geschreven. Het is ontroerend zoals Paulus hier over de gemeente schrijft. De band tussen beiden is onverbrekelijk.
Maar Paulus steekt nog dieper af. De gemeente van Korinthe is niet alleen een aanbevelingsbrief van Paulus. In onze tekst noemt hij hen een brief van Christus. De schrijver is dus ten diepste niet Paulus, maar Christus. Maar Paulus staat hierbij niet buitenspel. Hij wordt hierbij wel gebruikt. De gemeente is namelijk een brief van Christus, die door Paulus is opgesteld. Hier klinkt het beeld in door van een secretaris. In die tijd schreef je een belangrijke brief namelijk niet zelf, maar die dicteerde je aan je secretaris, die dat vervolgens op een prachtig stuk papyrus of perkament in de mooiste letters opschreef. Zo dicteert Christus als het ware de brief, die de gemeente is. De woorden komen van Hem, en Paulus schrijft ze op. Het is een prachtig beeld voor Paulus' bediening. Hij heeft namens Christus en in de kracht van de Heilige Geest gesproken. Daardoor zijn er mensen in Korinthe tot geloof gekomen. Zo is daar de brief, die de gemeente is, geschreven.
Letterlijk staat er dat de gemeente zo openbaar is geworden. De katholieke Willibrordvertaling heeft: ‘Jullie zijn een open brief van Christus.’ Mooi! Ze zitten dus niet in een dichtgeplakte envelop. Ze zijn ook geen brief in geheimschrift, die verder niemand lezen kan. Nee, ze zijn een open brief. Voor iedereen te lezen. Voor iedereen toegankelijk. Niemand kan hen als brief over het hoofd zien.
Je voelt 'm misschien al aankomen: hoe is dat met ons? Zijn wij ook zo'n open brief van Christus? Nu moet je daar trouwens niet te individualistisch over denken. Vaak gebeurt dat wel. Dan gaat het erover dat ik een brief van Christus moet zijn. Dat kan als een last op je schouders drukken: hoe word ik zo'n brief en hoe blijf ik dat? Kan ik dat wel, zo'n brief zijn? Het kan je zelfs verlammen.
Maar we moeten wel goed lezen. Er staat niet dat ik, in mijn eentje dus, een brief ben. Er staat een meervoud: ‘Jullie zijn een brief van Christus.’ Je bent dus niet in je eentje een brief van Christus. Nee, die brief wordt gevormd door de gemeente. Samen met je medebroers en -zussen vorm je die brief.
Wat ben ik dan? Een onderdeel van die brief. Een letter dus. Maar zonder die andere letters, zonder die andere gemeenteleden, wordt het nooit een brief. Of zoals ik ergens las: ‘Ik ben als letter alleen maar leesbaar in het woordverband, het zinsverband van de hele kerk.’
Hoe worden we dan als gemeente zo'n brief, zo'n open brief? Dat is het werk van de Heilige Geest. Hij zorgt ervoor dat wij als letters op de juiste plek komen te staan, waardoor de woorden gevormd worden, waardoor er zinnen ontstaan, waardoor er die brief van Christus komt. Dat doet Hij door ons, stuk voor stuk, een gave te geven. Niet iedereen krijgt dezelfde gave. De Geest geeft precies die gave aan iemand die het best bij hem of haar past. De gave om leiding te geven bijvoorbeeld. Of de gave om te dienen, er te zijn voor de ander. De gave om te profeteren, om duidelijk te maken wat de wil van God is, in een concrete situatie. De gave om te onderwijzen, om voor jong of oud de Bijbel zo uit te leggen, dat iedereen het begrijpt. En zo zijn er nog veel meer gaven.
Denk niet: de Geest slaat mij vast over, ik ben niet zo bijzonder. Nee, iedereen is letterlijk begaafd, met een gave van de Geest.
Heeft u al ontdekt welke gave de Geest u gegeven heeft? En jij? En dat je die gave ook inzet. Dat is belangrijk, want als je je gave niet besteedt in het Koninkrijk van God, dan kom je niet tot je recht en God niet aan zijn eer. Dan wordt de gemeente niet opgebouwd en dan staan er bij wijze van spreken een aantal letters door elkaar en wordt de brief minder leesbaar. En daar gaat het toch uiteindelijk om, dat wij samen met elkaar, die leesbare brief zijn. Een brief, waarin mensen kunnen lezen wat ons ten diepste drijft: de liefde van de Vader, de genade van Christus en de gemeenschap van de Geest.
Paulus werkt het beeld nog verder uit. De brief, die de gemeente is, is niet met inkt geschreven, maar met de Geest van de levende God.
Inkt heeft de eigenschap dat het minder leesbaar kan worden. Inkt kan doorlopen, vervagen en zelfs uitgewist worden. Maar zo werkt de Geest niet. Als Hij ons als briefpapier beschrijft, dan is dat niet weg te krijgen. Hij laat een onuitwisbare indruk in ons leven achter.
Hoe bevrijdend is dit, gemeente! Uiteindelijk is die brief die wij zijn niet het resultaat van ons schrijftalent, want dan zou het een slechte brief zijn, een brief met schrijffouten, vlekken en ezelsoren. Gelukkig maar dat God voor die brief een betere schrijver heeft uitgezocht, een véél betere, de Schoonschrijver bij uitstek: de Heilige Geest. Hij schrijft net zo lang tot wij die letter zijn, die Hij in die brief kan gebruiken. Want dat schrijven van Hem is ook heel persoonlijk.
Het is een mooi, maar ook pijnlijk proces, want het gaat niet 1,2,3 vanzelf. Ik las ergens: ‘De Geest schrijft niet met viltstift. De Geest krast zijn letters in ons vlees. Hij kerft zijn sporen in ons hart, namelijk wat God van ons wil.’ En dat kan soms ook pijn doen. Want onze wil is nog vaak zo sterk. We willen vaak helemaal niet wat God wil. We stippelen veel liever onze eigen route uit. Een route weg van God. Maar daar is telkens weer de Heilige Geest met zijn vlijmscherpe pen. Hij ontdekt ons aan en confronteert ons met onze zonde en schrijft tegelijk de naam van Jezus in ons hart. Hij is immers de verzoening van al onze zonden. We mogen het straks op bijzonder wijze horen, zien én proeven bij het avondmaal. Dat sacrament is immers een zegel, waarmee de Geest het ons op het hart drukt: zo diep, zo onuitwisbaar, zo bevrijdend en bemoedigend. Persoonlijk, maar ook als gemeente. We vieren dat avondmaal immers niet alleen, maar met elkaar. Zo worden we ook aan elkaar verbonden, door die ene Geest, in die ene Heer. Zo worden we ook gerangschikt Als letters tot die ene brief.
Of zoals Willem Barnard dichtte in één van z’n avondmaalliederen:
Wij krijgen elkander lief
als de bladeren van een boom,
de aderen van een stroom,
de letters van een brief.
Wij heten dezelfde naam,
wij nemen dezelfde loop
langs groene oevers van hoop,
wij hebben dezelfde stam.
De Vader heeft ons geplant
en de zoon plant ons voort
de heilige geest legt het woord
van God in onze hand.
Amen
zingen Lied 976 ‘Ons heeft de Heer met liefde neergeschreven’
lezing avondmaalsformulier tot en met gebed
zingen Lied 381:2,3,4 ‘Genadig Heer, die al mijn zwakheid ziet’
nodiging, uitdeling en communie
lofprijzing
dankgebed en voorbeden
collectemoment
zingen Hemelhoog 609 ‘Machtig God, sterke Rots’
zegen