zingen Psalm 34:1 ‘Ik loof de Heer altijd’
stil gebed
votum en groet
openingstekst ‘Proef en geniet de goedheid van de HEER’. (Psalm 34:9a)
zingen Psalm 34:2,4
voortzetting heilig avondmaal
aan tafel lezen we Openbaring 19:6-9 en zingen we Lied 412:6 ‘Wij zegenen, o Heer, uw goedheid al den dag!’
danken en gebed om de verlichting met de Heilige Geest
schriftlezing 2 Korintiërs 3:7-18
zingen Lied 215:2,3,5,7 ‘Ontwaak, o mens de dag breekt aan’
tekstlezing ‘Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer weerspiegeld zien, zullen door de Geest van de Heer meer en meer naar de luister van dat beeld worden veranderd.’ (2 Korintiërs 3:18)
verkondiging Thema: Metamorfose
Gemeente van Jezus Christus,
Een make-over. Je kent dat vast wel: in een tijdschrift of bij een televisieprogramma ondergaat een woonkamer bijvoorbeeld een totale gedaanteverwisseling of een persoon natuurlijk. In het laatste geval wordt er een kudde stylisten op mode-, haar- en make-upgebied op diegene losgelaten en dan zie je eerst een foto van hoe het was ervóór en vervolgens hoe het geworden is: een ware metamorfose! ‘Wow, jaren jonger!’, brengt de presentatrice dan uit, of een partner bijvoorbeeld. Of een stel loopt met open mond, vol ‘oh’s en ah’s’ door hun veranderde huis.
Nou, vanavond gaat het ook om een metamorfose. Maar dan geen uiterlijke verandering, maar juist één van binnenuit: ‘meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van Zijn beeld veranderd worden’, zegt onze tekst.
Ja, het gaat hier echt om een metamorfose. Dat is goed te zien aan de oorspronkelijke taal waarin onze tekst geschreven is, het Grieks. Daar wordt het werkwoord ‘metamorfoö’ gebruikt Letterlijk hoor je het erin terug: ‘metamorfoö - een metamorfose die niet alleen binnenin je zit, maar die ook naar buiten komt. Dat is immers het kenmerk van het christelijk geloof, dat weer een uitwerking is van de werking van Gods Geest. Het bezielt ons, zetelt in ons hart, maar laat zich ook zien en horen, in daden en woorden. We worden er een ander mens van.
Dat staat natuurlijk haaks op wat je mensen vaak hoort zeggen: ‘Ik kan mezelf niet veranderen. Ik ben nu eenmaal zo.’ Zoiets wordt vaak gezegd als er gevraagd wordt het nu eens anders te doen, het anders te verwoorden. ‘Ja maar, ik kan mezelf niet veranderen. Ik ben nu eenmaal zo.’ ‘O’, zei toen ooit een psycholoog – en ik ben die opmerking nooit vergeten – ‘o, dus jij loopt ook nog steeds met luiers om?’ Dat was behoorlijk crue gezegd, maar daar werd wel een spijker op de kop geslagen. Natuurlijk verander je als mens, ontwikkel je je.
Maar vanavond gaat het niet zozeer om lichamelijke en psychische ontwikkeling, hoe belangrijk die ook is. Nee, we gaan nu echt naar de kern, naar ons hart, het centrum van ons bestaan. Ben je daarvanuit te veranderen?
En daarvoor richten we ons niet allereerst op psychologen, pedagogen of filosofen, maar op de Bijbelse boodschap, omdat die juist op het hart gericht is. En die Bijbelse boodschap luidt klip en klaar: als je gelooft in de kracht van Gods Geest dan is er verandering mogelijk. Bij u, bij jou en bij mij.
Paulus wijst in onze tekst de weg – hij geeft de coördinaten ervan zeg maar - waarlangs die verandering mogelijk is: als je met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwt, zul je meer en meer door de Geest van de Heer, naar de luister van dat beeld veranderd worden. Het gaat dus om met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen. Dat klinkt allemaal behoorlijk cryptisch.
Daarom stap voor stap: de Heer is Jezus Christus. Zijn luister is zijn heerlijkheid, zijn glorie, zijn kracht, zijn liefde. Die dus met ‘onbedekt gezicht’ aanschouwen. Dat is een verwijzing naar Mozes, die belangrijke persoon uit het Oude Testament, die het volk Israël leidde vanuit Egypte, door de woestijn, naar het beloofde land. Die Mozes zou je een ‘spreekbuis van God’ kunnen noemen. Hij gaf de woorden van God door aan het volk. Die woorden vernam hij als hij God ontmoette. Bijvoorbeeld op de berg Sinaï, of in de tent van de samenkomst. Je leest daarover in Exodus. Als Mozes met God gesproken had, dan deelde hij de woorden mee aan het volk, maar zijn gezicht was daarbij zo veranderd, zo stralend, door de luister, de aanwezigheid van God, dat hij zijn gezicht moest bedekken met een sluier, omdat het anders te verblindend zou zijn voor het volk.
Nu is het anders, schrijft Paulus. Wij leven niet meer in de tijd van het oude, maar van het nieuwe verbond. Daarbij kan ieder de Heer ontmoeten, als een kind met de Vader in de hemel omgaan, zo vertrouwd, dankzij Jezus Christus, die die weg ontsloten heeft, en daarbij hoeven we bij wijze van spreken ook ons gezicht niet meer te bedekken. Nee, vrijmoedig mogen we met de Heer spreken, Hem aanschouwen, zoals Paulus zegt.
‘Ja, mooi gezegd. Maar je kunt Jezus nu toch helemaal niet zien?!’ Inderdaad, niet met de ogen in je hoofd, maar wel met de ogen van je hart. Als je de Bijbel leest, als je bidt, als je het avondmaal viert, als je aan Hem denkt, je op Hem richt, dan mag je Hem zien met de ogen van je hart. De filosoof Kierkegaard noemde dat ‘gelijktijdigheid’. Als je met een ontvankelijk hart die Bijbelverhalen leest, vallen die duizenden jaren die er tussen zitten, weg en je wordt er gelijktijdig mee. Je zit ook in die boot die geteisterd wordt door die huizenhoge golven en je hoort hoe Jezus de storm stilt. Je zit ook bij Hem aan tafel, je ziet hoe Hij ook voor jou het brood breekt, het je geeft en daarna de beker aan je reikt. Je ziet Hem aan het kruis hangen. Je hoort Hem die woorden roepen, zo vol ontferming en godsvertrouwen. Je ziet Hem verschijnen aan Zijn discipelen, als de Levende. Je hoort Hem zeggen, ook tegen jou: ‘heb je me lief?’ Je staat naast Petrus en die andere discipelen en je merkt die overweldigende kracht, die tegelijk ook teder is, van zijn Geest, die uitgestort is. Dus niet mondjesmaat, maar in overvloed.
Zo mag je met de ogen van je hart naar Hem kijken, je aan Hem verliezen. Ja, als je dat doet, zul je ook gaan veranderen. Dan zal er die metamorfose gaan plaatsvinden.
'Maar wat is die metamorfose dan, beste Paulus?’ Nou, dat je door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld veranderd wordt.’ Dat klinkt opnieuw weer een beetje cryptisch. Dat beeld is niets anders dan Jezus Christus. Hij is het beeld van God, het gezicht van God kun je ook zeggen. Hij zei het zelf: ‘Wie Mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.’ Met andere woorden: in Jezus kun je als geen ander zien wie en hoe God is. Jezus, hét beeld van God. De ‘icoon’ staat er letterlijk. Jezus is de icoon van God, zijn perfecte beeld, zijn volmaakte uitbeelding. En het is dus Gods doel dat wij veranderd worden naar dat beeld.
Toen ik eens aan catechisanten de vraag stelde: ‘Kun je als Jezus worden?’, toen zei er één: ‘Nee! Jezus deed nooit zonden. Dat redden wij niet.’ Dat klopt, maar Paulus bedoelt hier in onze tekst, dat we trekken van Jezus gaan vertonen, dat er in ons iets van Jezus terug te zien is.
Ik moest van de week denken aan een liedje van Ben Harper samen met de Blind Boys of Alabama. ‘Picture of Jesus’. Daarin gaat het eerst over een plaatje van Jezus dat de zanger in zijn portemonnee bij zich draagt en dat hem elke keer aan Jezus herinnert. Jezus, in wiens armen onze gebeden rusten en met Wie wij voor eeuwig gezegend zijn. Ja, een ‘picture of Jesus’ in z’n portemonnee om dat besef levend te houden. Vervolgens zingt Harper over Martin Luther King, de grote voorvechter van gelijke rechten voor de zwarte bevolking in Amerika, maar ook een diepgelovig en blijmoedig christen. Uiteindelijk werd hij ‘crucified by a gun’, gekruisigd, vermoord door een pistool. En dan zingt Ben Harper: ‘he was a picture of Jesus - Hij was een plaatje van Jezus.’
Kijk, dat is de metamorfose: dat we een plaatje van Jezus worden, dat we veranderd worden naar de luister van dat beeld, oftewel trekken van Hem gaan vertonen. En wat zijn die trekken?
In Galaten 5 noemt Paulus die trekken in een negenvoudige vrucht: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Als je dit alles op je in laat werken, dan zie je er een persoon uit oprijzen: Jezus. En als je Jezus aanschouwt met de ogen van je hart, als je je op Hem richt, dichtbij Hem bent én blijft, door zijn Heilige Geest vervuld bent en telkens weer wordt, dan zul je die trekken gaan vertonen, dan gaat die vrucht van de Geest in je leven groeien. Dat kan niet anders.
Is dat te merken bij u, en bij jou? Die trekken van Jezus: zijn liefde, zijn blijdschap, zijn vrede, zijn zachtmoedigheid, enz.? Heeft die metamorfose plaatsgevonden in je leven?
‘Nou, niet zo als bij zo’n Martin Luther King, of bij andere diepgelovige mensen tegen wie ik opkijk. Daar zie ik die metamorfose wel. In hen zie ik dat plaatje van Jezus terug. Maar bij mijzelf? Ik weet het niet hoor…'
Weet je, die metamorfose is ook niet iets wat zich in een flits voltrekt. Het is een proces. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er nog iets tussen zit. Een soort bedekking, waardoor je eigenlijk Jezus niet goed kunt zien met de ogen van je hart.
Daar gaat het in ons tekstgedeelte ook over. Over een bedekking, een sluier, die over het hart van Paulus’ volksgenoten, de Joden, lag. Ze hoorden de wet, de Thora, voorgelezen worden. Dat gebeurde, dat gebeurt, in iedere dienst in de synagoge, maar ze hoorden niet, ze ontdekten niet, door die sluier eroverheen zeg maar, dat die wet, in Jezus Christus vervuld is. Dat God niet van ons vraagt onze gerechtigheid te verdienen, maar dat Hij die ons in Christus schenkt, omdat Hij voor ons de wet vervuld heeft, Gods wil gedaan heeft, het voor ons volbracht heeft, en dat we door Hem bevrijd zijn van de vloek van de wet, dat Hij ons verzoend heeft.
Maar niet alleen bij de Joden toen en nu kan er zo’n bedekking, zo’n sluier, op het hart liggen. Dat kan ook bij ons, zodat we Jezus toch niet goed kunnen zien. De bedekking van bepaalde zonden waar je nooit mee voor de dag bent gekomen. Of een verslaving, waar je mee worstelt. Of bitterheid uit het verleden die je maar laat voortwoekeren. Of de wil om het toch zelf te doen in eigen kracht. Dat alles en nog veel meer kan ervoor zorgen dat de ogen van je hart onvoldoende open zijn voor de luister en de liefde van Christus. Bid dan de Heilige Geest – want Hij is het die je om wil vormen naar het beeld van Christus – bid dan de Heilige Geest om inzicht en kracht om los te laten. Want ‘waar de Geest is, is vrijheid.’ Is er bevrijding van die sluier, word je bevrijd van de kramp, mag je werkelijk vrij zijn.
Die verandering gunt God ons in zijn genade. Maar Hij gunt ons ook de tijd. Er staat immers dat we ‘meer en meer’ veranderen. Daar zit duur in. Het is een groeiproces. Een vrucht springt ook niet opeens aan een boom of plant: flits! Nee, die groeit, die rijpt. De Geest heeft wat dat betreft ook een lange adem…
Kijk, het enige wat wij dan hoeven doen, is in Jezus’ nabijheid zijn en blijven, en dat wat er tussen zit door Hem laten wegnemen. En zo mag je meer en meer veranderen. Zo voltrekt zich de metamorfose.
Het is een levenslang proces. Van leren en afleren. Van inzien en loslaten. Ook van volhouden en niet opgeven. Tot onze laatste zucht en dan, dan mogen we bij Hem zijn. ‘Free at last - eindelijk vrij’ stond er op het graf van die Martin Luther King. Nee, dan is er geen onvrijheid meer, geen ongelijkheid, maar ook geen tegenstand, geen kwaad en lijden meer. Nee, ‘dan zullen we aan Hem gelijk zijn’ lees je elders in de Bijbel. Dan zullen we gelijk aan zijn volmaakte beeld. Al zijn trekken helemaal mogen vertonen.
Zover is het nog niet. Maar als je je richt op Hem, als je Hem blijft aanschouwen met de ogen van je hart, dan zal die metamorfose plaatsvinden, van binnenuit. Niet door ons. Nee, het is immers geen opgave (las ik ergens), maar overgave.
En dan is het allermooiste dat Hij daarin de eerste is, dat Hij voor ons blijft bidden dat ons geloof niet ophoudt, dat Hij ons opzoekt als we het er weer bij laten zitten, dat Hij ons opzoekt met zijn liefde en genade, dat Hij zich op zoveel manieren laat vinden. Of zoals Joke Verweerd het dichterlijk verwoordde:
Overal kom ik U tegen:
in een mooie wolkenlucht
in een zonnestraal bij regen
elke dag van U gekregen
kinderlach en vogelvlucht.
Alles legt U voor mij open
ieder ding van U te leen
door Uw landschap mag ik lopen
op Uw gouden toekomst hopen
reeks momenten, één voor één.
Heel de wereld in Uw handen
toch vraagt U mijn kleine ziel
om Uw Geest te laten landen
en Uw liefde te ontbranden
voor waar eens Uw oog op viel
Alles is van U gekregen
wat ik ben en eens zal zijn
al mijn dagen, al mijn wegen
overal kom ik U tegen:
levensadem, Brood en Wijn.
Amen.
zingen Hemelhoog 629 ‘Heer, ik kom tot U’
geloofsbelijdenis
zingen Psalm 89:8 ‘Gij, Here, die de glans van onze sterkte zijt’
gebed
collectemoment
slotlied Lied 263 ‘Wees Gij mijn toevlucht de komende nacht’
zegen