zingen           Psalm 27:1 Mijn licht, mijn heil is Hij’    

stil gebed 

votum en groet

openingstekst         ‘Jezus zei tegen hen (zijn discipelen): ‘Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfels? Kijk naar mijn handen en voeten, Ik ben het zelf! Raak Me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat Ik heb. Daarna toonde Hij hun zijn handen en zijn voeten.’ (Lukas 24:38-40).

zingen           Lied 287:1,2,5 ‘Rond het licht dat leven doet’ 

lezing van het gebod   uit Galaten 6

zingen           Lied 578:1,2,5,6 ‘O kostbaar kruis’ 

gebed om de verlichting met de Heilige Geest        

kindermoment 

Achter ons huis staat deze boom.

Kindermoment 1

Nou ja, boom… Meer een boompje…
Het is een Perzische Slaapboom. Nou, die lijkt inderdaad te slapen zeg. D’r zit geen beweging in. Wat zeg ik? Hij lijkt wel dood. Gewoon een stel kale sprieten. Ja toch?

Maar als je dichterbij gaat kijken, zie je dit.

Kindermoment 2

Wat zijn dat? Knopjes? En wat komt daaruit? Takjes. En wat komen er uit die takjes? Bladeren. En bloemen. Prachtige roze bloemen.
Dat zou je niet zeggen hè, als je die kale boom zag...
Maar dat is de lente hè. Het loopt weer uit. Er is leven. Er is toekomst. 

Nou, zo is het bij God ook. Jullie gaan straks een verdrietig verhaal uit de Bijbel horen. Dan denk je aan het eind ook. Het is over en uit. Daar zit geen leven, geen toekomst meer in. Maar dan ken je God nog niet. Die kan wonderen doen. Die kan die fouten van ons goed maken. Die kan ons laten groeien en bloeien. Het is immers Pasen geworden. Dé lente is dat zeg maar. 
Ik hoop dat je dat nooit vergeet en dat je daar ook aan denkt als je al dat nieuwe groen aan de bomen ziet, en de bloemen in de tuin. Weet je dat de lente komt. Weet je wel dat Jezus leeft. Dat lied gaan we nu ook zingen. Daarna mogen jullie naar de kindernevendienst.

zingen (kinderlied)            Hemelhoog 207 ‘Weet je dat de lente komt?’ 

schriftlezing             Johannes 11:5-16 en 20:24-29
 

zingen           Hemelhoog 209 ‘Zie hoe Jezus lijdt voor mij’
 

verkondiging          Thema: ‘Raak de wonden aan’

Gemeente van Jezus Christus, 

Beroemd is dit indringende schilderij dat Caravaggio maakte bij de ontmoeting tussen de opgestane Jezus en zijn discipel Thomas.

Preek 1

Jezus brengt zelf de hand van Thomas naar de wond in zijn zij. En Thomas steekt z’n vinger erin. Zo diep dat hij bij wijze van spreken door het schilderdoek heenprikt. Op Thomas’ voorhoofd staan diepe rimpels. Hij voelt niet alleen, hij denkt, hij wikt en weegt, en hij concludeert: ‘Ja, dit is Jezus toch echt!’

Thomas is er letterlijk één van eerst zien en dan geloven. Niet voor niets wordt hij daarom ook ‘de modernste discipel’ genoemd. Want lijkt hij hierin niet op veel mensen van onze tijd: pas wat je zintuiglijk waar kunt nemen, wat verifieerbaar is, dat is echt, dat is waar.
Vandaar dat de Engelse schilder John Granville Gregory in 2010 dit schilderij maakte:

Preek 2

Onmiskenbaar geïnspireerd op dat schilderij van Caravaggio. Maar hier zien we mensen van nu. Thomas heeft een kek leren jasje aan, een bril op z’n neus en een hip sikje. Thomas, ‘de modernste discipel’. Mensen van nu kunnen zich herkennen in Thomas, in z’n eerst zien, eerst aanraken en dan geloven.  

Toch is het wel bijzonder dat Thomas juist die wonden wil zien en aanraken. De wonden, de littekens, als gevolg van die verschrikkelijke kruisdood waardoor Jezus gestorven. Blijkbaar is dat voor Thomas essentieel: dat Jezus de Gekruisigde is. Zo kent hij Jezus en wil hij Hem blijven kennen.

Thomas was één van de weinige discipelen, misschien wel de enige, die Jezus’ dood zag aankomen, deze in ieder geval niet verdrong. Je leest dat al in Johannes 11: dat lange hoofdstuk over de ziekte en het uiteindelijke sterven van Lazarus, een goede vriend van Jezus. Op het moment dat Lazarus ziek wordt, ernstig ziek, is Jezus is daar niet in de buurt. Maar Hij maakt ook geen aanstalten om te gaan, als Hij het bericht krijgt. Daar heeft Hij z’n bedoeling mee. Dat zal ook blijken…
Als Jezus uiteindelijk toch besluit om naar Lazarus toe te gaan, is deze al gestorven, maar Jezus weet dat er iets bijzonders gaat gebeuren. En dan komt Thomas in beeld. Hij zegt dan: ‘Laten ook wij maar gaan, om met Hem te sterven.’ En dan bedoelt Thomas niet Lazarus, maar Jezus, want Lazarus is al gestorven.
Thomas ziet Jezus’ dood dus al aankomen. Je zou dat zwaarmoedig kunnen noemen: Thomas ziet dan al het zwartste scenario. Maar het zou juist ook een geloofsbelijdenis kunnen zijn, met de nadruk op ‘mét Jezus sterven’. Is dat immers niet het diepe geheim van het geloof in Jezus? Dat diepe geheim dat de doop ook uitdrukt: geloven in Jezus Christus, verbonden zijn met Hem, is ondergaan en begraven worden met Jezus. Je oude mens sterft met Hem, de nieuwe mens staat op. 

Hoe dan ook, voor Thomas zijn die wonden van Jezus cruciaal. Ik las ergens: ‘Thomas weigert het lied van de opstanding mee te zingen, omdat hij niet kan vergeten dat Jezus gemarteld en vermoord is. Hij wil niet delen in een vreugde, waarbij de wonden van het slachtoffer worden verbloemd (…) en Jezus zoekt de nabijheid van Thomas en zegt: ‘Aan jou kan ik Mij toevertrouwen. Jij hebt mijn pijn niet vergeten. Jij begrijpt Mij. Kom, neem mijn hand in de jouwe. Lees met je vingers de littekens af, die herinneren aan de vreselijke schending van dit lichaam. Van jou kan ik het hebben. Voel met je handen hoe verschrikkelijk het is. Wend je ogen niet af. Streel mij, waar zij geslagen hebben.’ 

Het werpt een ander licht op Thomas, die vaak wordt neergezet en ook wel weggezet als de ongelovige Thomas, die eerst bewijzen moet hebben. Maar het gaat hem dus specifiek om Jezus’ wonden, om rechtdoen aan zijn lijden en sterven. En Jezus komt hem daarin tegemoet, zoekt zelfs Thomas’ nabijheid.

Trouwens, niet alleen in het Johannesevangelie lezen we over Jezus’ littekens, maar ook bij Lukas. We begonnen er de dienst mee: Jezus die z’n wonden toont aan zijn discipelen, als Hij aan hen verschijnt, na zijn opstanding. Ook daar horen we Hem z’n leerlingen uitnodigen heel goed naar die wonden te kijken en ze aan te raken. 
Het is zo veelzeggend dat ook Jezus’ verheerlijkte opstandingslichaam nog de littekens van zijn kruisiging laat zien. De Opgestane is de Gekruisigde. Die littekens zijn er de blijvende herinnering aan. Het zijn herkenningstekens. Zo is Christus Heer! 

Er is een legende over Martinus van Tours, - beter bekend als Sint-Maarten - waarin de duivel aan hem verschijnt in de gedaante van Jezus. Maar Martinus laat zich niet voor de gek houden. Hij vraagt: ‘Waar zijn jouw wonden?’ En de duivel druipt af, want die heeft hij niet…
En Jezus dus wel. Ook als de Opgestane. Z’n littekens zijn de herkenningstekens. Martinus wist het, en Thomas, en iedereen die niet zonder Jezus kan: alleen een gewonde God is Heer.
Dat is ook het unieke van het christelijk geloof. Kijk, de Grieken en de Romeinen toentertijd, maar ook de Germanen hier in ons kikkerlandje, zij allen hadden goden die geen zwakte kenden. Die heersten, met harde hand. Dat waren in hun mythes macho’s, potentaten. Wonden zijn daar een teken van zwakte. Of van de weeromstuit sloeg het juist bij de filosofen toen om in een ‘onbewogen Beweger, in een apathische god.
Maar deze Heer, Jezus Christus, heeft littekens, die weet als geen ander wat lijden is. En dat maakt Hem letterlijk zo sympathiek. Sympathiek is namelijk afgeleid van twee Griekse woordjes: ‘suum’, en dat betekent ‘met’. En ‘pathein’, en dat betekent ‘lijden’. Jezus is dus letterlijk sympathiek: Hij lijdt mee. Z’n littekens, z’n wonden, vertellen het. Hij heeft het diepste lijden zelf meegemaakt en doorstaan. Hij kan dus ook met ons meelijden en meevoelen.

Iemand kwam met een goed voorbeeld: het voorbeeld uit een scoutingkamp. Twee groepen worden gevormd. Elk met hun eigen leider: Roderick en Joshua. De groep van Roderick loopt snel vol. Hij is grappig. Ziet er cool uit. Een beetje gek is wel dat hij geen scoutsuniform aan heeft, dat hij niet echt van aanpakken houdt, dat hij vooral goed kan delegeren. Hij laat anderen rennen. 
Joshua is een ander type. Hij heeft geen gel in z’n haar en een blitse zonnebril. Maar hij heeft wel een scoutblouse aan, met daarop de nodige insignes die laten zien dat hij als scout wel z’n sporen heeft verdiend. Aan het eelt op z’n handen zie je dat hij wel van aanpakken houdt. Op z’n been zit een opvallend litteken. Dat was ooit een grote brandwond. Hij liep die ooit op toen hij een paar jonge scouts redde uit een brandende tent.
Wie zou jij kiezen als leider van je groep: iemand als Roderick, de vlotte en chille gast, of toch liever Joshua, de man met het litteken?

Niet voor niets heet die tweede leider Joshua. Z’n naam lijkt op Jezus. Maar vooral: z’n houding lijkt op die van Jezus. Jezus’ littekens vertellen ons wat Hij heeft gedaan om ons te redden. De prijs die Hij daarvoor betaalde. Die van z’n eigen, kostbare bloed, die van z’n leven. Gegeven aan het kruis. De littekens bij z’n handen en voeten zijn er de blijvende herinnering van. 

Daarom staat dus dit schilderijtje in mijn studeerkamer:

Preek 3

Vanachter mijn bureau zie ik het altijd staan. In één beeld vertelt het mij: Jezus leeft en ik met Hem. Hij breidt z’n armen naar me uit. Ik ben welkom bij Hem. Hij zegent me. Maar achter Hem staat het kruis. Want de Opgestane is ook de Gekruisigde. Zijn blijvende littekens vertellen me dat ook na Pasen het lijden niet opgelost is. Dat er nog wonden zijn. En pijn. Verdriet. Gemis. Angst. Raadsels. Twijfels. Dat een feelgood-geloof niet klopt. Dat een theologie van de glorie, waarin kruis en wonden zijn weggepoetst, niet eerlijk is. Dat het Halluja wel een ‘broken Hallelujah’ is, zoals Leonard Cohen al zong. Maar dat Jezus daarvan weet. Dat Hij dit kent. Uit eigen ervaring. En zo kan meevoelen, kan meelijden. Dat Hij met zijn getekende handen ons groet, zegent, draagt en helpt.  

‘Raak de wonden aan.’ Jezus gebiedt het Thomas, en dus ook de andere discipelen. De wonden die ons tonen dat Hij de gewonde Heer, de gewonde Genezer is.
Als wij christenen zijn – dat betekent ‘van Christus zijn’ – dan zullen we daarin toch ook op Hem lijken?
Eén van de mooiste en diepste metaforen voor de kerk is die van het lichaam. De kerk als het lichaam van Christus. En dat is, net als zijn fysieke lichaam, ook getekend. Dat weet ook van wonden. Dat hééft ook wonden.

Tomáš Halík schreef een indrukwekkend boek ‘Raak de wonden aan’, waarin hij de ontmoeting van Jezus met Thomas als uitgangspunt neemt. Daarin komt hij op een gegeven moment ook over de kerk te spreken. Ik citeer: ‘Laten we nog eens terugdenken aan de legende van Sint-Maarten die in de stralende verschijning van Christus de listige vermomming van de antichrist doorzag, omdat deze verschijning geen wonden had. Als ik een succesvolle en zeer invloedrijke kerk zou tegenkomen die op basis van haar onbetwistbare verdiensten op het gebied van liefdadigheid, politiek en cultuur uitblonk, met geweldige leiders, theologen en managers die ieders hoogachting en respect genoten, een kerk zonder schaduw, zonder gebrek, zonder schrammen of pijnlijke littekens, dan zou ik haar verschrikt uit de weg gaan, want ik zou zeker weten dat het hier om een duivelse truc ging. Als ik naar zo’n kerk zou gaan verlangen, zou ik het exorcismegebed uitspreken.’

Dat is scherp gezegd, maar wel helemaal raak. Want een kerk zonder littekens, zonder wonden, zonder schrammen, is nep. ‘De kerk is de plaats waar Christus met de zondaren wil samenwonen’, zei de theoloog Koopmans ooit al. Moderner gezegd: de kerk is een samengeraapt zootje van mensen die fouten maken, die tekortschieten, die hun hoofd stoten, die butsen hebben opgelopen, die kunnen lijden onder het leven, die vallend en opstaand door het leven gaan.
Met hen, met ons dus, wil Christus samenwonen. Maar dan weten we dus ook gelijk wat we aan elkaar hebben. En hoe bevrijdend is dat eigenlijk: dat je hier wonden mag hebben. Dat je de littekens die je hebt opgelopen niet weg hoeft te poetsen. Nee, dat je hier mag komen zoals je bent, inclusief je wonden en je littekens.

En hoe waardevol is het als we ook daarin Jezus en Thomas volgen. Dat we de wonden durven aanraken. Dat we ze bij onszelf durven benoemen. En de ander daarin ook de ruimte gunnen. Om die te delen: onze pijn. Ons gemis. Onze vragen. Onze twijfels. Onze worstelingen. Dat we daarin eerlijk en kwetsbaar durven zijn. Als we dat doen, dat we dan zoveel dichter bij elkaar kunnen komen. En vooral dichtbij onze Heer, bij zijn littekens en wonden. 

Of zoals diezelfde Halik schrijft: ‘Het eerste wat God van ons wil als Hij ons de genade verleent (echt diepe genade, geen goedkope genade) om zijn wonden te zien, is ze te aanvaarden (…) Ik mag wonden hebben! Dat is een grote bevrijdende stap op weg naar genezing. Ik hoef niet sterk, knap en succesvol te zijn zoals de helden uit films en series, ik hoef niet gelukkig te zijn achter make-up, een onwankelbare gezondheid te bezitten en eeuwig jong te blijven, zoals de dandy’s in de etalages van de alomtegenwoordige reclame die voor alles of niets gaan, ik hoef geen vastberaden flikkerende ogen te hebben met een uitgestoken hand en een tandpastalach, zoals politici op (gefotoshopte) verkiezingsposters (of AI-afbeeldingen, zeg ik er dan nog maar even bij).’

‘Ik mag wonden hebben.’ Weet je bij wie ik dat ook terugzag? Bij Irene Klein Haneveld. Ze overleed de afgelopen week. Velen kennen haar als de eigenares van bijbelshop Samma, de organisator van de Markacties en later van het Paasontbijt, de nachtburgemeester van Gouda. Kleurrijk, verbindend en zoveel passie voor God en mensen. Ze was ook heel eerlijk. Ze verbloemde haar littekens zeg maar niet. Zo vertelde ze open over haar scheiding, over de pittige tijd als alleenstaande moeder om twee zoons op te voeden. En de laatste maanden over haar ziekte, waarvan ze wist dat ze er niet van zou genezen. Ze zei: ‘Ik houd van jongeren en hun radicale keuze voor Jezus. Dat je Hem overal voor mag bidden. Maar niet al je gebeden komen uit. Ik zal niet beter worden. En dat vind ik verdrietig. Ik had hier liever nog een tijdje gebleven, maar ik dank God dat ik straks mag verhuizen naar de hemel. Niet omdat ik zo goed ben, om wat ik allemaal gedaan ben, nee: alleen vanwege Jezus’ offer, zijn wonden, zijn opstanding.

Er is een Engels gezegde: ‘Never trust someone without a limp – vertrouw nooit iemand die niet kreupel is.’ Dus wees voorzichtig met mensen zonder wonden. Daarom zou ik als scout kiezen voor Joshua als leider en niet voor Roderick. 
Ik moest ook denken aan Jakob bij Pniël, die daar na zijn worsteling met God kreupel verder moest. Dat was zijn litteken zeg maar. Vóór Pniël was Jakob vooral een gewiekste jongen, voor wie je op je hoede moest zijn. Ná Pniël trok hij met zijn been, was hij getekend en juist toen kon hij meer tot zegen zijn.
Iemand die geen enkel litteken vertoont, die niet kwetsbaar durft te zijn, niet eerlijk over z’n missers en twijfels, die is niet gelouterd, die is niet getest en beproefd. Wees voorzichtig met zo iemand: ‘Never trust someone without a limp.’
Jezus toont Thomas zijn wonden en zegt hem: ‘Wees niet ongelovig, maar geloof.’ Geloven is hier niet anders dan vertrouwen, je toevertrouwen aan Jezus. Omdat je zijn littekens ziet, omdat je ontdekt hebt wat Hij voor jou over heeft gehad en over heeft. Omdat je bij Hem mag komen, mét je eigen littekens, je twijfels en vragen. De Gekruisigde die de Opgestane is.
Of zoals Thomas uitroept: ‘Mijn Heer en mijn God!’ Ja, de Heer met de wonden, dat is mijn Heer. De gewonde God, dat is mijn God.
Lof zij U Christus. Amen
 

zingen                       Lied 975:1,2,3 ‘Jezus roept hier mensen samen’ 

gedenken overleden gemeentelid 

dankgebed en voorbeden

collectemoment  

zingen           Psalm 27:7 ‘O als ik niet met opgeheven hoofde’

zegen