welkom en mededelingen
zingen Lied 624 ‘Christus onze Heer verrees’
stil gebed
votum en groet
openingstekst
‘Want als de Geest van Hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt in u woont, zal Hij die Christus heeft opgewekt ook uw sterfelijk lichaam levend maken door zijn Geest, die in u woont.’ (Romeinen 8:11)
zingen (met combo) Hemelhoog 202 ‘Uw genade is mij genoeg’
geloofsbelijdenis met zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus
zingen Psalm 68:10 (Oude Berijming) 'Geloofd zij God met diepst ontzag'
gebed
de knotwilg en de bloemen (een kinderverhaal met foto's)
Voordat we zo een kinderlied gaan zingen en de kinderen van groep 1-8 naar de kindernevendienst gaan wil ik nog iets zeggen. Iets laten zien. Namelijk deze boom:
Het is een knotwilg en hij staat hier vlak bij de Pauluskerk, met nog een aantal broers en zussen. Allemaal wilgen die geknot zijn, helemaal kaal.
Toen ik afgelopen dinsdagavond na de vesper m’n fiets van het slot haalde, dacht ik: die boom lijkt eigenlijk wel op Petrus. Over hem was het gegaan in die dienst. En jullie hebben dat verhaal ook gehoord bij de kindernevendienst. Hoe Petrus keihard loog dat hij Jezus niet kende, Hem verloochende, Jezus eigenlijk van zich afduwde, terwijl Jezus juist z’n steun zo hard nodig had.
Petrus leek wel op die knotwilg. Dor en doods, zo lijkt het toch. En kijk eens naar die donkere wolken in het water…
Gistermorgen maakte ik deze foto. Het was op Stille Zaterdag. De dag dat we denken aan Jezus die in het graf ligt. Gestorven. Dood. Het verhaal lijkt voorbij. Over en uit. Zo verdrietig.
Maar toen keek ik achter die knotwilg: 
Daar staan allemaal bloemen te bloeien. Het is lente. De natuur is niet dood, maar komt tot leven. Jezus is niet dood, maar opgestaan. Die knotwilg en die bloeiende bloemen vertellen het me ook.
Doordat Jezus is opgestaan mogen wij bloeien, mogen we leven, voor eeuwig, mogen we gelukkig zijn.
Ik keek nog eens beter naar die bloemen:
In allerlei soorten, in allerlei kleuren. Witte, lichtgele, donkergele, paarse en rode bloemen. Narcissen, hyacinten en tulpen. Veelsoortig en veelkleurig. Net als wij met elkaar in de kerk, in de gemeente.
Hoe mooi is dat! Dankzij Jezus die leeft.
En daar gaan we nu ook van zingen, samen met het combo. ‘Maria kwam bij het graf en huilde om haar Heer’. Ja, daar begon het ook donker en doods, maar het eindigt vol leven en vrolijkheid: ‘Hij is opgestaan, Hij is opgestaan, Hij leeft. Hij leeft.’
Na dat lied mogen de kinderen naar de kindernevendienst. Een goede tijd daar en tot straks. Dan hebben we het ook nog over het Paasproject bij die prachtige poster hier voor in de kerk.
zingen (met combo) Hemelhoog 182 ‘Maria kwam bij het graf’
de kinderen gaan naar de kindernevendienst
schriftlezing 1 Johannes 20:1-10
zingen Lied 630:1,2 ‘Sta op! – Een morgen ongedacht’
schriftlezing 2 Johannes 20:11-18
zingen Lied 630:3
schriftlezing 3 Johannes 20:19-23
zingen Lied 630:4
verkondiging Thema: ‘Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’
Gemeente van Jezus Christus,
- Ooit zei de voormalige Amerikaanse president Obama te streven naar een kernwapenvrije wereld. Wanneer zullen we dat meemaken?
- En wanneer zal er echt vrede zijn tussen Israël en de Palestijnen?
- Wanneer zal het goed komen met dat persoonlijke en slepende conflict, waar jij zelf zo onder lijdt?
- Wanneer zou die ene persoon die zegt er werkelijk geen antenne voor te hebben, gaan geloven?
Op al deze vragen zou een cynicus antwoorden: ‘Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen’, oftewel: met Sint Juttemis, oftewel: nooit. Ja, dingen die we ons echt heel moeilijk kunnen voorstellen, die we echt niet zomaar zien gebeuren, daarvan zeggen we: ‘Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen…’
Nu zijn onvoorstelbare en ongelooflijke dingen zeker aan de orde voor die discipelen daar in dat huis in Jeruzalem op zondagavond. Maar wat gebeurt? Pasen en Pinksteren vallen wél op één dag!!!
Maar dat komt niet uit henzelf vandaan. O nee, zie ze daar zitten in dat huis, als bange vogeltjes bij elkaar gekropen. Nota bene op diezelfde dag dat - in alle vroegte – de vrouwen teruggekomen waren van hun geplande afscheidsritueel, buiten adem, door het dolle heen: Jezus is opgestaan! Hij leeft! Petrus en Johannes hadden het ook met eigen ogen gezien, dat lege graf en met name bij Johannes was het gaan dagen. Op die dag zitten die discipelen ’s avonds bij elkaar. Nee, niet blij en opgetogen, paasliederen jubelend. O nee. De deuren zitten op slot. Bang als ze zijn voor de Joodse leiders, voor hun wraak. Pasen achter gesloten deuren…
Kan dit niet herkenbaar zijn? Opgesloten zitten, helemaal vast raken in een bepaalde angst, in knagende twijfels, in grote zorgen, in een verstikkend verdriet? Zou het ooit nog overgaan? Zou er ooit weer ruimte komen? Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen zeker…
Die gesloten deuren verhinderen Jezus niet om binnen te komen. Hij is er, opeens en onverwacht, maar overduidelijk! Hij staat in hun midden. En daar klinkt zijn stem, zo vertrouwd en goed: ‘Vrede zij met jullie!’
Letterlijk zegt Hij trouwens: ‘Vrede voor jullie.’ Hij gebiedt die vrede. Hij schenkt die vrede: ‘Hier voor jullie: vrede!’ En vrede, dat is sjaloom. Dat is heil. Dat is een geheelde relatie, met God, met de ander, met jezelf. Dat gebiedt Jezus. Dat geeft Hij: ‘Vrede voor jullie.’
En als Hij dan ook nog zijn handen en zij laat zien, - de littekens die daar staan – dan weten ze het: Hij is het! Hij, die aan dat vervloekte kruis vastgespijkerd werd en op gruwelijke wijze stierf, Hij leeft! Die littekens ervan zijn dus niet alleen herkenningstekens, maar ook overwinningstekens. Die verschrikkelijke dood heeft Hem niet kleingekregen. Hij is er dwars doorheen gehaald, dwars doorheen gebroken. En vanuit die getekende handen schenkt Hij zijn vrede. De discipelen beginnen te stralen. Ze kunnen hun blijdschap niet op. Die vreugde, die vrede, verdrijven de angst.
‘Dat is fijn, maar ik dan met die naar de keel grijpende angst?’ ‘En ik met die onverklaarbare zwaarmoedigheid?’ ‘En ik met die knagende twijfels?’ En ik met die grote zorgen?’ ‘En ik met dat diepe verdriet?’ ‘En ik met dat gevoel dat het mij zo weinig doet, hoe graag ik ook zo willen.’
Ja, je hoort dat van die discipelen en je kan een bepaalde jaloersheid niet onderdrukken: ‘zij wel, ik niet. Zij mochten Jezus’ herkennings- en overwinningstekens zien in zijn handen en zijn zij. Zij mochten Hem zelf zien. En ik zit hier maar in die dichte mist, waardoor de zon van Pasen maar niet doordringt.’
Wacht, Jezus herhaalt zijn groet: ‘Vrede zij u - vrede voor jullie.’ Waarom herhaalt Hij deze? Is het niet omdat Hij niet alleen het oog van die discipelen wil bereiken, maar vooral hun oor. Geloven heeft namelijk vooral met horen te maken en met gehoorzamen. En zou Jezus in dat opzicht ook niet aan ons gedacht hebben?! Aan ons, zoveel later, maar net zo afhankelijk van zijn vrede, van Hemzelf?! Wij die het zeker moeten hebben van ons gehoor, omdat we Jezus de Opgestane niet met onze fysieke ogen kunnen zien. Hoe genadig is Jezus dan dat Hij die heerlijke groet herhaalt! Juist ook voor ons. Voor u, jou en mij: ‘Vrede voor jullie’.
Weet je, Jezus sprak ons vanmorgen al zo aan. Hij groette ons al. Direct aan het begin van de dienst. Dat was ten diepste niet de groet van een dominee. Nee, die zei het namens zijn Heer. Jezus zelf was eigenlijk aan het woord en Hij zei tegen je: ‘Genade zij u en vrede!’ Genade voor u. Vrede voor u.’ Genade en vrede voor jou, die hier zit, vol schuld en schaamte. Eigenlijk herken je je wel in die discipelen die hun Heer bijna allemaal stuk voor stuk in de steek gelaten hadden. Jij deed niet anders. Van de week nog. Jezus zegt: 'Genade en vrede voor jou. Ik maak het goed met je.’
En ook voor u, die zich zulke zorgen maakt. Het zit niet goed in uw lijf. U voelt het zelf wel. Het ene onderzoek volgt het andere op. En u vreest met grote vreze. Jezus zegt: ‘Vrede voor u. Je leven ligt in mijn hand.’
En ook voor u, die in deze dienst al een paar keer de tanden op elkaar moest zetten en een brok moest wegslikken. U kon er eigenlijk niet bij, bij die juichende toon van al die liederen. Want het staat zo haaks op dat diepe verdriet en dat grote gemis, dat maar niet minder wordt. Jezus zegt: ‘Vrede voor jou. Ik zie je. Bij mij hoef je het niet weg te slikken, je niet groter voor te doen dan je bent. Kijk maar naar die handen waarmee Ik je groet. Daarin staan de littekens. Ik zal de pijn en de wonden nooit ontkennen. Ik heb ze zelf gevoeld. En met die handen vang ik je op en draag je ook door je diepste verdriet heen.’
Weet je wat ik nu zo geweldig vind? Dat Jezus ons zo elke zondag, elke kerkdienst, tegemoet komt, ons zo groet. Direct al, aan het begin. Hoe we ons ook voelen. Wat we ook uitgespookt hebben in die week ervoor. Wat er ook allemaal door ons heengaat. Jezus wijst ons niet de deur: ‘Eerst beter je best doen, blijer zijn, vromer worden, en dan terugkomen!’ Nee, Hij biedt ons al direct genade en vrede aan. Hij gebiedt die zelfs: ‘Genade voor deze mensen. Vrede daar naar toe.’ Ach, dan kan zo’n kerkdienst toch al niet stuk?! Dan kan de week toch al niet stuk?! Als die zo beginnen mag! Echt, we zijn niets slechter af dan de discipelen toen, want het is dezelfde Heer en het is dezelfde vrede. Alstublieft, voor u, voor jou.
Jezus doet nog meer dan zijn vredegroet, zijn genadegroet geven. Hij blaast en zegt: ‘Ontvang de Heilige Geest.’ De Opgestane schenkt Zijn Geest. Pasen en Pinksteren vallen hier op één dag! Kleinpinksteren zoals iemand het noemde. De uitstorting van de Geest moet nog komen. Vijftig dagen later. Maar hier is al een voorproef. Juist nu. Nu Jezus zijn discipelen er op uit zendt. Maar hoe moeten ze vertegenwoordigers van Jezus zijn, die missie van Hem gestalte geven, als ze het zelf amper kunnen geloven?! Juist dan blaast Jezus die weg en zegt: ‘Ontvang de Heilige Geest.’
Hij is niet veranderd, gemeente. Ook ons zendt Jezus er op uit. Niet ver weg. Nee, dichtbij. In je eigen omgeving. Je eigen straat. Je eigen werk. Je eigen vriendenkring. In onze eigen wijk hier. Daar zendt Jezus je naar toe. Om zijn vertegenwoordiger te zijn. Maar Hij zendt je niet met lege handen. Hij zendt je met Zijn vrede. Hij zendt je met Zijn Geest. En Zijn Geest is niemand anders dan God zelf. God ín ons. Met zijn kracht, zijn vrucht, zijn gaven. Echt meer dan genoeg om die missie te kunnen volbrengen. Maar dan moet je die Geest wel ontvangen willen. Jezus zegt: ‘Ontvangt die. Neem Hem aan. Stel je er voor open.’ In het Grieks staat er voor dat woord ‘blazen’ een woord dat op ons woord ‘infuus’ lijkt. De Geest als een infuus. Een sterk beeld. Door een infuus ontvang je in het ziekenhuis vocht, medicatie, een kuur: allemaal nodig om je weer op de been te krijgen, om je te helen.
En hier hebben we het over het infuus van de Heilige Geest. De Geest van Christus, onze Heiland, Hij die heel maakt.
Ja, alles wat Jezus Christus voor ons verworven heeft, wat tot zijn zending behoorde, stroomt door die Geest naar je toe. Maar dan moet je dat infuus wel door Hem laten plaatsen. En dat infuus er niet uittrekken! Het in eigen kracht gaan doen. Dan wordt het niets. Daarom: ontvang die Geest, laat Hem je infuus zijn.
En wat komt er dan door Hem in je stromen? Vergeving bijvoorbeeld.
Dat noemt Jezus ook als eerste van die zending. Om mensen hun zonden kwijt te schelden. Om mensen die vastgelopen zijn, die zich schamen over hun verleden, die berouw hebben over wat er allemaal mis is gegaan, te laten weten dat er vergeving is, door Jezus. Een nieuw begin! Wie snakt daar niet naar?! Maar mensen die daar niet aan willen. Die het leven van anderen en van zichzelf blijven vergiftigen zeg maar, die mag je eerlijk vertellen dat ze hierin God niet aan hun zijde hebben. Integendeel. Dat hoort ook bij vertegenwoordiger zijn van Jezus: dat je – net als Hijzelf trouwens deed – het kwaad niet bagatelliseert, maar aan de kaak stelt. Onrecht en liefdeloosheid, ongelijkheid en oneerlijkheid aanwijst. Maar altijd met het oog op verandering, op bekering, op berouw en vergeving, op vernieuwing. Daar worden mensen – ook anno 2026 – toch werkelijk mee geholpen?
Zo mogen wij ons gezonden weten door Jezus, als ambassadeurs van zijn koninkrijk, in deze wereld, hier in Gouda, of waar Hij ons ook brengt. Nee, zonder die Geest zal het niet gaan. Of zoals ik ergens las: ‘We zullen het ook vandaag van Pinksteren moeten hebben, wil het Pasen worden.’ Laat het dan vandaag Pasen en Pinksteren op één dag zijn! Omdat de Heilige Geest ons met de Opgestane verbindt en vervult, we door Zijn infuus alles van Christus ontvangen wat we nodig hebben.
Guillaume van der Graft zegt het poëtischer in een gedicht, dat eigenlijk een lied is. Een paaslied met pinksterlijke trekken:
VOOR DE OPSTANDINGSZONDAG
De mond der aarde spreekt
de naam des levens uit,
de Zoon der toekomst breekt
de kluisters van de tijd,
de dag die was verwacht
eeuwen en eeuwen her
breekt aan en uit de nacht
verrijst de morgenster,
het licht straalt uit de grond,
Christus is opgestaan,
de adem van zijn mond
spreekt ons met leven aan,
de duisternis verbleekt,
het is hoog aan de tijd,
de man van Pasen steekt
zijn beide handen uit –
Hij groet zijn Pinksterbruid.
Amen
zingen Evangelische Liedbundel 79 ‘Vrede zij u’
dankgebed en voorbede
collectemoment
kindermoment het paasproject 'Locatie Jeruzalem' wordt afgesloten
zingen (met combo) Projectlied ‘Locatie Jeruzalem’
zingen Lied 634 ‘U zij de glorie’
zegen