welkom en mededelingen
zingen Psalm 65:1
stil gebed
votum en groet
openingstekst ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde verkocht hij alles wat hij had en kocht die akker.’ (Matteüs 13:44)
zingen Lied 313:1,2,5 ‘Een rijke schat van wijsheid’
gebed om de verlichting met de Heilige Geest
schriftlezing Matteüs 6:19-24
tekstlezing ‘Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.’ (Matteüs 6:21)
zingen Psalm 119:3,13 ‘U dank ik, Heer, in opgetogenheid’
verkondiging thema: Schathemelrijk
Gemeente van Jezus Christus,
Is het u wel eens opgevallen dat Biddag vrijwel altijd in de Veertigdagentijd valt? Is dat eigenlijk niet veelzeggend?! Biddag maakt ons namelijk duidelijk dat we in alles afhankelijk zijn van God, van zijn zegen. Daar bidden we dan ook om, ook heel concreet, voor ons hele bestaan. We zijn immers behoeftige, afhankelijke mensen. ‘Wir sind Bettler. Das ist wahr’, zei Luther al, ‘we zijn bedelaars.’ Die bedelen bij de bron. Dat is – heel kort gezegd - Biddag.
Nou, dat rijmt toch helemaal op de bedoeling van de Veertigdagentijd, de Lijdenstijd voor Pasen?! Die tijd is immers bedoeld als tijd van inkeer: wie ben ik?
Die Veertigdagentijd begint met Aswoensdag. En die zet wat dat betreft gelijk de toon. Wie ik ben? Wat ik ben? ‘Stof zijt gij’ wordt op Aswoensdag gezegd. M.a.w.: vluchtig, nietig, kwetsbaar, sterflijk. Dat ben ik.
Bij die inkeer hoort niet alleen het diepe besef van wie ik ben, maar vooral ook van Wie God is voor mij. Wat betekent zijn Koninkrijk voor mij? Wie is Jezus voor mij? Wat betekent zijn weg voor mij?
Dat maakt die Veertigdagentijd niet alleen een tijd van inkeer, maar ook van békering, berouw en vernieuwing. En dat gaat nooit zonder gebed. Dus Biddag en Veertigdagentijd rijmen op elkaar. Het is alleszeggend dat die Biddag vrijwel altijd in deze tijd valt.
Over inkeer en zulke cruciale vragen gesproken. Daar gaat ons tekstgedeelte in feite ook over. Over de kernvraag: ‘Waar draait het om in ons leven?’ Of zoals Jezus zegt in onze tekst: ‘Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.’
Het hart is in de Bijbel de kern van je bestaan. De onderkant van je verstand zeg maar. Daar huizen de diepste gedachten. Maar daar zit ook je gevoel. En daar vallen de beslissingen.
En je ‘schat’ is dat wat kostbaar voor je is, waar je je hart op zet, waar je in investeert in je leven. Of zoals ik ergens las: ‘Als je je leven zonder dat ene of die ene niet kunt voorstellen, weet je dat het om een schat gaat. Je hebt je ermee geïdentificeerd, het is een deel van jezelf geworden.’ Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn… Wat is onze schat? Waar draait het om in ons leven? Waar kunnen we eigenlijk niet zonder?
Om het nog scherper te krijgen, helpt Jezus ons. Hij vereenvoudigt het voor ons. Hij heeft het namelijk over twee soorten schatten, die wel uiterst verschillend zijn en een wereld van verschil uitwerken: aardse en hemelse schatten.
Jezus zet het op scherp. Ook vanavond voor ons. Welke van de twee verzamelt u? Waar investeer jij in? Waar is uw hart op gericht? Waar identificeer ik me mee? Met de aardse of de hemelse schatten?
Bij die aardse schatten denken we misschien automatisch aan geld en goed. Eigentijdser gezegd: aan je inkomen, je bonussen, je aandelenpakket, je polissen, je huis, je boot, je telefoon, je spelcomputer, enz. enz. Maar we moeten het echt breder zien. Alles waar je je op aarde in kunt verliezen, kan een schat worden. Dat kan je geld zijn, maar ook je geliefde, je werk, je hobby, je sport, je favoriete club, je outfit, je uitstraling, je gezondheid.
Oh, maar mag je je daar niet mee inlaten dan? Hebben dan die mensen toch gelijk die die Bergrede, waar deze woorden instaan, eigenlijk alleen betrekken op mensen in een klooster. Die afstand hebben gedaan van die aardse schatten. Nee, dat geloof ik niet. De Bergrede is bedoeld voor iedere leerling van Jezus. Die in deze wereld leeft en daar geen afstand van hoeft te doen. Juist op deze Biddag beseffen we dat toch, als we ons hele bestaan aan God opdragen.
Dus ja, geld hebben we, en spullen, en geliefden, onze gezondheid, onze hobby’s, onze sport, onze gadgets. Zeker. Maar Jezus heeft het over schatten verzámelen. En dat gaat verder dan ze alleen hebben. Nee, ‘verzamelen’ betekent ze als kostbaar goed opslaan, je hart erop zetten, er je zekerheid aan ontlenen.
Maar daar haalt Jezus een streep door. Hoe safe zijn die aardse schatten eigenlijk? Het zijn nooit echte zekerheden. Ze zijn immers vergankelijk.
Jezus maakt dat op een beeldende manier duidelijk, die zijn hoorders direct herkenden. Wat die prachtige kleding of de aankleding van je huis bijvoorbeeld betreft: voor je het weet zit de mot erin. In Jezus’ dagen stikte het van die kaalvretende beestjes. Waardoor je kleding en aankleding vol met gaatjes zat.
Kostbare metalen? Die kunnen gaan roesten.
En als je schatten niet slijten en vergaan dan worden ze wel gestolen. De huizen in die tijd waren zeer inbraakgevoelig. Een inbreker groef zo een gat door de lemen muur van een huis. Dus met al die schatten was je allesbehalve safe.
Kort gezegd: die aardse schatten hebben geen eeuwigheidswaarde. Ze zijn niet echt duurzaam en onvergankelijk. Ook niet die andere schatten in bredere zin, waar ik het eerder over had. Uiteindelijk houd je van dat alles niets over. Dan past het allemaal op een kar, las ik ergens.
Nou, afgelopen zaterdag zag ik dat nog. In de aula van de IJsselhof. De kist met de overledene erin, stond inderdaad op een kar. Een kar, die na de afscheidsdienst door de open deuren uitgereden wordt, op weg naar de begraafplaats of het crematorium. Stof zijt gij…
Maar ook daarvoor blijken die aardse schatten je niet te geven, waar je ten diepste naar verlangt. Je kunt denken: hoe meer ik daarvan heb, hoe beter ik alles kan regelen, des te geruster ik me voel, hoe safer ik ben. Maar dat is pure schijn. Hoe meer je hebt, hoe groter de onrust. Want wat je hebt, kun je verliezen. Dat leert iedere crisis ons, of die nu economisch of persoonlijk is. En aan het eind wacht de dood: de grote gelijkmaker. Dan moeten we allemaal alles loslaten. Wat rest, past op een kar, en zelfs dat wordt stof… Zo krijgt deze woensdag, deze Biddag, ook iets van een Aswoensdag.
Maar dat is niet het enige, want Jezus wijst ons ook op wat wel waardevast en duurzaam is, wat eeuwigheidskwaliteit heeft, waar je wel safe mee bent: ‘Verzamel schatten in de hemel.’
Wat bedoelt Jezus daarmee? Dat wat je krijgt als je in de hemel komt? Maar ‘hemel’ betekent in de bijbel lang niet altijd de plaats waar je al dan niet naar toegaat na je dood. De hemel is in de Bijbel vooral Gods dimensie van de werkelijkheid. Bovendien moeten we niet vergeten dat onze tekst in het Matteüsevangelie staat. Daar kan ‘hemel’ ook gewoon een equivalent zijn voor God zelf. Dat heeft te maken met de doelgroep waar Matteüs allereerst zijn Evangelie voor schreef: de Joden. En die spreken de naam van God liever niet te pas en te onpas uit. Daar houdt Matteüs dan ook rekening mee. Daarom heet het ‘Koninkrijk van God’ in zijn evangelie ook steevast het ‘koninkrijk der hemelen’. Vandaaruit geredeneerd zijn die schatten ‘in de hemel’ dus die schatten die te maken hebben met God. Met Zijn aanwezigheid.
In de Veertigdagentijd doe ik mee met de zgn. ‘Ignatiaanse gebedsretraite’ . Iedere dag ontvang je in je mailbox een bijbelgedeelte, met daarbij persoonlijke vragen ter overdenking en om te bidden. Vandaag was het een tekst uit Deuteronomium 4, waar Mozes zegt: ‘Want welk volk, hoe groot ook, heeft goden zo dichtbij als wij de HEER, onze God, telkens als wij Hem om hulp roepen? En welk volk, hoe groot ook, heeft wetten en regels zo rechtvaardig als het onderricht dat ik u nu geef?’ Is dit niet zo’n hemelse schat? De aanwezigheid, de nabijheid van God, juist als we Hem om hulp roepen. En zijn geboden die zo rechtvaardig zijn, die je de rechte sporen wijzen, voor een begaanbare weg door dit leven, die recht doet, aan God, aan de ander, aan jouzelf. Dat zijn toch hemelse schatten, die alles te maken hebben met Gods dimensie?!
Kijk, in ons tekstgedeelte vult Jezus die hemelse schatten niet verder in. Maar vanuit de hele Schrift kunnen we die wel ontdekken toch? De liefde bijvoorbeeld. Heeft die niet alles met Gods dimensie, met Hemzelf, te maken?! God ís immers liefde. Hij heeft ons eerst liefgehad. Dat is ook zo’n cruciaal verschil met die aardse schatten. Die kunnen genadeloos zijn. Mammon, de afgod van het geld en het goed, die mat je alleen maar af. Die is nooit tevreden. Die zorgt alleen maar voor onrust, want je hebt nooit genoeg. En dat geldt voor alle afgoden, die zulke aardse schatten kunnen worden. Ze zijn genadeloos.
Maar God is de enige Heer die genadig voor je zal zijn. Wiens liefde echt onvoorwaardelijk is. Die zich in Jezus aan jou geeft. Ja, Jezus en zijn onderwijs, zijn weg, zijn verdiensten: dat zijn hemelse schatten, die nooit vergaan, die je wel rust geven, waardoor je safe bent. ‘Veilig in Jezus’ armen. Veilig aan Jezus’ hart.’
Gods koninkrijk is ook zo’n schat. We begonnen er de dienst mee: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker.’ Ja, dat Koninkrijk is verborgen. Je moet er naar zoeken. Het is Gods nieuwe wereld, die nog niet volledig is doorgebroken, maar tegelijk in Jezus al gekomen is. Die door zijn Heilige Geest in je werkt. Ja, de Heilige Geest en zijn werk, is ook zo’n hemelse schat. Zijn vrucht die Hij in je wil laten groeien en rijpen, met die prachtige eigenschappen van liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, enz. Ten diepste allemaal eigenschappen van Jezus zelf, die je je mag toe-eigenen, waar je je in mag oefenen, met vallen en opstaan. Al deze schatten maken je schathemelrijk. Alleen deze schatten…
Vandaar dat Jezus ons ertoe oproept: ‘Verzamel schatten in de hemel.’ Heel actief dus. Dat betekent keuzes maken. Waar je naar kijkt en hoe dat je doen en laten bepaalt. Wie je dient: die Mammon of God. Het is van tweeën één. Met een onverdeeld hart. Je op die genoemde schatten richten. Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. Dit is een levenslange oefening en ook een strijd. Die aardse schatten zijn nu eenmaal tastbaarder en makkelijker voorhanden dan die hemelse. Naar die hemelse schatten moet je echt zoeken, voor die aardse val je vaak zonder nadenken.
Wat kan helpen om die hemelse schatten te verzamelen, om je daar op te richten? Volgens mij lees je dat voor ons tekstgedeelte in Matteüs 6. Je moet dat thuis nog maar eens lezen. Jezus heeft het daar over respectievelijk geven, bidden en vasten.
Je zou kunnen zeggen dat dit drie disciplines zijn - en niet voor niets lijkt het woord discipline op discipel; een discipel van Jezus kan niet zonder discipline - deze drie disciplines van geven, bidden en vasten helpen je echt om aardse schatten meer los te laten en de hemelse te zoeken.
De eerste discipline is die van het geven. Iemand zei: ‘Geven opent de deur naar de vrijgevigheid van onze hemelse Vader.’ Mooi gezegd. Door te geven kom je dichtbij onze gulle God, verkeer je in zijn dimensie zeg maar. Dat kan het geven van een gift zijn aan een goed doel, maar ook aan iemand persoonlijk die minder heeft. Maar ook het geven van je tijd, van aandacht en concrete hulp hoort hierbij. Hierdoor doorbreek je ook de verslaafdheid aan aardse goederen en andere obsessies. Zo ga je in het spoor van onze Heer, die alles gaf voor ons.
De tweede discipline is die van het gebed. Daardoor richt je je op God. Niet voor niets leert Jezus in dat gedeelte ook het Onze Vader. Dat gebed begint niet met onze aardse behoeften en verlangens, maar met Gods naam die moet worden geheiligd, met Zijn Koninkrijk dat moet komen, met Zijn wil die moet worden gedaan. Door te bidden verbind je je hart met die schatten, met God zelf, de grootste schat.
De derde discipline is die van het vasten. Daardoor leer je los te komen van aardse goederen, van waar je zo makkelijk aan vast kunt komen te zitten, aan verslaafd kunt raken, zoals alcohol, je telefoon, de socials, enz. Daar een tijd afstand van nemen en je in die vrijgekomen tijd juist richten op God en zijn Koninkrijk, verbindt je hart met de hemelse schatten.
De Veertigdagentijd is vanouds ook een vastentijd. Een periode om extra te geven en te bidden. Om tot inkeer te komen waar het werkelijk om draait. Om de hemelse schatten. Om Wie het werkelijk draait: Jezus Christus, Die de hemel verliet, die arm werd om ons rijk te maken. In en door Hem zijn we schathemelrijk.
Lof zij U, Christus. Amen
zingen Opwekking 544 ‘Meer dan rijkdom’
geloofsbelijdenis met de woorden van zondag 45 (vr. en antw. 116-118) over het gebed
dankgebed en voorbeden
collectemoment
slotlied Lied 422:1,3 ‘Laat de woorden die we hoorden’
zegen