welkom en mededelingen 

zingen           Psalm 146:3,4 ‘Heil wie Jakobs God wil bijstaan’ 

stil gebed 

votum en groet

openingstekst    ‘Kom allen bij Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, Ik zal jullie rust                               geven. ’ (Matteüs 11:28)

zingen (met combo)         Hemelhoog 707 ‘Met open armen’

tien geboden als toewijding 

zingen           Lied 912:1,2,6 ‘Neem mijn leven, laat het, Heer’

gebed om verlichting met de Heilige Geest

zingen kinderlied (met combo) Hemelhoog 388 ‘Als je geen liefde hebt voor elkaar’

kindermoment 

Vanmorgen heb ik weer wat meegenomen. Niet één ding, maar drie stuks. Drie stuks gereedschap, om precies te zijn…
Ik begin hiermee. Wat zou dit zijn?

Handboor

Een handboor. Weet iemand van jullie hoe dat werkt?
Nu de volgende. Wat is dit?

Schaaf Met Geleiding

Een schaaf. Daar kun je hout mee afschaven. Dit is wel een schaaf met geleiding, zoals dat heet. Die blijft keurig netjes recht gaan. Handig hè!

De derde is het moeilijkst…

Kruishout

Dit is een kruishout. Waar zou die nou voor gebruikt worden? Om af te tekenen. Bijvoorbeeld van hout.
 

Dit is eigenlijk allemaal gered gereedschap. Dat hebben mensen niet weggegooid, maar bewaard. En het afgelopen jaar konden mensen dat inleveren bij onze diakenen. Dat is dus ook gebeurd met deze drie stukken gereedschap. Dat ingeleverde oude gereedschap werd nagekeken en uiteindelijk is het met een grote container naar andere landen gegaan, waar mensen geen geld hebben voor duur nieuw gereedschap, maar zo toch gereedschap kregen.
Mooi hè: gereedschap voor deze mensen gered van de schroothoop, gereedschap met een nieuwe bestemming.

Gered gereedschap: ik vind het ook een hele mooie naam, zeker ook bij dit gereedschap. Dat heeft de vorm van een kruis. Nou, dat doet me denken aan het kruis van de Here Jezus. Daar is de allergrootste redding gebeurd. Daar heeft Jezus namelijk zijn leven voor ons gegeven om ons te redden. Dat we voor altijd bij Hem mogen horen. Dat we met Hem gelukkig mogen zijn. Niet alleen nu, maar voor altijd. Hoe mooi is dat! Ik hoop dat je daar heel blij mee bent en dankbaar voor. Ik wil. En dat je ook iets voor Hem wil terugdoen. Ook andere mensen wil helpen. Kinderen uit je klas. Uit je buurt. Mensen die oud en ziek zijn, door een boodschap voor hen te doen, hun straatje te vegen, een kaartje te sturen. Enz. enz. Misschien goed om daar op de kindernevendienst nog even over door te praten. Hoe wij zeg maar ook een soort van gered gereedschap kunnen zijn…
Goede kindernevendienst en tot straks.

schriftlezingen                   2 Koningen 6:1-7 en Romeinen 12:3-8 door Dirk Hakkesteegt en Wim Becker

zingen  Lied 718 ‘God die leven hebt gegeven’

verkondiging          Thema: Gered gereedschap

Gemeente van Jezus Christus,

'Gered gereedschap'… Nou, dat geldt zeker voor die drijvende bijl uit ons tekstgedeelte. Gered van een gewisse verdrinking, om het maar zo te zeggen. Gered om weer dienst te doen als ultiem hakgereedschap.  

Ja, het is een bijzonder verhaal over die drijvende bijl. Een wonderlijk verhaal ook, letterlijk en figuurlijk... Maar wat moet je er eigenlijk mee?!
De theoloog Kuitert is daar in één van zijn boeken duidelijk over: ‘Zoals dat gaat bij beroemde profeten, speelt Elisa het klaar de bijl te laten drijven, zodat de bijl zomaar weer gepakt kan worden. Een verhaal ter meerdere glorie van de profeet Elisa, bijlen drijven immers niet.’
‘Een verhaal tot meerdere glorie van de profeet Elisa’, is dat het enige wat wij hier mee kunnen, dus in feite helemaal niets? Zou het daarom in de Bijbel staan? Dat kan toch niet waar wezen! Laten we het verhaal maar eerst eens op de voet volgen en op zoek gaan naar de kern, en vandaaruit lijnen proberen door te trekken naar vandaag de dag. 

Het begint allemaal met de vraag van ‘de zonen der profeten’, - want dat staat er letterlijk in vers 1 – het begint met hun vraag om een nieuwe verblijfplaats. Het gaat hier om zogenaamde profetenleerlingen. In die tijd hadden profeten vaak een aantal leerlingen om zich heen.
Intussen is die profetenschool van Elisa zo gegroeid, dat het leerhuis, om het maar zo te noemen, te klein geworden is. Ze puilen er uit.
Elisa heeft blijkbaar mondige leerlingen, want ze stellen zelf voor om een nieuwe ruimte te gaan bouwen, bij de rivier de Jordaan. Elisa gaat mee. ‘Project nieuw leerhuis’ kan van start.

Het wordt een gezellige boel daar, lijkt me. Tenminste, dat schept toch een band, om samen aan zo'n bouwproject te werken? Ik kan me er wel iets bij voorstellen, daar op die bouwplaats bij de Jordaan: gezang, gelach, gezaag, geklop van hamers en....  gehak van bijlen. Want om te bouwen heb je hout nodig, en diverse bomen worden geveld. Opeens een schreeuw; en kort daarop een grote plons... Wat is er gebeurd? Bij één van de profetenleerlingen is het blad van de bijl er af geschoten, zo het water in. Pech. De anderen leggen er het bijltje bij neer en kijken met elkaar naar Elisa, de man Gods. ‘God redt’ betekent die naam Elisa… Die naam schept verwachtingen: zou ook dit gereedschap te redden zijn?

‘Wacht even, moet je nou echt God met zoiets alledaags als een bijl, lastig vallen? Je hebt inderdaad van die mensen die bij alles om Gods hulp vragen, bij wijze van spreken bij het kiezen van een auto, of het vinden van zoekgeraakte sleutels. Is dat hier ook zo?’
Tja, wat moet je nu inderdaad met zo'n verhaal uit de Bijbel? Zo'n alledaags verhaal over een kapotte bijl... Dat is toch hetzelfde als voor ons een kapotte stofzuiger of een defecte boormachine? Wat hebben die met God te maken?!

Maar let op, die profetenleerling roept wat: ‘Wat nu, heer! Ik had hem te leen!’ Die bijl geleend? ‘Nou, pech dan. Dan koop je toch een nieuwe bij de Gamma of de Hornbach!’ 
Ja, zo gaat dat bij ons, maar ook bij zo'n profetenleerling?? Het is goed om iets van de achtergrond te weten van profetenleerlingen in die tijd. Die behoorden echt tot de sociale minima, tot de armsten in de maatschappij. Dus ook deze profetenleerling. En als je dan ook nog bedenkt dat in die tijd ijzer een schaars artikel was en dus kostbaar, begrijp je misschien iets van z'n kreet ‘Wat nu, heer! Ik had hem te leen!’ Die man verkeert opeens door dat ongeluk met die bijl in grote financiële nood. Hoe kan hij ooit die geleende bijl terugbetalen?!

Elisa ziet die nood achter die wanhoopskreet. Want Elisa is profeet. Een ‘ziener’, zoals een profeet in de Bijbel ook wel genoemd werd. Een prachtige omschrijving: ‘ziener’. Iemand die echt ziet, als het ware kijken kan met Gods ogen. Dus ook kan doorzien. Elisa ziet de nood achter het verhaal. Of misschien beter gezegd: de mens achter z'n verhaal.
Is Elisa hierin geen beeld van Jezus? Dat begint al met de naam. Qua betekenis ontlopen die elkaar hoegenaamd niets. ‘Elisa’, ik zei het al: ‘God redt’ en ‘Jezus’: ‘De Heer redt’. En juist Jezus weet als geen ander iemand te doorzien, de mens achter z'n verhaal te zien, de nood van iemand te peilen. Nood in geestelijke en lichamelijk zin. ‘De zondaar en de bedelaar’, zou de theoloog Noordmans zeggen. 

Als wij nu christenen heten en willen zijn - dus naar Christus zelf genoemd zijn en bij Hem willen horen. Als wij tot de gemeente van deze Here Jezus Christus behoren, dan zullen wij daarin toch ook op Hem lijken? Dan kunnen wij toch ook doorzien? Vandaag de dag bijvoorbeeld heen kunnen kijken door verhalen over een bloeiende economie bijvoorbeeld. Want er zijn ook mensen die dat niet meemaken, die een steeds grotere kloof ervaren met hen die het wel voor de wind gaat. Die leven van een uitkering, die naar een voedselbank moeten, die door omstandigheden buiten het arbeidsproject geraakt zijn. Die door een beperking tegen zoveel muren aanlopen…

Ik spreek er nu nog in algemene termen over, maar het gaat om mensen, het gaat om gezinnen, waar er echt nood kan zijn. En als dan de koelkast kapot gaat, of de stofzuiger.... Als er een feestje is... Zien wij die nood? Raakt het ons?
Elisa wel. Nee, hij houdt geen preek, geen bemoedigend praatje, maar helpt direct en concreet: de bijl komt terug. De nood wordt gelenigd.
Elisa heeft hier iets van een diaken, zou je kunnen zeggen. Een diaken laat zich, als het goed is, ook raken, kan door situaties heenkijken, wil helpen, heel concreet. Een diaken gaat ons, gemeente, daarin ook voor. Verwijst daarin naar God die redt. Naar lichaam en ziel.

Ja gemeente, dit verhaal laat zien dat God niet te groot is om Zich in te laten met de zogenaamde kleine dingen van het dagelijks leven, die trouwens wel tot grote zorgen kunnen leiden. Hij is niet te groot om zich te bekommeren om een gezonken bijl.
De catechismus is daar trouwens ook heel royaal in, als daar de vraag gesteld wordt: ‘Wat heeft God ons bevolen van Hem te vragen?’, - toch een hele relevante vraag ook voor deze diaconale zondag! -, dan luidt het royale antwoord: ‘Alles wat wij naar geest en lichaam nodig hebben’. Daar gaat het dus wel om, wat wij nodig hebben. Die profetenleerling had die bijl weer nodig, want hij was geleend. Hij had hem nodig, omdat anders de nood misschien wel ondraaglijk voor hem zou worden, financieel ondraaglijk dan.
Alles wat wij echt nodig hebben, geestelijk en lichamelijk, dat mogen we de Here God vragen. Daar wil Hij Zich blijkbaar ook mee inlaten, wil Hij dat wij ons mee inlaten, naar anderen toe.

Terug naar de Jordaan. Na de wanhoopskreet van de profetenleerling gaat Elisa direct tot actie over. Als de man, zo goed en kwaad als het kan, de plek heeft aangewezen waar de bijl in het water is terechtgekomen, snijdt Elisa een tak van een boom en werpt die in het water. En dan komt het ijzeren blad bovendrijven!
Nu zijn hiervoor wel rationele verklaringen gezocht. Elisa zou een punt aan die stok hebben gemaakt en die precies door de opening van de bijl hebben gegooid, of net zo lang met die stok op de bodem hebben gewoeld, tot het ijzeren blad aan de stok zat en zo boven kwam. Ja, je moet er maar opkomen, denk ik dan, bijna ook een wonder....

Kuitert doet dat dus niet. Hij is in ieder geval heel duidelijk, voor hem is het klip en klaar: ‘bijlen drijven niet’, punt. Inderdaad, maar een wonder is nu net dat wat onze wetmatigheden overstijgt. De Here God is immers niet gebonden aan die wetmatigheden, of er afhankelijk van.
Ik zou daarom zeggen: Laat het wonder maar gewoon staan. Of zoals dat mooie lied zingt: ‘Komt verwondert u hier mensen, ziet hoe dat u God bemint’. Want daar gaat het hier wel om. God bemint de arme zo, ook deze arme profetenleerling, dat Hij ingrijpt in de wetten van de zwaartekracht. Die nood wordt door God zo serieus genomen, dat Hij dat een wonder waard vindt om hem te helpen.

Ja, heel mooi allemaal, denkt u misschien nu wel, maar waarom toen wel, bij Elisa, bij Jezus: zulke concrete tekenen van Gods hulp; en waarom nu niet, bij mij, in mijn ziek zijn, in mijn alleen zijn, in de financiële zorgen, in de zorgen om ons kind, enzovoort? Geen wonder, geen verandering. Terwijl ik er zo naar verlang, er zo om bid. Terwijl mijn nood misschien nog wel groter is dan die man met z'n bijl. Ziet God mij wel? Mijn nood? Mijn zorgen? Waar blijkt dat dan uit? Er gebeurt niets. De wonderen zijn blijkbaar de wereld uit.’

Is God dan veranderd? Nee, Hij is dezelfde. Hij is nog steeds een God van wonderen. Dat maakte Blumhardt mee, een Duitse predikant uit de 19-e eeuw. Ook een echte ziener trouwens, want ook hij zag de mens in en achter de nood. Hij was een sociaalbewogen predikant, die zich inzette voor met name mensen aan de rand van de maatschappij.
Hij maakte ook mee dat de wonderen de wereld nog niet uit waren. In zijn gemeente werden zieken genezen, bezetenen bevrijd, gebeurden wonderen. Hij zei het zo: ‘Als we als kerk echt geloven dat de gekruisigde Heer alle macht heeft, dan kunnen we van Hem grote verwachtingen hebben, dan kunnen er wonderen gebeuren.’ En de mensen kwamen van heinde en verre naar zijn gemeente. Maar ondanks die enorme toeloop maakte Blumhardt er geen show van, geen wondervoorstelling. Want wonderen waren voor hem niet het belangrijkste. Hij zei zelfs: ‘Zoek ze niet. Bid en preek, in waakzaamheid, in nuchterheid, heb oog en oor voor de mens in nood, wees bereid in de navolging van Christus met hen te lijden.’

Ach, gemeente. Misschien is dat juist wel het punt. Dat we ons te veel richten op het bijzondere, op het spectaculaire. Maar het komt aan op bidden, op waakzaam en nuchter Christus verwachten, op oog en oor te hebben voor de mens in nood, dichtbij en ver weg. Daar hebben we toch onze beide handen al vol aan?! Of niet? Willen we onze handen daar vol aan hebben?
Met andere woorden: we kunnen ons wel op het wonder fixeren, ook n.a.v. het verhaal van vanmorgen, maar dat is de bedoeling niet. Het wonder staat in dienst van, is een teken van, het Koninkrijk. Wijst daar naar toe! Wijst naar God zelf, naar Zijn hulp en liefde voor de hulpeloze, Zijn zorg aan de hulpbehoevende, waarbij Hij ons inschakelt. Dat is het allerbelangrijkste, de kern, ook van de geschiedenis van vanmorgen. Die profetenleerling ervoer het in zijn geleende bijl die boven kwam drijven. Op zich natuurlijk heel bijzonder, maar eigenlijk een klein verhaal. Ik bedoel, bij diezelfde Jordaan was er ook wel eens een pad gebaand, waar het hele volk Israël met de ark van het verbond doorheen kon trekken. Het water, oftewel de machten van het kwaad en de chaos, moesten wijken voor de aanwezigheid van de HEER. Een waar Paasverhaal. Maar in de Bijbel staan niet alleen de grote verhalen van uittocht en doortocht, van Kerst, Pasen en Pinksteren, maar ook de ‘kleine Paasverhalen’, zoals ik ergens las. Zoals het verhaal van Elisa en de drijvende bijl.

Zulke kleine Paasverhalen zijn er nog steeds.
Ik moest denken aan Sijna den Uijl. We gaan haar straks gedenken. Weet je wat één van haar kinderen zei in de afscheidsdienst? Dat ze zo onder de indruk was geraakt van de liefde waarmee haar moeder op het laatst werd omringd. Van de vrijwilligers in het hospice, van vrienden, van mensen uit de kerk, die haar bezochten, die een kaartje stuurden, die voor haar baden en zongen. Dat schonk verlichting. Dat bood licht. Ze voelde zich erdoor gedragen. Een klein paasverhaal… Ik hoop dat u, dat jij dat herkent. Dat het ook in jouw leven en door jou kan gebeuren.

Kijk: ‘gered gereedschap’ is het thema. Ja, dat was die bijl: gered gereedschap.  Maar zijn wij dat eigenlijk ook niet? We zijn toch gered door de gekruisigde en opgestane Heer?! Maar wel als gereedschap, dat onze Heer kan gebruiken. In zijn dienst. ‘Gered om te redden’, zeggen ze bij het Leger des Heils.

En net als bij al dat geredde gereedschap is dat niet allemaal hetzelfde. Er is variatie.
Paulus gebruikt daarvoor in Romeinen 12 het bekende beeld van het lichaam, waarin nu eenmaal verschillende lichaamsdelen zijn, die allemaal nodig zijn.
Ik zei het vorige week al: we hebben allemaal een gave van de Geest gekregen. Ook in Romeinen 12 wordt er een aantal genoemd: de gave om bijstand te verlenen, te onderwijzen, te troosten, uit te delen en barmhartig te zijn. Eigenlijk ook hele praktische gaven, die je zo in de praktijk kunt brengen toch?

Ik hoop dat we ons allemaal met die gave inzetten. Als gered gereedschap zeg maar. Dat we dat niet laten verroesten zeg maar. Mensen genoeg, situaties genoeg, om dat gereedschap dat we zijn te gebruiken. Tot vreugde van God. Tot heil voor anderen. Dichtbij en verder weg. Dan kan iedere dag een diaconale zondag zijn. 

Amen

zingen (met combo) Hemelhoog 709 ‘Wat een wonder dat ik meewerken mag’

gedenken overleden gemeentelid 

dankgebed en voorbeden

collectemoment door diaken Goos van Vliet

filmpje over Gered Gereedschap

overhandigen cheque aan Gered Gereedschap      door Mirjam Prinssen, voorzitter Gouds Werelddiaconaat

zingen           Lied 913:1,3,4 ‘Wat de toekomst brengen moge’ (op de alternatieve melodie van ‘The Rose’)

zegen

zingen (als alternatief gezongen amen)         Lied 415:3 ‘Amen, amen, amen, dat wij niet beschamen’