zingen           Lied 536;1,3 ‘Alles wat over ons geschreven is’  

stil gebed 

votum en groet

openingstekst         ‘Toen wij u de glorierijke komst van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus​ verkondigden, baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels – integendeel, wij hebben met eigen ogen zijn grootheid gezien. Want Hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke luister tegen Hem zei: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind ik vreugde.’ Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met Hem op de ​heilige​ berg waren. Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een ​lamp​ die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de ​morgenster​ opgaat in uw ​hart.’ (2 Petrus 1:16-19)

zingen Psalm 111:2,5 ‘Zijn doen is louter majesteit’ 

lezing van de Tien Woorden als persoonlijke biechtspiegel 

Een spiegel, voor persoonlijke bezinning

Waar kan ik in mijn leven van op aan?
Waar ben ik bang voor?
Aan wie behoort mijn hart toe?

Wat betekent de naam ‘God’ voor mij?
Gebruik ik die gedachteloos als ik praat?
Ben ik bang Hem voor anderen te belijden?
Doe ik mij vromer voor dan ik ben?
Gebruik ik de naam van God als een middel
om bovennatuurlijke machten te manipuleren?

Waardoor wordt mijn gebed bepaald?
Door sleur of door behoefte?
Zit er ook dankbaarheid in mijn gebed?
Zelfs voor aanvechtingen?
Waarom bid ik eigenlijk?
Voor de vergeving van mijn zonden?
In nood en in vreugde?

Hoe ziet mijn zondag eruit?
Welke rol spelen de kerkdienst en de maaltijd van de Heer in mijn leven?
Wat zoek ik in de kerk?
Waarin dien ik de gemeente waarvan ik deel uitmaak?

Hoe waardeer ik mijn ouders?
Wie heeft invloed op onze kinderen?
Hoe sta ik tegenover mijn meerderen?
Draag ik mijn eigen verantwoordelijkheid?
Ben ik bereid die van de anderen te aanvaarden?

Gun ik de ander ruimte om te leven?
Ben ik een ellendige, die juist mijn hulp nodig had, uit de weg gegaan?
Pleeg ik roofbouw op mijn gezondheid?

Besef ik mijn verantwoordelijkheid voor mijn (huwelijks)relatie?
Handel ik daarnaar?
Blijf ik van de (huwelijks)relatie van anderen af?
Ben ik mij bewust dat ik in mijn (huwelijks)relatie
of in mijn alleen staan altijd door God gedragen word?

Heb ik achting voor het eigendom van een ander?
Op welke manier kom ik aan mijn geld?
Dient mijn bezit anderen tot vreugde en hulp?

Waar praat ik over?
Over de fouten van anderen?
Over mijn eigen prestaties?
Heb ik iemand verloochend?
Sta ik snel klaar met mijn oordeel over anderen,
maar ben ik langzaam om hen te verontschuldigen?
Heb ik aan mij toevertrouwde geheimen bewaard?
Meen ik wat ik zeg en zeg ik, waar dat nodig is, wat ik meen?
Zorg ik ervoor dat in het leven van de gemeenschap de waarheid het opneemt tegen de leugen?
Ben ik trouw in de voorbede, juist voor hen met wie ik moeite heb?

Houd ik er rekening mee dat God grenzen stelt die ik niet moet overschrijden:
grenzen aan mijn begaafdheid, aan mijn invloed, aan mijn macht, aan mijn leven?
Heb ik mij aan de onbegrensde aanspraak van God op mijn leven onttrokken?

Ben ik mij bewust, dat ik door de doop toebehoor aan de Heer Jezus Christus?
Laat ik dagelijks God over mij oordelen of rechtvaardig ik mijzelf?

zingen           Hemelhoog 275 'Heer, ik kom tot U' 

gebed om de verlichting met de Heilige Geest 

kinderen naar kindernevendienst 

schriftlezing            Lucas 9:18-36
 

zingen           Lied 545 ‘Christus staat in majesteit’ 

verkondiging          Transfiguratie

Gemeente van Jezus Christus, 

Bergen blijven mensen boeien. Vraag het maar aan al die wintersporters. Ze kunnen je alles vertellen over de overweldigende indruk die die enorme besneeuwde toppen op je kunnen maken. Je voelt je er als mensje heel erg klein bij en tegelijk gaat er ook een diepe rust van uit.
Bergen blijven mensen boeien. Vraag het maar aan al die bergbeklimmers die de toppen bestijgen. Als uiteindelijk zo'n reus met groot doorzettingsvermogen bedwongen is, voel je je even heel wat. Ver verheven boven al het gekrioel daar beneden. Ver boven alle herrie, genietend van het uitzicht en de stilte. Een letterlijke topervaring.
Bergen blijven mensen boeien. Ook in de Bijbel. Neem de berg Moria, of de berg Sinaï, of de berg Sion. Dat zijn niet zomaar bergen, ze boeien niet alleen op de wijze die ik zojuist noemde. Zo hoog zijn deze bergen trouwens ook niet. Nee, deze bergen boeien op een andere manier. Want op deze bergen hebben mensen God ontmoet. Op deze bergen heeft de Here God zich geopenbaard. Dat was pas een echte topervaring geweest.

Petrus, Johannes en Jakobus zouden over zo'n topervaring kunnen meepraten. Niet voor niets zeg ik ‘zouden’. Want na het gebeuren op die berg met Jezus, - zijn ‘verheerlijking’, zoals dat is gaan heten - daarna zwijgen ze, vermeldt vers 36. Aan niemand vertelden ze aanvankelijk iets van hetgeen ze gezien hadden. Zo overweldigend was die ervaring geweest en tegelijk zo verwarrend, dat ze er geen raad mee wisten en er geen woorden voor konden vinden.

Het betreft die letterlijk en figuurlijke topervaring met Jezus op de berg. Welke berg? Dat vermeldt ons tekstgedeelte niet. Er staat alleen ‘de berg’. Sommigen denken aan de berg Tabor, anderen aan de berg Hermon. Ach, zo belangrijk is het niet wélke berg het precies was. Belangrijker is dat ze daar op die berg iets heel bijzonders hadden meegemaakt. 

Ze waren door Jezus de berg mee opgenomen. Jezus was de berg met een speciaal doel opgegaan. Om te bidden. Lucas is de enige evangelist die dat hier vermeldt.
Nu lezen we trouwens wel vaker in het Evangelie dat Jezus juist om te bidden de bergen opzocht. Opvallend is dat dat altijd gezegd wordt als er iets belangrijks gebeurd is of staat te gebeuren. En inderdaad, ook nu is iets belangrijks gebeurd. Iets heel ingrijpends. Jezus heeft openlijk gezegd dat Hij zal gaan lijden, veel zal gaan lijden, dat Hij gedood zal worden en op de derde dag opgewekt zal worden.
Het was de eerste lijdensaankondiging. Is dat de achtergrond dat Jezus nu het contact met Zijn Vader zoekt? Vormt dit de aanleiding voor deze ingelaste bidstond?

Jezus bidt. Dan gebeurt het: Zijn gezicht wordt anders en zijn kleding wordt stralend wit. Matteüs schrijft: ‘Zijn gelaat straalde als de zon en zijn klederen werden wit als het licht.’ Niet voor niets is dit in de traditie de Transfiguratie gaan heten. Een deftig woord voor gedaanteverandering. Jezus’ gedaante, zijn verschijning verandert. De heerlijkheid van God, diens glorie, straalt van Jezus af.
Het is adembenemend. Woorden schieten tekort. Vandaar dat de discipelen ook zwijgen…

Het eerste dat dus opvalt is dat Jezus verheerlijkt wordt, terwijl Hij in gebed is! Nu de weg van Zijn lijden steeds duidelijker voor Hem wordt en Hij er ook openlijk tegen Zijn discipelen voor uitgekomen is, zoekt Hij zijn Vader in het gebed. Jezus heeft dat nodig!
Laten we nooit vergeten dat Jezus ook volledig mens was. Een mens met zijn moeiten en angsten, juist ook wat die vreselijke weg van het lijden betreft. Op die weg zal Hij nu moeten gaan, stap voor stap. Daarbij is het gebed voor Hem dus onmisbaar.
Als Jezus dat nodig had, dan zeker ook wij, die toch christen heten. ‘Van Christus’ betekent dat letterlijk. Zouden wij op onze weg, de weg als gelovige, de weg als man of vrouw, de weg als vader of moeder, de weg als kind, als tiener, als jongere; zouden we op één traject van die weg zonder Gods licht kunnen, zonder Zijn inzicht, zonder Zijn kracht? Nee!!! Zoals Jezus niet zonder kon, zo zeker wij als zijn volgelingen ook niet.

Jezus bidt er om. Want zo afhankelijk is Jezus van Zijn Vader in de hemel. En daarom is die verheerlijking, die transfiguratie op de berg, in de eerste plaats als een antwoord van de Vader op het gebed van Zijn Zoon te zien. Een bemoedigend antwoord. Een antwoord vol uitzicht.
Je kunt namelijk ook vertalen dat Jezus' kleding ‘bliksemde’. Z'n verheerlijking heeft de uitstraling van een bliksemflits. Zo oogverblindend. En weet je, wanneer je datzelfde woord weer tegenkomt in het Lucasevangelie? Bij de opstanding en met betrekking tot de wederkomst van Jezus! Snap je: dat felle en stralende licht dat Jezus nu op die berg omgeeft, is een voorproef van de heerlijkheid die Jezus aan het eind van die lange, moeilijke en diepe weg van het lijden wacht! Dat is het einddoel van die verschrikkelijke weg: de heerlijkheid, de heerlijkheid van Zijn opstanding, de heerlijkheid van Zijn hemelvaart, de heerlijkheid van Zijn wederkomst. Nu al op de berg, krijgt Jezus een voorschot en een afspiegeling van wat Hem straks te wachten staat! Zo versterkt en bevestigt de Vader Zijn Zoon.

Die bevestiging komt ook tot uiting in de figuren van Mozes en Elia die zich plotseling op de berg bij Jezus voegen, wat die verheerlijking nog grootser maakt. Mozes is er als vertegenwoordiger van de Thora en Elia als vertegenwoordiger van de profeten. Ze spreken met Jezus over zijn ‘heengaan’. Letterlijk staat er: ze spreken met Hem over zijn exodus. De exodus, de uittocht uit Egypte, één van de centrale heilsdaden van God in het Oude Testament. Een heilsdaad van bevrijding en verlossing, die er ook telkens weer terugkeert, met name bij de profeten. Maar juist Mozes en Elia weten er alles van hoe die heilsdaad van Gods bevrijding helaas telkens weer geblokkeerd werd door het ongeloof van Israël. God bevrijdde zijn volk, maar het volk wilde er telkens weer niet aan en ging liever de afgoden achterna, werd weer liever slaaf.

Nu is er Eén gekomen, die al die blokkades kan weghalen. Eén die die exodus van God wél kan volbrengen, kan vervullen. Het is deze Jezus. Hij heeft steun nodig. En daarom zijn Mozes en Elia hier. Daarom gaan ze met Hem in gesprek. Een intensief en langdurig gesprek. Een gesprek over zijn exodus. Ze dringen er bij Jezus op aan Gods exodus te volbrengen, om Gods bevrijding te gaan vervullen.

Dat zal wel op een diepe wijze gerealiseerd gaan worden. Het gaat namelijk om zijn exodus, om Jezus' heengaan. Het gaat dus om Jezus' einde in Jeruzalem. Zo zal Jezus Zijn exodus gaan vervullen. En daarom zal Jezus deze berg ook weer af moeten. Het zal niet alleen letterlijk, maar vooral ook figuurlijk bergafwaarts met Hem gaan. Hij zal z'n weg van de vernedering moeten gaan. Hij zal al Zijn heerlijkheid moeten gaan afleggen. Z'n stralende witte kleding zal straks een purperen mantel geworden zijn. Purper, paars, de kleur van het lijden. Over z'n verheerlijkte gelaat zullen straks de druppels bloed stromen. Hij zal aan den lijve ervaren hoe ver mensen in hun blokkades gaan. Steeds meer verzet zal Hij gaan ontmoeten. Het ongeloof zal steeds harder worden. Totdat het z'n verschrikkelijke climax vindt in het ‘weg met Hem, kruisigt Hem.’ Maar tegelijk zal dat verschrikkelijke einde ook een nieuw begin zijn: de grote exodus, de grote bevrijding, waardoor die blokkades van ongeloof en schuld weggeruimd worden, waardoor mensen bevrijd worden van hun zonden. Ook die zonden die ons vanmorgen helder werden toen we in die biechtspiegel keken. Door Jezus’ exodus worden wij daarvan bevrijd. Dankzij Jezus’ diepste weg…

Maar van die weg wil Petrus niets weten. ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn, laten we drie tenten maken, één voor U, één voor Mozes en één voor Elia.’ M.a.w.: laten we met elkaar deze topontmoeting en deze topervaring vasthouden.’
Maar dat zou betekenen dat Jezus die weg, die exodus, niet gaat vervullen! Daarom grijpt God zelf in, na die opmerking van Petrus. Plotseling is er een wolk. Een wolk die Jezus met Mozes en Elia overschaduwt. De heerlijkheid wordt gedimd, zou je kunnen zeggen. En even later staat daar alleen nog Jezus. Om Hem gaat het immers.

Ja, toch? Ik sprak deze week een gemeentelid dat het nodige te verstouwen heeft gehad in haar leven. Tot op de dag van vandaag. Hoe ze het had volgehouden? Hoe ze het uithoudt? ‘Door Jezus’, zei ze kort en krachtig, ‘zonder Hem was ik nergens geweest.’ Jezus alleen dus. Als alles zou wegvallen, dan zou ze Hem overhouden. En dat is genoeg…
Om dat cruciale van Jezus te onderstrepen klinkt er een stem uit de wolk, de stem van God zelf: ‘Dit is mijn Zoon, mijn Uitverkorene, luister naar Hem.’ Dit, Jezus dus, de biddende Jezus, de verheerlijkte Jezus én de Jezus die zijn weg nu zal gaan, dit is Gods Zoon. De Uitverkorene, degene die door God uitgekozen is om die exodus te gaan vervullen.

‘Luister naar Hem.’ Daar ligt nu de nadruk op. De drie discipelen hadden vooral veel gezien: de verheerlijking, die wonderlijke transfiguratie, Mozes en Elia. Maar ze hadden niet zoveel gehoord, want van het gesprek tussen Jezus en Mozes en Elia hadden ze door de slaap veel, zo niet alles, gemist. Ze hadden er in ieder geval niet veel van begrepen, dat laat met name Petrus' reactie wel zien. Maar God zelf gaat het ook niet zozeer om zien, het gaat om horen. ‘Luister naar Hem.’

Dat vind ik ook zo bemoedigend voor ons. Want het zou kunnen, dat we vanmorgen een lichte jaloezie niet kunnen onderdrukken: ‘Ik wou dat ik er bij was geweest, daar op die berg. Dat ik Jezus had gezien, met veranderd gelaat, in het bliksemend wit. Dan had ik Hem gezien, samen met Elia en Mozes. O, wat zou dat een onuitwisbare indruk op me gemaakt hebben. M'n geloof zou echt niet meer stuk kunnen!’
Maar weet je, we hoeven niet jaloers te zijn, want voor het geloof komt het niet op zien aan, maar op horen! ‘Luister naar Hem.’ Het geloof is immers uit het gehoor, schrijft Paulus ergens. En wat dat horen betreft zijn we in feite niet minder af dan Petrus en de zijnen. Te horen valt er genoeg. Wat dacht je hiervan? Hierin klinkt diezelfde stem. Hierin ontdekken we door goed te luisteren, die stem van Jezus, die ons roept. Ook in het gedeelte dat we vanmorgen hebben gelezen.

Wat valt er dan te horen? Kort gezegd: dat de weg achter Jezus aan, ook de berg weer af gaat, de diepte in.
Tja, de berg af. In geestelijke zin bedoel ik dat. Misschien heb je ook wel van die gelovige topervaringen meegemaakt: de dag dat je belijdenis deed, dat moment dat je hier stond bij de doop van je kind, die keer toen je weer beter mocht worden na een ingrijpende ziekte, die ene conferentie, waarin je je zo dichtbij God voelde, enzovoort, enzovoort. Zulke momenten wil je vasthouden, die topervaringen in het geloof mogen wel voor altijd duren. Het liefst bouwde je bij wijze van spreken net als Petrus een tent om die bergtop van het geloof nooit meer te verlaten.

Toch moet je de berg weer af. Het alledaagse leven wacht. Het leven met z'n beslommeringen en z'n zorgen. Je moet de berg weer af. Maar ook daarin is er Eén die blijft, die we hopelijk misschien nu alleen maar beter gaan zien, eh horen. Want ook vallen die topervaringen weg, Jezus blijft over. Dat is toch uiteindelijk het slot van die verheerlijking op de berg. ‘Toen de stem verstomd was, was Jezus weer alleen.’ Jezus blijft over. De heerlijkheid is verdwenen, Mozes en Elia zijn even plotsklaps weg als ze gekomen zijn, maar Jezus is er nog. En zo is het nog steeds. Want kijk maar eens goed naar die weg die je moet gaan,  de weg door het diepe dal soms, op die weg staan al voetstappen. Je bent de eerste niet die er loopt. Er staan al voetstappen, de voetstappen van Jezus. Ja, kijk maar goed, er is geen deel op je weg, waar die voetstappen niet staan. Jezus is die lange weg van ons al gegaan. Hij is ons vóórgegaan, als wegbereider, als voleinder van het geloof. Hij bleef daarop gehoorzaam aan de wet en profeten. Hij bleef gehoorzaam aan Zijn Vader. Tot aan het kruis, tot het einde. En daarom werd dat einde tegelijk ook een nieuw begin. De weg liep niet dood, maar liep door. Een weg naar de heerlijkheid.

Die weg ligt er ook voor ons. Als je die weg gaat, in het gebed op Hem gericht, in het geloof horend naar Jezus, in het vertrouwen dat Zijn exodus volbracht is, ook voor jou, dan mag je weten dat je weg niet doelloos is, maar aankomt. Het is een weg naar de heerlijkheid. Een heerlijkheid die we dan zullen zien! 

Nu komt het op die weg inderdaad nog aan op horen. Luisteren naar wat Jezus zegt. In zijn woord, ook vanmorgen. Door zijn Geest, in je hart. Maar dat horen draagt toch de verwachting in zich om straks te zullen zien? Te zien, waar de drie discipelen op de berg al een glimp van zagen? De heerlijkheid.
Eens, aan het einde van onze weg, zal er dankzij Jezus, wat te zien zijn. Wat? Beter gezegd: alles. Want dan zullen we God zelf zien, van aangezicht tot aangezicht. Dan zullen we Jezus zien, de verheerlijkte Heer. Als je je daar nu al een beeld van probeert te vormen, ga je stamelen. Daarom geef ik tenslotte graag het woord aan degene naar wie onze kerk is vernoemd. Paulus. Die zei over die die heerlijkheid, die ons wacht: ‘Wat geen oog heeft gezien, wat geen oor heeft gehoord, en wat in geen mensenhart is opgeklommen, dat heeft God bereid voor degenen die Hem liefhebben.’ Zou je daar niet naar uitzien?

Amen

zingen                       Psalm 17:7 ‘O blij vooruitzicht dat mij streelt’ 

gedenken overleden gemeentelid

dankgebed en voorbede

collectemoment  

kindermoment

zingen           projectlied ‘Locatie Jeruzalem’

zegen

zingen           Lied 418:1,2 ‘God, schenk ons de kracht’