luiding van de klokken – stilte - vooroefening 

muziek           Uit: Oratorium ‘Jona’ - Giacomo Carissimi (1605-1674) 

welkom en mededelingen 

zingen                       NLB 538:1, 2 en 4 Een mens te zijn op aarde 

stil gebed 

votum en groet      

aanvangstekst        ‘Uit de diepte roep ik tot U, HEER’

zingen           NLB 130a Uit angst en nood stijgt mijn gebed 

gebed om de verlichting met de Heilige Geest 

schriftlezing 1 Jona 1:1-4 

zingen           NLB 178:1, 3, 4, 5 en 6 Wie wil uit zijn hokje komen 

schriftlezing 2         Jona 1:15-2:11 

zingen           NLB 178:7, 8 en 9 

schriftlezing 3         Matteüs 12:38-42 

zingen           NLB 178:13, 14 en 15 

verkondiging      n.a.v. Glas 30 'Jona en de walvis'

Gemeente van Jezus Christus,

 

Grandma, we are Jonah,

Rolling along

In the teeth of the whale

 

Aldus Mike Scott van The Waterboys (what’s in a name trouwens).

Vertaald:

 

Oma, wij zijn Jona

Voortrollend

tussen de tanden van de walvis

 

Dit heerlijke liedje popte in mij op toen ik de afgelopen week het Jonaglas bekeek. Dat hangt hier hoog in de kerk. In het transept, oftewel de dwarsbeuk, vlak voor het koor. U ziet het ook op de liturgie en op het scherm.

 

Glas 30a Hele Glas

 

Het glas werd omstreeks 1565 door het gilde van de viskopers aan de kerk geschonken. Ook in die tijd deden ze dus al aan sponsoring, want bovenaan het glas is het embleem van genoemd gilde te zien, met z’n drie vissen. 

Glas 30b Vissenembleem

En wie was de schutspatroon van dat gilde? Juist: Jona.
Ik vind dat humor. Jona, die zelf in een vis belandde, wordt de schutspatroon van het gilde van viskopers.

 

Dirck Crabeth ontwierp en schilderde het glas. Het is een prachtig glas geworden. Eenvoudig, maar heel expressief.

We zien Jona, die door de vis op het droge wordt uitgespuwd. Nou, op het glas lijkt Jona eerder bijna triomfantelijk uit de opengesperde bek van de enorme vis te stappen: ‘rolling along the teeth of the whale’… Jona stapt ook over een stel vervaarlijke tanden heen.

Glas 30c Tanden

Dan denk je: klopt die naam van dat glas dan wel? ‘Jona en de walvis’… Een walvis heeft niet van die grote tanden. Die heeft baleinen om het zeewater te filteren, waardoor het plankton in z’n maag verdwijnt en het zeewater weer terug kan.

Nou ja, het verhaal zelf heeft het niet over het specifieke soort vis. Daar heet-ie slechts ‘een grote vis’. Of het nu een potvis, een walvishaai of een andere haai is; dat wordt niet vermeld.
Het heeft de fantasie van de kunstenaars natuurlijk wel geprikkeld. Ook die van Dirck Crabeth. Op het carton - oftewel de ontwerptekening - is die nog meer losgegaan. 

Glas 30d Carton

Daar is de hele vissenbek één en al vervaarlijke tand. Alsof het een scène uit de film Jaws is! Daar lijkt Jona de vis wel uit te sprinten, met grote ogen van schrik en opluchting. Wat wil je bij zo’n monsterlijke vis!

In de bovenrand van het glas zien we wat hieraan voorafging. Linksboven zien we de skyline van Ninevé.

Glas 30e Ninevé

Jona wordt geroepen om daarheen te gaan en de inwoners aan te klagen vanwege het kwaad dat ze doen in Gods ogen.
Maar Jona wil niet. In plaats van naar het oosten te gaan (waar de zon opkomt) gaat hij naar het westen (waar de zon ondergaat): precies de andere kant op. Hij vlucht, weg van de HEER. De profeet wordt een deserteur.

 

‘We are Jonah – wij zijn Jona’, zongen The Waterboys. Ook hierin? Deserteren, weglopen voor je roeping? Weet je nog: je stond eens voor Gods aangezicht bij je huwelijk, bij het doopvont, bij je belijdenis, bij je bevestiging als ambtsdrager. Weet je nog wat je toen beloofde? Maar hoe staat het daar intussen mee? Of toen je weer beter werd na een ingrijpende ziekte, toen je een persoonlijke crisis te bovenkwam met Gods hulp. Wat je Hem toen beloofde. En wat is er terechtgekomen van die belofte?

Het laten sloffen. Er geen zin meer in hebben. Ervoor weglopen. Laten we eerlijk zijn, gemeente: het kan ook ons gebeuren. ‘We are Jonah’…
Jona vlucht weg. Letterlijk staat er: hij daalde af naar Jafo, daalde af in het schip dat hem naar Tarsis moet brengen. Het is één grote afgang. Maar goddank is hij niet buiten het bereik van God. Z’n vaders naam zegt het al: ‘Jona, de zoon van Amitai’. ‘Amitai’ betekent ‘God is trouw’. Maar niet alleen aan Jona…

Hij moet leren dat Gods heil niet alleen voor hem en zijn geloofsgenoten bedoeld is, niet alleen voor Israël, maar voor alle mensen. Zelfs voor de grootste vijanden van Israël, want dat was het rijk van de Assyriërs, waar Ninevé later de hoofdstad van werd.
Ook in Ninevé wonen mensen, schepselen van God, voor wie Zijn heil bedoeld is en waar het kwaad gestopt moet worden. Jona wordt geroepen dat te gaan verkondigen, maar hij wil er niet aan.
‘We are Jonah…’ Laten we wel wezen: de tendens om dingen voor onszelf te reserveren, als kerk vooral naar binnen gericht te zijn, maar ook als volk onszelf voorop te zetten: die neiging is niet uitgestorven. Integendeel. Ik hoorde afgelopen vrijdag een man op de radio spreken over vluchtelingen. Hij was faliekant tegen een AZC in zijn plaats. Er moesten van hem zoveel stuks naar een naburige grotere plaats, en zoveel stuks daarnaartoe en vooruit: 25 stuks konden dan wel in zijn eigen woonplaats opgevangen worden. Alleen al dat woord ‘stuks’. Alsof het over dingen ging. Je ziet dat ook in oorlogstijd. Hoe snel er ontmenselijkt wordt. Maar of het nu over slachtoffers of vluchtelingen, of wie dan ook: het zijn mensen. Mensen zoals u en ik, mensen met een verhaal, met een ziel, met een verleden, een heden en hopelijk een toekomst. Mensen met geliefden. Mensen boven alles van God, bedoeld voor zijn heil.

Jona moet het leren, ontdekken. Net als wij: ‘We are Jonah…’

 

Jona de deserteur. Ach, hij mag dan wel wegvluchten voor God. Dat kan natuurlijk helemaal niet. Een Psalm zegt het zo treffend:

 

‘Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,

hoe aan uw blik ontkomen?

(…)
Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,

al ging ik wonen voorbij de verste zee (!),

ook daar zou uw hand mij leiden,

zou uw rechterhand mij vasthouden.’


Jona ervaart het. Aan den lijve. Best hardhandig, als ik het zo zeggen mag. God achterhaalt hem. Middels een grote storm. Het schip, waarin Jona ligt te slapen nota bene, dreigt te vergaan. De zeelieden komen erachter dat Jona de oorzaak is. Hij erkent dat ook. Uiteindelijk wordt hij, op zijn eigen verzoek, letterlijk gejonast in de zee. Op het glas zien we rechtsboven de vis al wachten om hem op te slokken. 

Glas 30f Gejonast

De vis is hier wit, als een Moby Dick… Jona verdwijnt in het ingewand van de vis. Hij zakt dus nog dieper. De afgang is compleet. Of … of… wijzen die drie dagen en die drie nachten die Jona in de buik van de vis verblijft op iets anders, op Iemand anders?

 

Op het dieptepunt begint Jona te bidden. Het is een aangrijpend, maar ook heel beeldend gebed. ‘Het lied van Jona’ is het gaan heten. Het klinkt ook als een lied. Wat zeg ik? De geoefende bijbellezer hoort er allerlei Psalmregels in terug. Uit Psalm 116, 18 en 42 bijvoorbeeld. Ik vind dat zo bijzonder. Juist op de bodem van z’n bestaan liggen voor Jona blijkbaar zulke Psalmregels die in hem naar bovenkomen, die hij kan meebidden, vanuit de diepte.  
Juist met die Psalmen. Dat deed me denken aan twee vrouwen uit mijn vorige gemeente. Toen het leven hen toelachte waren ze gek op Opwekkingsliederen en allerhande worshipsongs. Maar toen ze in de crisis raakten, -  bij de één een huwelijkscrisis, bij de ander een psychische crisis - toen grepen ze allebei juist naar de Psalmen. ‘Die Opwekkingsliederen zeggen me nu niet zoveel’, zei er één, ‘maar die Psalmen verwoorden precies hoe ik me voel, en hoe ik God nodig heb.

Weet je, soms kun je amper de woorden vinden om te bidden. Zo diep kun je zitten. Zo leeg kun je zijn. Zo sprakeloos. Voor jezelf. Voor een ander. Neem dan net als Jona die Psalmen ter hand. Bid ze. Daar zijn ze voor bedoeld. Net als Jezus deed. Ook in zijn diepste lijden. Toen bad Hij de Psalmen. Zo uitte Hij niet alleen, maar inde Hij vooral het vertrouwen in zijn hemelse Vader.

 

Dat die liederen nu bij Jona naar boven komen, betekent ook dat hij ze gekend moet hebben. Uit z’n hoofd. Tenminste, ik ga er niet vanuit dat er een boekenkast in die buik van die vis stond. Zonder gekheid, zo zeggen wij dat: liederen uit je hoofd leren. De Engelsen zeggen het eigenlijk veel mooier: ‘learning by heart.’ Ze liggen dan op de bodem van je hart. En ze kunnen dan ook naar boven komen, als je dat nodig hebt. Zoals hier bij Jona. Maar dan moet je ze wel kennen. Hoe belangrijk is het dus als kinderen Psalmen en andere geloofsliederen leren, uit het hoofd, by heart. En we dat blijven doen. Daar heb je je leven lang profijt van.
Toen mijn oma heel oud geworden was, was ze nagenoeg blind. Ze kon niet meer lezen. Maar als ze naar buiten staarde, naar het licht, dan begon ze uit haar hoofd een Psalm op te zeggen: ‘Het ruime hemelrond vertelt met blijde mond Gods eer en heerlijkheid.’ En ze begon erbij te stralen. En toen ze wist dat haar leven hier ten einde liep, toen citeerde ze eindeloos - op de wijze van Taizé zeg maar - het slotcouplet van Psalm 17: 

 

Maar (blij vooruitzicht, dat mij streelt!)
Ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen,
U in gerechtigheid aanschouwen,
Verzadigd met Uw Godd'lijk beeld.

 

Ik ben het nooit meer vergeten. Ze ademde de Psalmen. Zalig ben je, als je dat ook doet. Net als Jona dus, in de buik van de vis.

 

Tot slot. Jona is eigenlijk ook een Paasverhaal. Hoor maar wat hij bidt in vers 7: ‘U trok mij levend uit de dood omhoog, o HEER, mijn God!’
Die vis staat ten diepste voor de dood. Dieper kon Jona niet zinken. Drie dagen lang. Dat rijmt toch helemaal op het verhaal van dé profeet, die ook koning en priester is: Jezus Christus. De Opgestane.


De glazenier heeft dat ook krachtig uitgedrukt in de banderol
, de tekstrol,

Glas 30g Banderol 1
die Jona vasthoudt en waar hij met z’n rechterhand naar wijst
: ‘Ecce plus quam Jonas hic.’

Glas 30h Banderol 2

Latijn voor: ‘Zie, meer dan Jona is hier!’ Het zijn woorden van Jezus zelf uit het Evangelie. We lazen ze. Jezus spreekt daar over het teken van Jona. Zoals hij drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Zoon des Mensen drie dagen in het binnenste van de aarde blijven. Zoals de vis Jona uitspuwde, zo zal de dood Jezus niet kunnen houden.

 

Prachtig is dat weergegeven op Paasiconen die we in de Oosterse kerk vinden. Neem deze:

 

Paasicoon

 

Dit is toch een soort beeldrijm op het glas? De aarde is opengebarsten en het lijkt wel op die opengesperde bek van die vis bij Jona, maar dan verticaal. En hier stapt Jezus naar buiten. Ja, meer dan Jona is hier. Want hier is het geen individueel gebeuren. Nee, Jezus is omgeven door koningen en profeten, apostelen en andere bijbelse figuren. Zij allen hebben profijt van wat gebeurt met Jezus’ opstanding.
‘Meer dan Jona is hier.’ Kijk maar wat beneden ligt: een stel verbrijzelde deuren. De deuren van de hellepoort die door de Opgestane zijn verbroken. Jezus trekt een oude man uit het graf. Het is Adam. De eerste mens. Jezus trekt hem uit het dodenrijk omhoog: opgewekt tot een nieuw leven.

Adam betekent ‘mens’. Dus het gaat hier over u, over jou en mij . Zo’n icoon schildert het je voor ogen, net als het Evangelie: de Opgestane pakt ook jou bij de hand om je uit de dood vandaan te trekken. Om je uit je verlorenheid omhoog te halen. Om je op te wekken tot een nieuw bestaan.
Of zoals Tom Naastepad dichtte, bij Jona en bij Hem die meer is dan Jona, bij Jezus Christus en ons:

Als wij slapen zult Gij waken;

die als Jona in het water

uit de diepte en verlaten

riep en niets dan onheil vond.

 

Gij hebt, uit de dood verrezen,

't boos getij terecht gewezen,

en het water zal U vrezen,

't water brengt ons weer aan land.

 

Hoe hebt Gij ons lot gedragen

om het oude te begraven,

Jezus, goede hoop en haven,

uitzicht van het nieuwe land.

 

Amen

de cantorij zingt     Clamavi de tribulatione mea van Philippe de Monte (1521-1603)

gezongen geloofsbelijdenis met Hemelhoog 523 

dankgebed en voorbeden

inzameling van de gaven     Tijdens de collect zong de cantorij Behold the Lamb of God uit The Messiah van Georg Friedrich Händel

zingen           LvdK 345:1, 2, 4, 5, 6 en 7 Meester aller dingen

zegen

uitleidend orgelspel          Improvisatie over het lied van Jona, NLB 155 Zijt Gij mijn God

Met dank aan de Stichting Goudse Sint-Jan voor het ter beschikking stellen van de afbeeldingen.