welkom en mededelingen
lied Psalm 84:6 ‘Het heil dat uw altaar omgeeft’
stil gebed
votum en groet
aanvangstekst ‘De HEER is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn leven veilig, Voor wie zou ik bang zijn?’ (Psalm 27:1)
zingen Hemelhoog 442:1,3 ‘Zo vriendelijk en veilig als het licht’
gebed om de verlichting met de Heilige Geest
kindermoment
Wat heb ik hier bij me? Een Oranje-shirt.
Ja, ik heb het zo uit de kast van Myrthe gehaald. Netjes opgevouwen. Dat komt er voorlopig ook niet meer uit. Waarom niet? Nederland verloor. Ze zijn uitgeschakeld op het WK. Heeft er nog iemand gekeken. Ik ook. Maar dat kwam omdat ik ziek was en toch niet kon slapen. Ja, ik was er van tevoren al ziek van…
Maar goed, Oranje verloor. Het is voorbij. Heel jammer.
Maar soms kan verliezen juist heel mooi en goed zijn. Dat vieren we vandaag hier in de kerk. Bij het avondmaal. Ja, dan gaat het ook over verliezen. Jezus verloor z’n leven. Hij gaf z’n leven aan het kruis. Het leek over en uit. Maar toch was het winst. Grote winst. Want daardoor mogen wij bij God horen, zijn kinderen zijn. Daardoor is er voor ons vergeving. Daardoor mogen wij altijd opnieuw beginnen.
schriftlezing Job 1:1-5
zingen Psalm 127:1,3 ‘Wanneer de Heer het huis niet bouwt’
verkondiging Thema: Waar/wie is de vader?
Gemeente van Jezus Christus,
De naam Job betekent o.a.: ‘Waar is de vader?’ Ja, waar is de hemelse Vader in al het leed dat hem overkomt? Waarom heeft de Vader het toegelaten?
Vanmorgen komen we een andere kant van Job tegen. De Job voor al het leed dat hem trof. Job in gelukkiger dagen… Maar die naam is ook dan nog steeds veelzeggend. Ook in menselijk opzicht: ‘Waar is de vader?’ Jobs vader wordt namelijk helemaal niet genoemd. Dat is hoogst ongebruikelijk in de Bijbel, met name in het Oude Testament. Altijd wordt daar gezegd wie iemands vader is. Maar hier niet. Het verhaal van Job begint eigenlijk plompverloren. Er wordt ook geen tijdsbepaling genoemd. Leefde Job ten tijde van de aartsvaders of juist later? Het kan eigenlijk op ieder moment spelen. Alsof Job meer een gelijkenis is dan een geschiedenis. Alsof hij symbool staat voor wat mensen overkomen kan en hoe je daarmee dealt, zeker ook naar God toe.
Er is wel een plaatsbepaling: het land Us. Dat lag in Edom, ten oosten van Israël. Wacht even…het volk Edom, dat zijn de afstammelingen van Ezau. Edom, dat is een gezworen vijand van het volk Israël. En juist daar leeft Job, een rechtvaardige. Een typisch staaltje Bijbelse humor. Want hij mag dan afkomstig zijn uit de contreien van dat ‘goddeloze’ Edom, hoor hoe Job getekend wordt, direct na die plaatsbepaling: ‘Hij was rechtschapen en onberispelijk, hij had ontzag voor God en meed het kwaad.’ Mooier kun je als mens toch niet gekarakteriseerd worden: dit is de mens zoals God die bedoelt… Maar die bevindt zich dus wel buiten Israël… Veelzeggend.
We kunnen Gods heil dus echt niet opsluiten, beperken tot een bepaalde groep, tot onze eigen groep. Het is veel ruimer. En vooral veel verrassender. Kijk maar naar Job…
Maar goed, met vier genoemde pennenstreken wordt Job getekend: 1) hij was rechtschapen en 2) onberispelijk, 3) hij had ontzag voor God en 4) meed het kwaad. Die vier pennenstreken tekenen een man uit één stuk, een mens naar Gods hart: wiens innerlijk correspondeert met wat er uit komt. Die niets dubbels heeft: bijvoorbeeld vrome woorden gebruikt, waar vervolgens de daden mee vloeken. Nee, woord en daad blijven bij elkaar. Het geheim daarvan zit ‘m in het ontzag voor God, de vreze des HEREN, zoals dat klassiek heet. De eerbiedige omgang met God, die tegelijk ook zo heel vertrouwelijk is. En omdat er ontzag is voor de Heilige, wordt het kwaad gemeden, omdat dit zo haaks staat op Gods goede bedoelingen.
Zo is Job ook vader. Z’n naam betekent dus ‘waar is de vader’ of ‘wie is de vader?’ Bij Job zie je een vader, een rolmodel als het gaat over het ouderschap, zoals God dat bedoeld heeft: een ouder die integer is, die met de Here leeft, die het goede voor heeft met de kinderen die hem of haar zijn toevertrouwd. En die daar aandacht voor heeft.
Job heeft ook een groot bedrijf, een megaonderneming met z’n duizenden stuks vee en z’n vele werknemers. Hij wordt zelfs de ‘aanzienlijkste man van het Oosten’ genoemd, een soort Elon Musk van toen zeg maar. Qua vermogen dan hè… En ondanks dat heeft hij tijd en aandacht voor z’n kinderen.
Ik kwam eens iemand tegen die zoon was van een directeur. Hij zei: ‘M’n vader was altijd laat thuis. Hij had geen tijd voor me. Maar tegelijk was zijn wil wet en een eigen mening werd je niet bijgebracht.’ Die zoon was enigst kind en toch was er amper aandacht en tijd van z’n vader.
Job heeft maar liefst tien kinderen gekregen: 7 zonen en 3 dochters. Maar voor ieder van hen heeft hij wel tijd en aandacht. Daarover straks meer. Tegelijk is het bij Job niet beklemmend. Hij is geen vader die z’n kinderen continue op de huid zit. Daar had hij natuurlijk ook geen tijd voor met die megaonderneming, maar het gaat dieper. Hij gunt z’n kinderen ook ruimte. Speelruimte. Ruimte om zich te ontwikkelen. Ruimte om te ontdekken. Ons tekstgedeelte licht er één aspect uit, waaruit dat blijkt. Jobs kinderen houden van een feestje. Dat kom je bij jongeren meer tegen…
Job geeft z’n kinderen een stuk vrijheid om het leven te vieren, om te genieten. Maar tegelijk is het geen onverschilligheid: ‘Laat ze maar! Ze doen maar…’ Nee, hij heeft begrip voor hun leefwereld en is er ook benieuwd naar. Hij roept ze bij zich, na afloop van het feest. Om te horen hoe ze genoten hebben. Maar ook voor een reinigingsritueel. In alle vroegte. Ja, want daarna wachtte blijkbaar het werk weer. Je leest dat in vers 5.
Als zo’n feest voorbij was, dan riep Job z’n kinderen bij zich. Voor een reinigingsritueel. Job bracht voor ieder van z’n kinderen een offer en heiligde hen.
Waarom doet Job dat? Hij verwoordt het zelf: ‘Misschien hebben mijn kinderen in hun hart gezondigd en God in hun hart vervloekt.’ Letterlijk staat er dat ze God in hun hart gezegend hebben, maar dan zegenen als afscheidsritueel. De Naardense Bijbel vertaalt het dan ook heel sterk: ‘dat ze in hun hart God vaarwel hebben gezegend.’ Job zegt niet dát dat gebeurt, nee dat het misschien gebeurt… Job is geen koude, harde vader die alles van zijn kinderen liefdeloos veroordeelt. Bij wie je het als kind nooit goed doet. Zodat er een sfeer van wantrouwen ontstaat. Nee, Job heeft begrip voor de leefwereld van zijn kinderen. Hij geeft ze ruimte om die feesten met elkaar te vieren. Daar is hij niet tegen. Wel is hij bezorgd hoé die feesten gevierd worden. Ja, ook het vieren van een feest is een kunst, om daar een gelovige stijl in te hebben. Dat heeft ook te maken met grenzen, en je niet te buiten gaan aan mateloosheid. En zo God buitensluit. En als dat chronisch wordt, in je hart Hem vaarwel zegt.
Job is niet naïef. Hij weet dat het kan. Je kunt een gespleten persoon worden. Die God alleen maar reserveert voor een stukje van je leven. Zondags Vroom en door de week Dreesman, zoals iemand eens snedig opmerkte. Terwijl geloven, je relatie met God, nu juist bedoeld is voor het hele leven; te maken heeft met de hele werkelijkheid. Anders raak je Hem kwijt. Dan is het voorbij.
En om zijn kinderen weer helemaal te laten delen in Gods sfeer brengt Job dat offer, als verzoening, als reiniging van zijn kinderen. Hij heeft iets priesterlijks zo. Hij brengt z’n kinderen bij Gods verzoening, bij zijn reiniging. Ze mogen opnieuw beginnen. Ja, zo laat hij ook iets zien van Gods vaderschap, die ons zijn vergeving aanreikt, bij Wie we, dankzij het offer van Christus, opnieuw mogen beginnen. We mogen het straks weer op hele bijzondere wijze ervaren bij het heilig avondmaal. Over reinigingsritueel gesproken…
Maar merkt u hoe de volgorde, de rangorde is? Niet beginnen bij de regels, maar bij de aanvaarding, de genade. Dat is ook zo wezenlijk hoe we omgaan met onze kinderen, onze kleinkinderen, de jonge generatie. Om hen niet te veroordelen, maar van ze te houden zoals ze zijn. En daarvanuit hen te leren hoe ze leven mogen. Vanuit de genade dus.
Ja, denkt u misschien, makkelijk praten als het over Job gaat. Zijn kinderen stonden er blijkbaar voor open. Maar wat nu als je kind hele andere wegen is gegaan, God daadwerkelijk vaarwel heeft gezegd? Dan heeft dit toch allemaal weinig zin?
Dat weet ik niet. Wat ik zo mooi vind, is dat er over Job gezegd wordt in vers 5 dat hij dit telkens weer deed. Hij had immers ook geen garantie. Telkens bad en offerde hij voor zijn kinderen, sprong hij voor hen zo in de bres. Het is dus echt een kwestie van volharden, van een lange adem.
Ik moet denken aan mijn eigen moeder. Op haar slaapkamer hangt een tegeltje aan de muur met daarop het gebed ‘Ik leg de namen van mijn kinderen in uw handen.’ Dat bordje hangt daar al heel lang en nog langer wordt het ook in praktijk gebracht. Omdat mijn moeder, en mijn vader, toen hij nog leefde, heilig geloofde in de kracht van de voorbede. Zoals Job dat ook deed.
‘Wie is de vader?’ betekent zijn naam. Nou, hier is hij: een liefhebbende, aanvaardende en priesterlijke vader. Maar Jobs naam betekent ook ‘waar is de Vader?’ Een vraag, een roep, die Job zelf op de lippen kwam toen alles hem ontnomen werd: inclusief z’n kinderen. Ze kwamen alle tien om door een verwoestende storm die het huis deed instorten, juist tijdens één van die feesten: o wrede ironie…
Jobs vrouw is verbijsterd en verbitterd. Ze roept haar man op om God vaarwel te zeggen, om met Hem te breken. Maar dat doet Job niet. Dan kan hij niet. Waar hij zelf zo hartstochtelijk voor bad voor z’n kinderen, dat ze God niet vaarwel zouden zeggen, dan kan hij nu zelf niet doen. Hij blijft aan God vasthouden. Al is het ook klagend en worstelend. Het vervolg van het boek Job laat dat ook horen. Maar Job kan en wil niet zonder God, omdat hij zich in Gods hand weet: dé Vader. En zo heeft Job iets weg van Jezus. Die ook alles kwijtraakte, tussen hemel en aarde hing, aan het kruis, en riep: ‘Waar bent U? Waarom heeft U mij verlaten?’ Maar tegelijk zijn vertrouwen op God bleef stellen en uiteindelijk zijn geest in zijn Vaders handen beval. En over priester gesproken. Hij is onze grote Hogepriester die met zijn offer voor ons pleit en voor ons bidt, in goede en kwade dagen. Daarom:
Wij geven het leven niet prijs,
de nacht doet de dag niet vergeten.
Ons lied krijgt een andere wijs
en soms zijn de woorden slechts kreten,
maar hoog blijft de toon:
wij hebben de Zoon,
een kind naast de Vader gezeten!
Lof zij U, Christus!
Amen
zingen Hemelhoog 579:1,2 ’Eeuwig Woord, U willen wij bezingen’
lezing avondmaalsformulier tot en met gebed
zingen (terwijl tafel verder wordt klaargemaakt) Lied 377:1,4,5 ‘Zoals ik ben, kom ik nabij’
nodiging, uitdeling en communie
lofprijzing
dankgebed en voorbeden
collectemoment
zingen Lied 903:1 ‘Zou ik niet van harte zingen’
zegen