welkom en mededelingen
aanvangslied
stil gebed Psalm 139:1 ‘Heer, die mij ziet zoals ik ben’
votum en groet
aanvangstekst ‘Ik bid dat uw liefde steeds meer aan inzicht en fijnzinnigheid wint, zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt.’ (Filippenzen 1:9,10a)
zingen Psalm 139:3,5,14 ‘Waar zou ik vluchten voor uw Geest?’
gebed om de verlichting met de Heilige Geest
schriftlezing 1 1 Korintiërs 12:4-11
zingen Lied 313;1 ‘Een rijke schat van wijsheid’
schriftlezing 2 1 Thessalonicenzen 5:16-24
zingen Lied 313:3 ‘De geesten onderscheiden’
schriftlezing 3 1 Johannes 4:1-6
zingen Lied 313:5 ‘O Gij die wilt ontmoeten’
verkondiging Thema: Onderscheidingsvermogen
Gemeente van Jezus Christus,
We denken al een seizoen lang na over het thema ‘Kijk! Laat je verrassen door het werk van Gods Geest.’ Daarbij kwamen allerlei aspecten aan de orde. Ik hoop dat het ook verrassend was. Ontdekkend. Verrijkend en bemoedigend.
Over ontdekkend gesproken... Bij het werk van de Heilige Geest hoort ook dat Hij ons leert onderscheiden. Dat is ook echt nodig. Er is namelijk niet alleen Gods Geest, maar er zijn ook andere geesten, andere machten en invloeden.
De Geest wil ons onderscheidingsvermogen bijbrengen om te kunnen bepalen wat van God komt en wat niet, wat ons dichter bij Hem brengt of juist niet. Om daarvoor onze geestelijke blik te scherpen.
In 1 Korinthe 12 wordt een hele rij gaven genoemd die de Geest aan de gemeente, aan gelovigen, geeft. Daaronder ook ‘de gave (en ik citeer nu even uit de Herziene Statenvertaling) van de onderscheiding der geesten.’ Het is een geschonken vermogen om onderscheid te kunnen maken tussen wat de Heilige Geest doet en wat een andere geest doet. Ik las ergens: ‘De gave van onderscheid is vooral een intuïtieve gave, waardoor je aanvoelt of iets uit God is of niet. Je ruikt daardoor als het ware wat er in iemand ademt, wat iemand vervult en inspireert. Deze gave werkt daarom als een soort detector, waardoor je het klimaat doorziet waarin iemand verkeert: is dat het klimaat van de Geest van Jezus of van de macht van de boze? Het werkt als een soort diepteblik.’
Tot zover dit citaat.
Mensen die deze gave ontvangen hebben, kunnen waarheid en leugen onderscheiden. Ze herkennen de leugen vaak sneller dan anderen, laten zich niet zo snel meeslepen, maar blijven kritisch. Deze mensen zijn gericht op de waarheid, strijdbaar en waarheidsgetrouw.
Gezegend zijn we als gemeente als deze gave ook bij ons functioneert. En goddank kom ik ze ook tegen: mannen en vrouwen die altijd weer goede vragen stellen, die onderzoeken of iets uit God is of niet, die kritisch zijn, maar dan wel in opbouwende zin, die zich niet laten meeslepen door wat de massa vindt, die de moed hebben om een tegenstem te laten horen, de tegenstem van het Evangelie, en die dat wat niet goed is kunnen ontmaskeren.
Nu zou je kunnen denken: dat is mooi dat er zulke mensen zijn, maar als ik die gave van de onderscheiding der geesten niet heb gekregen, wat moet ik er dan mee?
Wacht even. We begonnen vanavond de dienst niet voor niets met die woorden uit Filippenzen 1, waar Paulus zegt: ‘Ik bid dat jullie liefde steeds meer aan inzicht en fijnzinnigheid wint, (en dan komt het:) zodat jullie kunnen onderscheiden waar het op aankomt.’ Dit zegt hij tegen de gemeente, tegen alle gelovigen daar, en hier, en nu. Ook aan ons dus. Dus dat geestelijk onderscheidingsvermogen is iets wat we allemaal nodig hebben.
Datzelfde komen we ook tegen in 1 Thessalonicenzen 5. Ook dat wordt tegen de hele gemeente gezegd, tegen ons. Dit, heel kort en krachtig: ‘Onderzoek alles.’
Nu was dit in mijn jonge jaren een lievelingstekst van me. Maar uit eigen belang, als ik eerlijk ben. O, wat heb ik die woorden vaak aangehaald, in de klassieke Statenvertaling: ‘Onderzoek álle dingen’. Ik citeerde die tekst maar al te graag als ik weer eens iets wilde gaan doen waar mijn ouders niet echt enthousiast over waren. Zacht gezegd. ‘Maar luister nou eens, beste paps en mams, het staat toch in de Bijbel? ‘Onderzoek alle dingen’! Dus laat me nou gaan!’ (naar de kermis, naar die bepaalde film, naar dat ene festival, enz. enz.)
Ja, het was wel eigenbelang: dat aanhalen van deze tekst. Eigenlijk misbruikte ik die tekst, want a) Ik citeerde maar voor de helft. Die tekst gaat namelijk verder: ‘Onderzoek alles, behoud het goede en vermijd alle kwaad, in welke vorm dan ook.’ Merk je: hier zit al een ingebouwde rem in. Het gaat in deze tekst niet om alles maar uitproberen. Nee, het onderzoeken moet gecombineerd worden met het goede behouden en alle kwaad vermijden. En b) Dat onderzoeken zelf is vooral bedoeld als toetsen, om te onderscheiden of iets wel of niet goed is, je dichter bij God brengt of je juist van Hem verwijdert.
Maar goed, dat geestelijke onderscheidingsvermogen is dus niet alleen een gave voor een aantal gelovigen. Nee, hier dient iedere christen naar te streven.
Ook het derde gedeelte dat we vanavond lazen, uit 1 Johannes 4, heeft dezelfde strekking. Daar schrijft namelijk Johannes: ‘Geliefde broeders en zusters (ook weer aan iedereen gericht), vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt.’ Weer datzelfde woord ‘onderzoeken’, oftewel: toetsen, onderscheiden. Zoals we net zongen:
De geesten onderscheiden
gaf God ons als gebod
‘Ons’, dat zijn we allemaal, gemeente.
Ook die eerste christenen waar Johannes in eerste instantie zijn brief aan schreef. Die hadden het niet makkelijk. Ze waren in verwarring door allerlei leraars die rondreisden en ook hun gemeente aandeden. Ze leken een goed verhaal te hebben. Over God. Over geloven. Over waar het op aankomt. Maar is het wel een goed verhaal? Johannes is kritisch: ‘Vertrouw niet elke geest.’ Hij roept z’n lezers op het te toetsen: of het van God komt, of juist niet.
Johannes gebruikt hier een werkwoordsvorm die aangeeft dat dat toetsen, dat onderscheiden, iets is dat telkens weer moet gebeuren.
Ook nu. Ook in onze tijd. Want laten we wel wezen: ook nu komt er van alles op ons af. Ook nu zijn er mensen die zeggen dat ze door de Heilige Geest geleid worden en met een indrukwekkend verhaal komen. Met allerlei tekenen. Of christenen die een bepaalde leider of ideologie de handen boven het hoofd houden. Of andersom: bepaalde leiders die het christelijk geloof gebruiken om hun standpunten te legitimeren.
Is dat uit God, of juist niet? Geestelijk onderscheidingsvermogen gevraagd, gemeente!
Maar hoe dan? Hoe weet je nu of het uit God is of juist niet? Hoe onderscheid je de geesten?
Johannes noemt het allerbelangrijkste criterium: Wie is Jezus Christus bij degene die iets ten berde brengt? Staat Christus centraal? Of zoals Johannes schrijft: ‘De Geest van God herken je hieraan: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God.’
In die tijd had je een populaire stroming binnen het christendom – of moet ik zeggen: erbuiten? Want het betreft een ketterij – de gnostiek. Deze beweerde dat Jezus niet echt mens is geweest en dat Hij een schijnlichaam had. Dit gedachtengoed dreigt ook de lezers van Johannes te overtuigen. Maar Johannes is helder, glashelder: iemand die dat beweert is niet uit God. Want het is cruciaal voor ons geloof dat Jezus ook werkelijk mens is. Alleen zo kan Hij onze plaatsvervanger zijn, de middelaar tussen God en ons mensen, én ook helemaal met ons meeleven en meelijden, van binnenuit zeg maar.
Dit is dus het belangrijkste criterium bij het onderscheiden van de geesten: wie is Jezus bij die ander? Staat Christus centraal? Is het in zijn Geest? Ja, dat is ook precies de bedoeling van de Heilige Geest. Hij is als een schijnwerper die het licht op Christus laat vallen, die niets liever wil dan ons bij Hem brengen. Omdat we daar als mens tot ons doel komen. Als het niet in die Geest is, als het iemand vooral om zichzelf gaat, dan onderscheidt zich dat van de goede Geest. .
Dit hangt nauw samen met het tweede criterium bij de onderscheiding der geesten: wat is de gerichtheid? Waar is iemand op gericht? Gaat het om Gods eer? Gaat het erom dat je je naaste werkelijk helpt? Of gaat het om jezelf, om jezelf in het middelpunt te zetten, dus tot meerdere glorie van jezelf? Gaat het om je eigen status, om mensen te behagen? Of doe je het uit angst (voor afwijzing) of door de druk die je voelt van mensen? Dan is het duidelijk een andere geest dan Gods Geest…
Je merkt: onderscheiding der geesten geldt niet alleen naar anderen toe, wat er van anderen op je afkomt zeg maar. Maar het is ook de weg naar binnen, naar je eigen hart. Zelfbeproeving noemden ze dat vroeger. Introspectie met een modern woord. Heel eerlijk zijn voor Gods aangezicht: wat zijn mijn motieven, mijn diepste intenties, waar leef ik voor, waar gaat het mij ten diepste om?
En dit hangt weer nauw samen met het derde criterium bij de onderscheiding der geesten: wat is de bron? Komt het uit God? Dan is het goed. Komt het uit de mens? Dan is het verdacht, want ons hart is arglistig en ons vlees is zwak. Dit geldt ook voor het verstaan van Gods stem in je leven. De Heilige Geest die je leidt, zoals dat in het Evangelie heet. Maar ook dan komt het op het goede onderscheid aan. Want is het God zelf wel die spreekt? Of zijn we het zelf? En is onze wens de vader van de gedachten die we krijgen. Of zit de duivel ertussen?
Kijk, als God spreekt dan kan dat nooit tegen zijn geschreven Woord ingaan, want God spreekt zichzelf niet tegen. Maar het is ook niet altijd duidelijk, want de Bijbel is ook geen naslagwerk met op elke vraag een direct antwoord. Maar past het bij Gods karakter? En wat werken die gedachten in me uit? Gedachten die van God komen bewerken steeds innerlijke vrede, overgave of een stille vreugde.
Inderdaad, Johannes, hier zijn we niet zomaar mee klaar: dit onderzoek, deze toetsing, dit onderscheid, is een voortdurend proces. Daar zijn we nooit mee klaar. We blijven leerlingen…
Onderscheiding der geesten, het zit ook dicht aan tegen profetie, zelfs in letterlijke zin, want de NBV vertaalt in 1 Korinthe 12 de gave van het onderscheid met ‘om te beoordelen of een profetie van de Geest afkomstig is.’ En in 1 Thessalonicenzen 5 wordt de oproep om alles te onderzoeken voorafgegaan door: ‘Heb geen minachting voor profetieën.’
Profetie doorziet de werkelijkheid. Waar wordt Gods recht verkwanseld? Wat doet mensen te kort? Wat staat haaks op Gods koninkrijk? Waar wordt juist Gods wil gedaan? Wat spreekt de Heer hier concreet?
Of zoals Kees van Ekris schrijft in het voorwoord van één van zijn boeken over Moderne Profeten: ‘Profeten waken over iets. Ze waken in zekere zin over ons (…) God geeft nog steeds profetische stemmen. (…) Door tijdgenoten heen, in onze eigen taal dus, kan dezelfde waarschuwing klinken, dezelfde rechtvaardige woede en onbestemdheid. Want steeds opnieuw raken mensen en samenlevingen ontwricht, is er de verleiding van eigenbelang en verspilling, van afstomping. We kunnen daarom niet zonder profetische stemmen.’
In zijn boeken en podcasts noemt Kees van Ekris haar niet, maar ik zou Lieke Marsman ook een moderne profeet willen noemen. Vorige week overleed ze aan de gevolgen van kanker. 35 jaar werd ze maar. Maar juist in haar ziek zijn bleef ze onvermoeibaar schrijven en dichten. De inhoud daarvan veranderde. Toen ze wist dat ze niet meer beter zou worden, ging ze zoeken, nadenken, de werkelijkheid peilen tot op het bot. Ze kwam steeds meer tot de ontdekking dat het geloof in God toch zo gek niet is. Dat er ook leven buiten deze aarde kan zijn. Dat het met de dood niet afgelopen hoeft te zijn. Ze schreef daar ontroerend en ook ontwapenend over in haar prachtboek Op een andere planeet komen ze me redden. Deze week verscheen haar nieuwste schrijven. Een dichtbundel dit keer. Het verscheen dus postuum. Ik las het in één adem uit. De bundel heet De dichter en de duivel. Daarin betreedt de dichteres de onderwereld, een soort onder-Nederland. Ze daalt daarin steeds verder af, ring voor ring. Dit doet denken aan De Goddelijke Komedie, het wereldberoemde werk van Dante, waarin de dichter ook afdaalt in de onderwereld. Maar bij Lieke Marsman zijn het niet Vergilius en Beatrice die haar vergezellen, maar Dick Schoof en Gerrit Zalm. Ja, het boek is meermaals ook ronduit hilarisch, maar kent tegelijk ook een diepe ernst. Want wat blijkt? In die onderwereld hebben mensen hun zonden afgekocht voor stukjes van hun ziel. Dat maakt ze steeds leger, steeds platter. Ook daar is het oppervlakkigheid troef, wordt geweld goedgepraat en gaat het vooral om de eigen economische status. Marsman houdt ons de spiegel voor: wie zijn we geworden met elkaar? Waarom zijn velen van ons zo irrationeel geobsedeerd door het verdienen van geld dat we helemaal niet nodig hebben?
In een dialoog met Gerrit Zalm, de oud VVD-minister van financiën, komt het tot een climax, als de dichter antwoordt:
‘Het gaat mij niet om links of rechts,
maar om de vraag: ben je anno 2026 nog in staat
om een gelaagde boodschap te ontvangen,
of reageer je alleen nog maar wanneer iemand
de realiteit voor je platslaat of opklopt?
Daar zit, als ik echt bij mijzelf te rade ga,
mijn grootste verdriet. Dat we met kale taal
en rechtlijnige algoritmes een rommelige wereld
hebben gecreëerd, in plaats van andersom:
een wanordelijk gespeld maar helder prachtig paradijs.’
En dan antwoordt Zalm even plat als onthutsend:
‘En toch rest mij slechts een hele heldere vraag:
jij geniet nu toch ook
van de hypotheekrenteaftrek?’
Tja, dat wordt dan gezegd tegen een doodzieke dichter. Die niet zielig wil doen, maar wel verder wil kijken, dieper wil peilen, wil gaan voor een helder prachtig paradijs.
Op de onderste ring ontmoet ze dan de duivel zelf. Eigenlijk is dat maar een klein gedeelte van de bundel. Want de invloed van die duivel was in de ringen boven hem natuurlijk al merkbaar.
Zoals er ook in de bovenwereld, in deze wereld, duivelskringen zijn. Jezus noemde hem niet voor niets ‘de overste van deze wereld.’ Nee, we moeten ‘m niet onderschatten. Dat deed Jezus zelf ook niet. De tegenstander laat z’n invloed nog gelden. Openlijk: in hoe hij mensen aanzet tot oorlog, terreur, geweld, haat, kleinering, egoïsme en verwoesting van de schepping.
Ook in de kerk zijn er duivelskringen. Ook daar laat-ie z’n invloed gelden: in verdeeldheid, eindeloze strijd en gekrakeel, slap geloof en van twee walletjes willen eten. Hij kan zich ook heel goed vermommen en sneaky te werk gaan. ‘Als een engel van het licht zelfs…’ Het geloof kan gebruikt worden om machtsmisbruik, vreemdelingenhaat en klimaatontkenning mee goed te praten. Reken maar dat die duivel daar van geniet, want hierdoor kan hij z’n Tegenstander, onze goede God en diens Koninkrijk, raken.
Onderscheiding der geesten is ook hier broodnodig. Om te doen wat goed is en goed doet, wat past bij Gods koninkrijk en niet bij het rijk van de tegenstander. Daarvoor hebben we ook elkaar nodig. Het profetisch beraad in de gemeente, noemt Kees van Ekris dat. Om vanuit de Bijbel, door het gebed, vanuit de leiding van de Heilige Geest te zoeken naar Gods weg, naar een levenshouding die hoort bij het licht, bij dat prachtige paradijs, in de woorden van Lieke Marsman. Het paradijs dat we verwachten, oftewel: Gods nieuwe wereld.
Heeft dat zin? Is die ‘overste van deze wereld’ niet te machtig en te listig?
Nou, dan leg ik heel graag de hand op Gods eigen Woord, dat immers het zwaard is tegen alle aanvallen van de boze. Het profetisch Woord dat vaststaat. Bordenvol Gods beloften waarop we kunnen staan, zoals die in 1 Johannes 4:4: ‘Hij die in u is, is machtiger dan hij die in de wereld heerst.’ Oftewel: de Heilige Geest is krachtiger, wijzer en duurzamer dan alle andere geesten, inclusief de booste.
Daarom:
Heer 'k wil komen in uw nabijheid
Uit de schaduwen in uw heerlijkheid
Door het bloed mag ik U toebehoren
Leer mij toets mij uw stem wil ik horen
Schijn in mij schijn door mij
Amen
zingen Hemelhoog 679 ‘Heer, uw licht en uw liefde schijnen’
geloofsbelijdenis met artikel 1,3 en 6 van de Barmer Thesen
zingen Hemelhoog 333:2 ‘Geen aardse macht begeren wij’
gebed
collectemoment
slotlied Psalm 66:3,7 ‘Doe onze God uw loflied horen’
zegen