stil gebed (staande)

votum en groet

openingsverzen

zingen    Psalm 31:13,16

schriftlezing   Marcus 15:16-21

overdenking           Thema: Onder vier ogen: Simon van Cyrene 

Voorop het liturgieboekje ziet u een aangrijpend schilderij staan.

Kruisdragen 2

Het is van de Duitse kunstenaar Sieger Köder. Eigenlijk is het een onderdeel van een kruiswegstatie. U weet wel: die veertien afbeeldingen van Jezus’ weg naar en aan het kruis. De vijfde statie heet ‘Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis dragen.’ 

Köder heeft bij die statie dit bijzondere schilderij gemaakt. Vier ogen kijken je indringend aan. Links zie je Jezus. Rood is zijn mantel: de kleur van het bloed en van de liefde. Uit liefde geeft Christus zijn bloed, zijn leven. Op zijn voorhoofd is bloed te zien, druppelend uit de wonden t.g.v. de doornenkroon. In zijn hals zien we rode striemen, waar de zweep Hem ook geraakt heeft.

Rechts zien we Simon. Zijn mantel is blauw. Zijn huid is niet geschonden. Hij kijkt verbaasd, verwonderd ook. Hun ene arm hebben ze om de kruisbalk geslagen. Samen dragen ze het kruis. De andere arm hebben ze om het middel van de ander geslagen. Samen dragen ze elkaar. Het is een ontroerend en veelzeggend tafereel. 

 

Simon draagt het kruis van Christus. In één vers precies beschrijft Marcus dit bijzondere gebeuren. Hij gebruikt daarvoor in de grondtekst trouwens precies hetzelfde woord als Jezus eerder in het Evangelie had gebruikt toen Hij zei: ‘Wie achter Mij wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen.’ Simon is de eerste die dit letterlijk doet: het kruis op zich nemen en achter Jezus aan dragen. Tegelijk is hij een beeld van velen die dat in geestelijke zin ook gedaan hebben en doen, tot op de dag van vandaag. Toch?

 

Simon deed dat aanvankelijk niet vrijwillig. Hij was het ook helemaal niet van plan. Nee, Marcus noemt hem niet voor niets een voorbijganger. En neem dat maar heel letterlijk. Hij komt daar ‘toevallig’ voorbij.

Z’n naam zegt het al: z’n roots liggen in Cyrene, een stad in het Noord-Afrikaanse Lybië. Daar was een Joodse enclave. Maar nu is Simon in Jeruzalem. Waarschijnlijk om daar van z’n oude dag te genieten. Letterlijk staat er dat hij van z’n akker kwam. Hij was op z’n volkstuin geweest en is op weg richting huis. Maar daar kruist een stoet z’n weg. Een stel soldaten die met een ter dood veroordeelde op weg is naar de executieplaats buiten de stad. Het is Jezus.

Hij kan niet meer. In die kruiswegstaties zien we Jezus maar liefst drie keer bezwijken onder de last van het kruis. En wie moet Hem helpen? De soldaten hebben er geen zin in, iets vernederenders dan een kruisiging bestaat er voor hen niet. De vrome Joden willen het ook niet: je verontreinigt je immers met dat vloekhout van het kruis. En Jezus’ discipelen zijn in geen velden of wegen te bekennen. Ook die ene Simon niet, met z’n bijnaam ‘de rots’, oftewel Simon Petrus. Die heeft kort geleden hoogstpersoonlijk z’n Heer verloochend, Hem weggeduwd uit z’n bestaan en is nu spoorloos.

Nee, dan deze Simon. Die letterlijke voorbijganger. Die daar ‘toevallig’ net passeert. Die moet het dan maar doen.
Dus het is geen vrijwilligerswerk dat Simon hier verricht. Het is niet omdat hij Jezus wil helpen, omdat hij iets met Jezus heeft. Nee, puur en alleen omdat hij ertoe gedwongen wordt. Omdat de soldaten door willen.

 

En toch heeft het grote gevolgen gekregen. Gevolgen die je terugleest in die hele korte bijstelling na Simons naam: ‘de vader van Alexander en Rufus. Die zoons worden verder niet toegelicht. Blijkbaar zijn ze bekend bij de eerste lezers van het Marcusevangelie. Als je bedenkt dat Marcus zijn evangelie allereerst schreef voor de christenen in Rome en Paulus aan het eind van z’n Romeinenbrief Rufus ziet noemen, dan begrijp je dat die zoons, samen met hun moeder, die Paulus ook noemt, dat die zoons christenen waren.

Dat zal ongetwijfeld niet buiten Simon zijn omgegaan. Hij is uiteindelijk door Jezus gegrepen, de Gekruisigde én Opgestane. Simon draagt achter Jezus aan het kruis mee. Maar als ze aangekomen zijn op de executieplaats op Golgotha staat hij het kruis weer af. Het kruis waarop Jezus wordt vastgespijkerd. Het kruis dat wordt opgericht en waaraan Jezus hangt. Met boven Hem een bordje met ‘Koning der Joden’. Simon heeft gezien of anders later gehoord hoe Jezus de Koning was en is. Maar ook de Priester die het offer brengt. Het offer van zijn eigen leven. Ook voor Simon. En voor u, jou en mij.
Simon mocht dan wel het hout van het kruis gedragen hebben, Jezus had voor hem de vloek gedragen. In zijn plaats. In onze plaats. Daar heeft de grote wending plaatsgevonden. Toen ze eens vroegen aan Kohlbrügge: ‘Wanneer ben je bekeerd?’ (in bepaalde kringen een hele belangrijke vraag), toen zei hij: ‘Op Golgotha’. En zo is het, want daar vond de grote ommekeer plaats. Daar is onze schuld verzoend, de aanklacht vernietigd en heeft de grote aanklager, de satan, het nakijken. Daar zijn alle machten die ons in de greep kunnen krijgen verslagen.
Simons ogen gingen daarvoor open en hij werd een volgeling van Jezus. Die juist toen zijn woorden van het kruis op zich nemen begreep. 

En ieder die niet zonder Jezus kan, wiens pad ook door Jezus gekruist is, die zal dat herkennen. Die wordt een kruisdrager.
Wat is dat? Dat er een kruis gaat door die oude mens van ons, ons egocentrisme, alles wat haaks staat op Gods bedoelingen, wat vloekt met Jezus’ liefde en goedheid. Een kruis erdoorheen.
Bonhoeffer zei: ‘Kruisdragen is lijden doorstaan dat volgt uit de verbondenheid met Christus. Zijn kruis dragen is niet een toevallig, maar een noodzakelijk lijden. Het kruis dragen is geen lijden dat voortkomt uit ons natuurlijke bestaan, maar uit ons bestaan als christen.’ En bij Bonhoeffer was dat allesbehalve theorie…

Kruisdragen is dus achter Jezus aangaan. En meedragen. Ja, ook meedragen met anderen die het zwaar hebben, die gebukt gaan onder lasten, die lijden aan het leven. Daar niet voor weglopen. Maar bij zo iemand zijn en blijven: meedragen, meelijden, meehuilen en meebidden.
Dan ben je dicht bij de Gekruisigde. Dan is Hij dichtbij jou. Amen.

meditatief moment

In een moment stilte vraag ik je om nog eens naar die afbeelding van Jezus en Simon voor op het liturgieboekje te kijken en je voor te stellen dat jij naast Jezus bent. Onder vier ogen dus. En dat je het kruis meedraagt. Bedenk dan ook hoe je concreet nu kunt kruisdragen, voor jezelf, met anderen.

 

(stilte)

 

Het meditatieve moment sluiten we af met een gedicht dat Hans Bouma maakte bij de vijfde kruiswegstatie: ‘Simon van Cyrene helpt Jezus het kruis te dragen’. 

 

BLIK

 

Het moment

dat ik van voorbijganger

betrokkene werd –

 

je bent onderweg en ineens,

zijn gang ga je,

zijn leven leef je.

 

Die blik van Hem.

Eeuwig blijft hij mij bij.

 

Ogen die mij verhelderden,

aanzienlijk maakten.

 

Alsof ik opnieuw geboren werd.

Alsof leven

nu pas echt leven werd.

zingen           Lied 576b:1,5,7 ‘O hoofd vol bloed en wonden

gebed           

 

slotlied          Hemelhoog 177 ‘Heer, ik prijs uw grote naam’

 

zegen            van Sint Patrick

 

Moge de Christus die wandelt op doorboorde voeten

met jou wandelen op de weg.

Moge de Christus die dient met doorboorde handen

jouw handen uitstrekken om te dienen.

Moge de Christus die liefheeft met een doorboord hart

jouw hart openen om lief te hebben.

Dat jij mag zien het gelaat van Christus

in een ieder die jou zal ontmoeten,

en dat een ieder die jou ontmoeten zal

het gelaat van Christus in jou zien zal.