orgelspel
welkom en mededelingen
aanvangslied Lied 587:1,2 ‘Licht voor de wereld’
stil gebed
votum en groet
openingstekst ‘In uw hand leg ik mijn geest, HEER, trouwe God, verlos mij.’ (Psalm 31:6)
zingen Psalm 31:4,13 ‘In uwe handen, God almachtig’
gebed om verlichting met de Heilige Geest
schriftlezing 1 Johannes 19:16b-27
zingen Lied 575:1 ‘Jezus, leven van ons leven’
schriftlezing 2 Johannes 19:28-37
zingen Lied 575:6 ‘Dank zij U, o Heer des levens’
tekstlezing ‘Jezus boog zijn hoofd en gaf de geest.’ (Johannes 19:30b)
verkondiging
Gemeente van Jezus Christus,
Vorige week zaterdagavond waren Mirjam en ik bij de indrukwekkende muzikale voorstelling van De Dood van de Zoon in Delft. Het lijdensverhaal van Jezus werd daarin indringend verteld, afgewisseld met steengoede songs.
Het misschien wel aangrijpendste moment was toen aan het eind van het liedje Wake me up I’m drowning de drums als een hartslag klonken: steeds harder, maar ook steeds langzamer, tot de laatste slag klonk. De verteller liep naar de grote kaars toe en blies deze uit. Toen was het stil. En het bleef stil. Voor mijn gevoel minuten lang. Zo werd Jezus’ sterven, het uitblazen van z’n laatste adem, verbeeld. Het raakte ons diep. We werden er inderdaad stil van…
Het moment van Jezus’ overlijden beschrijft Johannes heel sober: ‘Jezus boog zijn hoofd en gaf de geest’. In het Grieks zijn het maar zeven woorden, maar ieder woord is geladen. Op koninklijke wijze zou ik willen zeggen. Pilatus bedoelde het spottend: dat bordje boven Jezus’ hoofd aan het kruis: ‘Koning van de Joden’. Maar bij Jezus zelf is het volle ernst, is het ten diepste helemaal waar, maakt Hij het waar. Ook in zijn sterven. Het is koninklijk.
Jezus buigt het hoofd. Zijn hoofd dat hiervoor nog geheven was toen Hij met luide stem en heel bewust uitriep: ‘Het is volbracht.’ Over koninklijk gesproken. Jezus had dat uitgeroepen als een overwinningskreet: ‘Missie volbracht. Missie geslaagd!’ En dan buigt Hij zijn hoofd.
Johannes gebruikt daarvoor precies dezelfde woorden als Jezus eerder in het Evangelie deed toen Hij over Zichzelf zei dat de Zoon des mensen geen plek heeft om zijn hoofd neer te leggen. Letterlijk zegt Hij daar: ‘om zijn hoofd te neigen’, oftewel te gaan slapen. Nergens was voor Jezus een plek. Hij was een zwerver, een dak- en thuisloze. Altijd moest Hij weer verder. Altijd onderweg. Nergens kon Hij echt thuiskomen. Maar nu neigt Hij zijn hoofd, nu buigt Hij dat neer, nu legt Hij het neer. Nu is Hij thuis. Nú: aan het kruis! Daar is de plek waar Hij zijn hoofd neigt, zijn hoofd neerlegt, waar Hij ontslaapt. Nu de missie is volbracht en Hij zich neerlegt in zijn Vaders armen.
Het neigen van het hoofd heeft ook dat van de instemming. Alsof Jezus daarmee zegt: ‘Het is goed zo. Ik heb mijn leven gegeven om zo de mensen te redden, ook de mensen in Gouda, de mensen die naar de kerk zijn gekomen, die thuis hebben ingeschakeld, om stil te staan bij dit cruciale gebeuren voor hun leven, voor hun geloof. Ik heb dat ook voor hen gedaan. Om hun het leven te geven: eeuwig leven. (weer gebaar) Het is goed zo.’
Jezus geeft de geest. Letterlijk staat er: ‘Hij gaf de geest over.’ Het is in het Grieks hetzelfde werkwoord dat in het lijdensevangelie wordt gebruikt voor ‘uitleveren.’ Judas levert Jezus uit aan de Joodse Raad. Deze op haar beurt levert Jezus uit aan de Romeinse stadhouder Pilatus. Die geeft Jezus uiteindelijk over aan de soldaten, die Hem meenemen naar de executieplaats op de heuvel Golgotha en Hem daar kruisigen. Maar dat hele uitleveringsproces wordt dus door Jezus gecontroleerd, zou je kunnen zeggen. Hij houdt uiteindelijk het initiatief. Tot het laatste toe, als Hij z’n geest, z’n geestesadem, - zoals de Naardense Bijbel vertaalt – overgeeft aan God, uitlevert aan zijn Vader, in diens handen legt. Jezus doet dat heel bewust. De laatste adem ontglipt Hem niet. Het sterven overkomt Hem niet. Nee, bewust geeft hij de geest.
In het Lukasevangelie horen we met welke woorden Jezus dat doet, met woorden uit Psalm 31. Woorden die ook in het Joodse avondgebed zijn terechtgekomen, een kindergebedje zelfs, dat Joodse kinderen al vroeg leerden: ‘In Uw handen beveel ik mijn geest.’
Ontroerend is dat. Hoe Jezus als een kind, nu Hij gaat ontslapen, zich overgeeft aan zijn Vader. Hij legt z’n leven, z’n sterven, in handen van Zijn Vader. Uit Hem, door Hem en tot Hem heeft Jezus geleefd, gehandeld, gesproken en ook verschrikkelijk geleden. Gehoorzaam aan de missie van zijn Vader om verloren mensen te redden, om ons te verzoenen, om ons te bevrijden uit de macht van het kwaad.
Slechts één ogenblik was Jezus z’n Vader kwijt, in die stikdonkere duisternis, in de helse pijn en godverlatenheid, toen riep Jezus: ‘Mijn God, waarom heeft U me verlaten?’ Dan roept Jezus geen ‘Vader’, maar ‘God’. Dat klinkt afstandelijker. Maar Hij ervaart dan ook een immense afstand, een verschrikkelijke verlatenheid. Maar ook daar is Hij doorheen gegaan. Alleen. In onze plaats.
En nu is het volbracht. Nu geeft Hij zijn geest, zijn leven, zichzelf, in de handen van zijn Vader. En dan noemt Hij God weer ‘Vader’: ‘Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest.’
En weet je wat zo bijzonder is? Dat Jezus hiermee niet alleen zichzelf, maar met zichzelf, ook ons toevertrouwt aan de handen van de Vader. In die handen zijn we met Hem geborgen. Ook op het allerlaatst als voor ons de dood komt, als wij de geest geven. Ik weet niet of je daar vaak aan denkt. Ik wel. En het kan me best aangrijpen. Zoals de Engelse filosoof Hobbes op z’n sterfbed zei: ‘Ik sta op het punt een sprong in het duister te doen.’ Wie kan in vertrouwen en zonder angst dat laatste examen zeg maar doorstaan? Maar wie met Jezus geborgen is in Gods Vaderhanden, die springt niet in het duister, maar in het licht.
Ik zal nooit vergeten dat ik in mijn vorige gemeente bij het sterven van een gemeentelid was. Om z’n sterfbed heen hadden zich zijn vrouw en kinderen verzameld. Ik was er ook, om hem en z’n vrouw de zegen te geven. Ontroerend was het. Toen ik die zegen gegeven had, en we nog even aan z’n bed zaten, ging opeens z’n hoofd omhoog. Er kwam een wonderlijke glans op zijn gezicht, alsof hij Jezus al zag, die hem met open armen opwachtte aan de andere kant van de grens, in het land van louter licht. Het gezicht van de stervende glansde, z’n ogen straalden. Toen boog hij z’n hoofd en blies z’n laatste adem uit. Hij gaf de geest en kwam thuis. Zalig ben je als je in Christus sterft.
‘Jezus gaf de geest.’ Natuurlijk is dit een omschrijving voor het sterven van Jezus. Maar je mag ook aan meer denken. Juist hier in het Johannesevangelie. Johannes is namelijk de evangelist die het vaakst schrijft over de Geest met een hoofdletter: de Heilige Geest.
Dus als hij schrijft: ‘Jezus gaf de geest’, is het niet verkeerd om ook te denken aan: de Geest, de Heilige Geest, die Jezus geeft in de handen van de Vader. Zoals Hij ooit de Heilige Geest ontvangen had toen Hij gedoopt werd in de Jordaan. Jezus geeft nu als het ware de Geest terug aan de Vader, die Hem straks zal uitstorten, in overvloedige mate.
Zo schemert er op Goede Vrijdag al iets door van Pinksteren. Weet je waarom ik dat ook denk? Door wat Johannes verderop schrijft over de lans die in Jezus’ zij gestoken wordt, om zo te controleren of Hij echt gestorven is. Dan schrijft Johannes dat er water en bloed uitkomt. Dat klinkt misschien heel plastisch, maar dat is veel meer dan alleen een fysiologisch gebeuren. Nee, water en bloed zijn in het Johannesevangelie ook diepe metaforen, die staan voor reiniging en verzoening, voor doop en avondmaal.
‘Water’ is ook een beeld dat Jezus ooit zelf noemde voor de vervulling met de Heilige Geest: ‘Als iemand vervuld is met de Heilige Geest dan zullen stromen van levend water uit zijn binnenste vloeien.’ Die wordt een bron van nieuw leven, van vernieuwing.
Dus het water dat uit Jezus’ zij stroomt verwijst naar de Geest die Hij geeft. Ja, het is ook de Geest van Christus, de Gekruisigde. Die Geest, Die uitgestort is met Pinksteren, maar waar Johannes hier dus al op subtiele wijze op hint.
Ach, weet je: zonder Pinksteren zouden we ook helemaal niets van Goede Vrijdag begrijpen. Zonder de Heilige Geest blijft het kruis voor ons een ergernis, een dwaasheid. Maar de Geest wil ons juist te binnen brengen dat dat kruis ons behoud is. De Geest wil dat grote geheim van Goede Vrijdag, het offer dat daar gebracht wordt, te binnen brengen, in ons hart neerleggen, het daar toepassen. Zodat we het aanvaarden, eruit leven, en eens ermee sterven.
Amen
zingen Lied 670:1,3,5,6 ‘Kom Schepper God, o heilige Geest’
lezing avondmaalformulier
zingen Hemelhoog 517:1,3,4 ‘U nodigt mij aan tafel’
viering Heilig Avondmaal
gebed
collectemoment
slotlied Lied 590:1,4,5 ‘Nu valt de nacht’
zegen
in stilte verlieten mensen de kerk