zingen Psalm 118:9 ‘Dit is de dag die God deed rijzen’
stil gebed
votum en groet
openingstekst ‘Juich, vrouwe Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde
Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin. (Zacharia 9:9)
zingen Lied 556:1,4,5 ‘Alles wat over ons geschreven is’
lezing van de Tien Woorden Uit Deuteronomium 5 en de samenvatting uit Deut. 6:4,5
zingen Lied 316:1,4 ‘Het woord dat u ten leven riep’
gebed om de verlichting met de Heilige Geest
kinderen naar kindernevendienst
schriftlezing
tekstlezing 'De talloze mensen die voor Hem uit liepen en achter Hem aan kwamen, riepen luidkeels: 'Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hoogste hemel!'
zingen Lied 554 ‘Welkom, welkom, koning Jezus’ (s.v.p. een keer voorspelen)
verkondiging Thema: Hosanna!
Gemeente van Jezus Christus,
Het is alweer acht jaar geleden, maar ik ben het nooit meer vergeten.
Het was tijdens een viering van de Arkgemeenschap. De Arkgemeenschap is een leef- en woongemeenschap voor mensen met een verstandelijke beperking.
Het ging die middag over de intocht van Jezus in Jeruzalem.
In de Ark beelden ze de Bijbelverhalen graag uit. Een meisje speelde Jezus. Ze stuurde er twee discipelen op uit om een ezel te zoeken. Dat ging letterlijk op rolletjes, want de houten ezel had wielen! Toen Jezus op die rijdende ezel had plaatsgenomen, kon de intocht beginnen. Alle aanwezigen stelden zich in twee rijen op, zwaaiend met gekleurde paastakken, terwijl we 'Hosanna, hosanna, hosanna in de hoge!' zongen. Discipel Paul, die voorop liep, had zó de smaak te pakken, dat hij nóg een keer wilde. En de rest ook. Dus toen kwam Jezus voor de tweede keer Jeruzalem binnen. Met evenveel vreugde en enthousiasme.
Het rijmde voor mij helemaal op ons tekstgedeelte van vanmorgen: de originele intocht van Jezus, in die laatste week voor zijn sterven. De mantels die op de weg gelegd worden. De takken die van de bomen gebroken worden, om daarmee te zwaaien en die ook op straat te leggen: als een groene loper voor Jezus. De juichkreten die klinken. De lof voor de Zoon van David. Ja, als een koning wordt Jezus binnengehaald. Als dé Koning, de beloofde Messias.
Of? Of…?
Ja, gemeente, dit is wel een verhaal met twee gezichten. Een verhaal van tegenstellingen ook. Kijk maar hoe het eindigt. Als Jezus de stad binnengekomen is, roepen de Jeruzalemmers: ‘Wie is die man?’ Ze lijken Hem niet eens te kennen. Dat zal toch niet. Z’n roem was Hem immers vooruitgesneld. Is die vraag niet vooral een uitroep vol minachting. Zo van: ‘Wie is die kerel?’
De menigte die met Hem meegekomen is, die genoeg met Hem meegemaakt heeft, die heeft wel een antwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet.’ Nee, ze noemen Hem nu niet de koning, de Messias. Maar de profeet. Niet ‘een profeet’, maar ‘dé profeet.’ Maar dan wel weer uit Nazaret, uit Galilea. En tja, Nazaret. Kan daar iets goeds uit voortkomen, was toen de gangbare mening. En Galilea? Daar kennen ze de wet niet, vond de geestelijke elite in Jeruzalem. Galilea, dat is achtergebleven gebied.
Dus het slot van het liedje is eigenlijk een anticlimax. De hosannastemming is helemaal omgeslagen. Een voorbode van wat volgt. Zoals de slotregel van dat lijdenslied zo treffend, maar ook aangrijpend, verwoordt: ‘Heden hosanna, morgen kruisig Hem!’
En Jezus zelf? Tijdens de rijtocht zelf zegt Hij niets. Hij zwijgt.
In een museum in het Duitse Freiburg staat dit beeld.

Dat is niet onbeschadigd door de tijd heengekomen. Kijk maar. Het houten beeld stamt ook al uit 1350. Maar het is vooral veelzeggend, want hoe hebben ze Jezus zelf niet geschonden!
Het is een eenvoudig beeld, maar vooral het gezicht van Jezus fascineert. Hier ziet u een close-up:

Die past helemaal bij de zwijgende Jezus. De blik is naar binnen gekeerd. Hij kijkt niet naar de opgewonden menigte. Hij wuift niet. Alsof Hij, door al dat gedruis heen, al ziet wat er volgen gaat. Inderdaad: ‘Heden hosanna, maar morgen kruisig Hem’. Zijn ogen staren in de verte naar wat niemand om Hem heen kan zien.
Jezus rijdt Jeruzalem binnen op een ezel. Een ezelsveulen zelfs, waar nog nooit iemand op gereden heeft. Hij zal rechtstreeks naar de tempel gaan. En wat voor de tempel bestemd is mag een mens niet eerst voor iets anders gebruiken. Vandaar dat Jezus een ezeltje gebruikt dat nog door niemand bereden is. Het is echt een heilig ezeltje. Maar vooral Degene die het ezeltje draagt is heilig. Apartgezet voor God. Uitgekozen door God om z’n allerheiligste daad te gaan verrichten: het geven van zijn eigen bloed, z’n eigen leven, als ultieme offer. Eens en voor goed.
Jezus rijdt Jeruzalem binnen op een ezel. Niet op een paard. Kijk, Pilatus de stadhouder had ook intocht gehouden in Jeruzalem. Net als later de Romeinse veldheer Vespasianus dat zou doen, toen Jeruzalem veroverd en verwoest zou worden. Deze beide Romeinen zaten op een paard. Op een strijdros.
Maar zo’n heerser is Jezus niet. Nee, de profeet Zacharia had het al voorzegd: ‘Kijk je koning is in aantocht. Hij is zachtmoedig en rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdier.’
Paarden en strijdwagens waren de tanks van die tijd. Paarden waren levend oorlogsmaterieel. Een ezel niet. Dat Jezus dus op een ezel zit, is veelzeggend. Hij is de vredevorst. Hij is zachtmoedig. Hij komt niet om te heersen, maar om te dienen, niet om levens te nemen, maar om zijn eigen leven te geven als een losprijs voor velen.
Is onze Heer op een ezel ook niet veelzeggend voor onze tijd, gemeente? Zowel in Rusland als in Amerika zijn er presidenten, die zeggen dat ze door Jezus en het christelijk geloof geïnspireerd te zijn. Dat ze hun land onder God willen brengen. Maar intussen staan hun woorden en daden, hun beleid, haaks op de Jezus die we hier in het Evangelie zien. Bij hen zien we geen zachtmoedigheid, geen dienstbaarheid, geen vredelievendheid. Onder een schijnbaar christelijke saus gaat het om machtsvertoon, om dreigementen, om egocentrisme, om vernedering en vernietiging.
En tegelijk denk ik aan Paulus’ woorden ‘Wie staat, zie toe dat hij niet valle.’ Met andere woorden: als we wijzen naar een ander, wijzen er drie vingers naar onszelf. Dus: hoe dienstbaar, hoe zachtmoedig, hoe vredelievend zijn wij? Zijn Jezus’ trekken ook in ons leven herkenbaar?
Jezus zit op een ezel. Geen strijdros, maar een lastdier. Bedoeld als levende vrachtwagen dus. In de grondtekst wordt trouwens een woord voor ezel gebruikt, dat letterlijk betekent: ‘een dier dat onder het juk gaat.’ En ook dat zegt alles over Hem die erop zit: Jezus. Hij zal immers hét juk dragen. Het juk van de zonden van de hele wereld. De last van alles wat op ons drukt. Hij zal het dragen.
Daar lijken al die mensen bij Jezus’ intocht geen oog voor te hebben.
Of? Of…?
Ik zei al: dit is een verhaal met twee gezichten. En zelfs in die roep ‘Hosanna!’ zit die dubbelheid. Wij kennen ‘Hosanna!’ vooral als een blijde uitroep, als een uitdrukking van grote vreugde. Niet voor niets kennen we in onze taal ook de uitdrukking: hosannastemming. Dan zijn mensen opgetogen, dan kunnen ze hun geluk niet op.
Dat hebben de mensen ook die omringen, als Hij de stad binnengaat. Ze leggen de loper voor Hem uit. Die hosannastemming is zelfs letterlijk van toepassing, want ze roepen uit alle macht: ‘Hosanna voor de Zoon van David (…) Hosanna in de hoogste hemel!’
Dat ‘hosanna’ komt uit het Hallel, oftewel Psalm 113 tot en met 118. Het zijn de lofpsalmen die gezongen worden bij de grote feesten van Israël: zoals het Pascha en het Loofhuttenfeest.
In Psalm 118 klinkt in vers 25 in het Hebreeuws: ‘Hosji-ana!’ Weet u wat dat letterlijk betekent? ‘Red ons toch!’ Het is een roep om redding, een roep om ontferming, tot God.
Hier hebben we dus ook die twee gezichten, dat dubbele. In dat Hallel, in die uitbundige lofpsalmen, die horen bij de feesten van Israël, en die nu klinken bij Jezus’ feestelijke intocht, wordt letterlijk geroepen om redding, om ontferming. Het Gloria blijkt een Kyrie te zijn: ‘Heer, ontferm U, red ons toch!’ En dat roepen ze tot Jezus!
Zullen ze dat beseft hebben? Zullen ze het zo bedoeld hebben?
Dat weet ik niet. Als ze redding bedoelden, dan waarschijnlijk een redding van de Romeinen, een roep om bevrijding van de overheersers. Dat verlangden ze van Jezus. Zo’n koning wilden ze.
Maar zo’n koning wil Jezus niet zijn. Hij zit immers niet op een paard, niet op een strijdros, maar op een ezel, op een lastdier. Hij zit daar als de Zachtmoedige, de Vredevorst. Hij zit daar als Degene die op weg is naar het ultieme offer, dat zal redden van het diepste kwaad.
En toch, dat vind ik het hele bijzondere van het lijdensevangelie, gemeente: dat wat mensen roepen en zeggen, en eigenlijk heel anders bedoelen, dat God zelf er de diepste laag in legt: die werkelijk Evangelie is: goed nieuws!
Als Kajafas de hogepriester bijvoorbeeld zegt: ‘Het is beter dat één persoon voor het hele volk sterft’, dan bedoelt hij: beter één slachtoffer dan vele. Maar ten diepste vertolkt hij hier, onbedoeld, het Evangelie van de plaatsvervanging: dat Jezus zijn leven geeft vóór allen, in onze plaats.
En als Pilatus boven het hoofd van Jezus op het kruis een bordje laat bevestigen, met daarop ‘De koning der Joden’, dan bedoelt hij dat spottend, maar het is het Evangelie: hier hangt de Koning van Israël, de Messias, die zijn leven ook voor de Joden geeft. Die regeert vanaf het kruis. Die zo de machten van dood en duivel verslaat.
En ook hier in dat Hosanna, in dat Hosji-ana. Het klinkt uit de mond van de menigte misschien als een oppervlakkig ‘hoera!’ of hoogstens als een roep om redding van het kwaad van de onderdrukking door de Romeinen. Maar de Here God gaat het om de redding van de volledige diepten van het kwaad. Van het kwaad dat ook in ons zit. Het kwaad dat wij zelf hebben gedaan, gezegd en gedacht: die hele schuld die aan ons kleeft. Die neiging om het telkens weer te verstieren. Ik althans wel.
Ik zal nooit vergeten dat ik voor het eerst op Aswoensdag naar de kerk ging. Het was in Nieuw-Vennep. Nee, niet in onze hervormde kerk. Daar was op Aswoensdag geen dienst. Wel in de rooms-katholieke kerk, schuin aan de overkant van de straat. Ik ben het ook nooit meer vergeten. Dat askruisje dat op mijn voorhoofd werd gezet: ‘Stof ben je.’ Ik werd letterlijk getekend als een nietig mensenkind, kwetsbaar, feilbaar, een zondaar.
Maar daarvoor had ik gezien waar die as van gekomen was. In een schaal werden namelijk de paastakken verbrand van de vorige Palmzondag, bijna een jaar geleden dus. Die paastakken waren intussen helemaal verdroogd: dor en doods. En dus ook nog eens een keer verbrand. Er was niets meer van over dat wat grijze as.
Een confronterende preek, zonder woorden. Die paastakken stonden voor onze loftuitingen, onze goede voornemens, onze vroomste wensen en gedachten. Wat was ervan over? Niet meer dan as. As, waarmee een kruisje op mijn voorhoofd was gezet.
Maar ook hier weer die twee gezichten, een nog diepere laag. Want juist dat kruis is het teken van de ultieme redding.
‘Hosji-ana! – Red ons toch, Heer!’ Red me van mijn mislukkingen, van mijn zonden, van mijn tekortschieten in liefde en toewijding. Van alles waarmee ik U, Heer, zo op het hart getrapt heb, waarmee ik anderen heb gekwetst. Red me.
Dat zal Hij redden. Want zo is zijn naam: Jezus, Jesjoeah. Oftewel: Redder. En die naam maakt Hij waar. Wis en waarachtig. Op die ezel blijkt dat al, op dat lastdier, als Hij gaat als Degene die al onze lasten zal dragen. Zal wegdragen.
Henri Nouwen zei, toen hij dat beeld van Jezus op de ezel zag: ‘Het beeld van Christus op de ezel herinnert mij eraan dat Hij mij kent met al mijn zonden, schuld en schaamte en dat Hij van mij houdt en vol vergeving, ontferming en mededogen is.’
Ik hoop dat u, dat jij dat herkent.
Ik zag het ook bij die viering met de Ark, acht jaar geleden. Tijdens de voorbeden mochten ze naar voren komen om zelf te danken, te bidden, Jezus te aanbidden in hun eigen woorden. Daarbij werd een gekleurde paastak in een vaas neergezet, zodat er uiteindelijk een kleurig boeket takken stond te pronken: als hulde aan Koning Jezus.
En die hulde komt Hem toe. Voor zijn zachtmoedigheid, zijn dienstbaarheid en zijn vredelievendheid. Voor zijn offer en onze redding. Voor zijn genade die genoeg is.
Daarom: lof zij Christus. Hosanna in de hoge en glorie voor de Koning. Halleluja.
Amen
zingen Hemelhoog 597 ‘Hosanna, hosanna, hosanna in de hoge’
voorbereiding avondmaal
zingen Psalm 139:14 ‘Doorgrond, o God, mijn hart’
dankgebed en voorbeden
collectemoment
kindermoment
zingen projectlied ‘Locatie Jeruzalem’
zegen
zingen Lied 415:3 ‘Amen, amen, amen, dat wij niet beschamen’