zingen Hemelhoog 539 ‘Hier in uw heiligdom’
stil gebed
votum en groet
openingstekst ‘Degenen die standhielden prijzen we gelukkig! U hebt gehoord hoe standvastig Job was, en u weet welke uitkomst de Heer gaf; de Heer is immers liefdevol en barmhartig.’ (Jakobus 5:11)
zingen Lied 310 ‘Eén is de HEER, de God der goden’ (berijming van de Tien Woorden)
gebed
kindermoment
Heb je dat ook wel eens dat je vader of moeder tegen je zegt: ‘Je moet nu echt je kamer opruimen. Het is zo’n troep hier geworden. Straks struikel je nog!’?
Of de woonkamer, waar je heerlijk gespeeld hebt. Overal ligt speelgoed, of weet ik wat. Dan moet er ook opgeruimd worden, toch?
Wie vindt dat leuk? Opruimen?
Dat snap ik. Ik zal eerlijk zijn: in mijn studeerkamer is het soms ook best een rommeltje. En dan zegt mijn vrouw: als je je bureau niet opruimt, kan ik het ook niet stoffen… En dan doe ik het. En als ik het dan gedaan heb, denk ik: dat had ik veel eerder moeten doen. Kijk, eens hoe opgeruimd het weer is!
Dat geldt niet alleen voor binnen, maar ook buiten. Op straat. Bijvoorbeeld hier buiten voor de kerk, op het plein. Daar is het soms best een troep. Toen dachten wij: als we dat nu eens gaan opruimen? Dat het er helemaal mooi uit ziet. Super schoon. Dat zou toch prachtig zijn. Dat gaan we a.s. zaterdagmorgen doen. Een clean-upactie. Daar hebben we prachtspullen voor. Kijk maar eens…
Bijvoorbeeld deze grijper, superhandig en zo leuk. En zo’n rood hesje. Ben je gelijk herkenbaar. Ik ben er ook. Ik hoop dat jij er ook bent. En u. Dat we met een hele ploeg zo het startweekend beginnen. Om 10.00 verzamelen we hier bij de Brug en dan gaan we het hele plein schoonmaken en schoonvegen. Als een cadeautje voor onze buurt. Als een uitnodiging naar de mensen: hier in de kerk ontdekt je helemaal wat het betekent dat alle troep in je leven wordt opgeruimd, dat je weer helemaal schoon mag worden van binnen. Dat je vergeven wordt en dat we elkaar ook vergeven.
Ik zie jou en jullie graag zaterdag, bij het Startweekend. Om 10.00 uur bij de Clean-up en natuurlijk ook ’s middags hier in de Brug, met voor jullie ook allemaal leuke dingen, een fantastische quiz, heerlijk eten en aan het begin van de avond lekker trommelen…
Een fijne kindernevendienst en tot straks als Corieke wordt bevestigd als jeugdouderling. Zij wordt speciaal jullie ouderling. Dus daar wil je toch bij zijn?
Daarom komen jullie iets eerder weer terug, na het lied na de preek.
schriftlezing Job 42"7-17
zingen Psalm 113:2,3 ‘Ver boven aller volken trots’
verkondiging Thema: De zegen van Job
Gemeente van Jezus Christus, Corieke,
Nooit zal ik het meer vergeten. Het was aan het eind van een pastoraal bezoek bij een oudere man. Hij had verteld over zijn bewogen leven. Hoe zijn vrouw bij een ongeluk om het leven gekomen was. Hoe hij achterbleef met z’n opgroeiende kinderen. Hoe hij intussen tobde met COPD. Maar ook vertelde over de steun die het geloof hem gaf, hoe God hem kracht gegeven had. Ja, ik had genoeg bij hem om voor te bidden en te danken. Maar weet je wat hij zei? ‘Ik zou ook heel graag voor u willen bidden, dominee.’ Ik was even perplex, want dit had ik niet verwacht. Het raakte me. En hij bad voor me. Soms zoekend naar woorden, happend naar adem, maar zo puur, zo gunnend, zo liefdevol.
Je kent hem wel, Corieke. Het was je opa…
Zo bidt ook Job voor zijn vrienden. Ja, we hebben het over de nog steeds zieke, straatarme Job. Job die z’n vrienden theologisch zo hebben verguisd. Maar hij bidt voor hen.
God zelf is daarbij de initiator. Hij heeft zich tot Elifaz gericht, de oudste van Jobs drie vrienden. God komt direct ter zake, en het liegt er niet om: ‘Ik ben in woede ontstoken tegen jou en je twee vrienden.’ Waarom? ‘Omdat jullie niet juist over Mij hebben gesproken, zoals mijn dienaar Job.’
Ja, Job, met al z’n vragen, al z’n klachten, aan het adres van God, had toch juist gesproken. Omdat hij zich tot God zelf had gericht, Hem niet los kon en wilde laten. En uiteindelijk had Job ook uit diep ontzag z’n hand op z’n mond gelegd. Na het verzet, de overgave.
Maar die vrienden hadden niet tot God gesproken, maar alleen over Hem. Hadden ze maar met God gesproken, zich tot Hem gericht, gebeden voor hun geslagen vriend Job. Dat zou zoveel barmhartiger zijn geweest. Maar nee, ze hadden alleen over God gesproken. Tegen Job. En dat was niet juist geweest, volgens Gods oordeel.
Het Hebreeuwse woord daarvoor betekent eigenlijk zoiets als ‘dat wat standhoudt, wat overeind blijft.’ Maar wat die vrienden over God hadden gezegd tegen Job waren misschien wel aardige theorieën, maar ze houden geen stand. Ze hadden van God een soort voorspelbare automaat gemaakt, een God die zij precies dachten te kennen en te begrijpen. Ze hadden God aan banden gelegd in hun systeem. Maar God is de Heilige, de gans Andere, die laat zich niet opsluiten in onze denksystemen, in onze ideeën.
In mijn studietijd moest ik voor het vak Dogmatiek het dikke boek Christelijk geloof van professor Berkhof bestuderen. Het allermooiste daaruit stond eigenlijk al op de eerste bladzijde, als motto, uit een gedicht van Alfred Tennyson:
Our little systems have their day;
They have their day and cease to be:
They are but broken lights of thee,
And thou, O Lord, art more than they.
Vertaald: Onze kleine systemen hebben hun tijd
Ze hebben hun tijd en vergaan.
Ze zijn slechts gebroken lichten van U.
En Gij, o Heer, bent meer dan zij.
Die vrienden hadden God juist opgesloten in hun eigen systeem. Hun preken, hun verklaringen van het lijden van Job, hadden de plank misgeslagen. Ze hadden God zelf daarmee beledigd. Het heeft z’n toorn opgewekt.
Het doet er dus toe hoe we over God spreken. We lopen het gevaar dat we God tot een voorspelbare automaat maken die precies doet, wat wij willen. Maar dan maken we eigenlijk een gesneden beeld van God. We vormen God naar onze ideeën, naar onze verwachtingen. Maar ‘Gij zult u géén gesneden beeld maken’, zeggen de Tien Woorden klip en klaar. Want God is niet voorspelbaar. Hij is God. En niet juist over Hem spreken en denken is zonde.
Zonde, die verzoend moet worden. De drie vrienden moeten daarvoor een verzoeningsoffer brengen. En wat voor één! 7 stieren en 7 rammen voor elk . Zulke enorme offers lees je eigenlijk in de hele Thora niet. Het geeft de ernst van deze zonde aan. God is echt diep geraakt, in woede ontstoken.
De vrienden moeten met dat offer naar Job toe. Terug naar hem. Om hun ongelijk te betuigen en zich te laten verzoenen door het offer. Én door Jobs gebed.
Want dat is het andere wat God heeft gevraagd: naast dat offer ook de voorbede van Job voor hen.
Ze gaan. Ik vind dat bijzonder. Met hun mooie verhalen van eerst. Al die ‘lyttle systems’. Daar is niets meer van over. Met gebogen hoofd en met een stel stieren en rammen komen ze bij hun vriend.
En Job? O, hij kan alsnog z’n gelijk halen, ze de mantel uitvegen, wraak nemen. Maar dat doet hij niet. Hij doet wat God van hem vraagt. Hij gaat voor z’n vrienden bidden. Z’n vrienden die z’n kwelgeesten waren geworden. Hij bidt voor hen. Zoals hij vroeger voor z’n kinderen bad én offerde. We begonnen daar deze serie over Job mee. Hoe Job met z’n kinderen over God sprak, maar ook met God over z’n kinderen. Iedere dag legde hij de namen van z’n kinderen in Gods handen. Een voorbeeld voor ons.
En zo bidt hij nu ook voor z’n vrienden.
En dan lees je dat God Job ter wille is. God verhoort zijn gebed en vergeeft z’n vrienden.
Voorbede heeft dus echt zin, gemeente. Het werkt echt iets uit. Je knapt er van op.
Ik merkte dat met die oudere broeder, jouw opa. Zijn gebed voor mij gaf me kracht, gaf me zin om in Gods dienst te staan.
Maar ook voor iemand bidden, die je kwelgeest is geworden. Zoals Job doet bij zijn vrienden. Of voor iemand met wie je in conflict bent geraakt. Daarvoor bidden geeft ruimte, omdat je die ander door Gods, door Jezus’ ogen, ziet. Probeer het maar.
Maar het is ook omgekeerd: voor je laten bidden. Misschien vind je dat lastig. Maar die vrienden lieten Job voor hen bidden. En het zorgde voor verzoening, voor verandering. Dat kan ook nu gebeuren, de Here God is dezelfde…
Ik ga ook wel in andere gemeenten voor waar gebedsteams zijn, tweetallen gemeenteleden, die voor je kunnen bidden, na de dienst.
Afgelopen seizoen was ik als consulent bij een kerkenraadsvergadering in de Oostpoort, waar die teams ook uitgenodigd waren om te vertellen over hun ervaringen, over het belang van gebedspastoraat zeg maar. Maar het bleef niet alleen bij praten. Nee, we gingen uiteen in kleine groepjes en we brachten het ook in praktijk. Ieder mocht zelf een paar gebedspunten aanreiken, waar concreet voor gebeden werd. Het was ontroerend, bevrijdend en hierdoor waren we dichtbij God en bij elkaar.
Door het gebed creëert de Heilige Geest ruimte.
Ik hoop dat je dat ook merkt, als ambtsdrager, als gelovige.
Eigenlijk ontstaat er zo een soort kleine gemeente rond Job. Die offert, waar voorbede wordt gedaan. Ook Jobs broers en zussen en andere bekenden komen naar zijn huis, om met hem te eten en ze tonen hun medeleven en troosten Job. Dat is toch de bedoeling van gemeente-zijn? Omzien naar elkaar.
Maar ja, bij de meesten wel rijkelijk laat in dit geval. Job had kunnen zeggen: ‘Wat komen jullie doen? Al die tijd heb ik jullie niet gezien en nu blijkbaar wel!’ Maar nee, Job is niet verbitterd. Integendeel: z’n huis staat open voor die mensen, die hem eerst links lieten liggen. Er is herstel. Verzoening. Verbondenheid.
Zijn ook dit geen kenmerken voor de gemeente: waar je welkom bent en welkom blijft? Wat je ook op je kerfstok hebt, wat er ook misgegaan is, ook onderling. Dan laat je je toch niet leiden door bitterheid, maar dan wil je toch weer opnieuw beginnen en gun je elkaar hier een plek: in de bank, aan de tafel, op de kring, de club, enzovoort.
Zo komen die familieleden en bekenden weer bij Job thuis. En ze nemen ook wat mee voor hem: een geldstuk en een ring. Een soort startkapitaal zeg maar. Hun actie is niet alleen pastoraal, maar ook diaconaal… Inspirerend, toch?
Job wordt gezegend. En niet een beetje ook. Hij krijgt het dubbele van wat hij eerder bezat. Z’n veestapel wordt immens: 14.000 schapen en geiten, 6000 kamelen, 1000 span runderen en evenzoveel ezelinnen. Het zijn koninklijke aantallen.
Klinkt dit niet als te mooi om waar te zijn? Sprookjesachtig, een happy end zonder weerga, maar ook wel beetje oppervlakkig, toch? Heeft dat welvaartsevangelie dan toch gelijk?
Behalve als je bedenkt dat die verdubbeling juist een diepere laag heeft, die heel diep gaat. In de Thora, in Exodus 22 om precies te zijn, is de verdubbeling namelijk de vergoeding die je moet betalen als je iemand hebt bestolen. Een vorm van herstelrecht zeg maar, waar het slachtoffer recht wordt gedaan in de vorm van een dubbele schadevergoeding. Mooi die aandacht en zorg voor het slachtoffer in de Thora, toch?
Maar hier bij Job is het God zelf die de verdubbeling op zich neemt! Weet je wat dat betekent: de Here God gaat dus in de beklaagdenbank zitten! Hij doet alsof Hij de dief is. Onze goede God neemt de schuld op zich en geeft Job een dubbele schadevergoeding. Hoe bijzonder is dit! En zien we eigenlijk hier niet een voorafschaduwing van wat Hij in Christus op volmaakte wijze zou doen: de zonden van de hele wereld op zich nemen – ook die van u, jou en mij – als Onschuldige, en die dragen, en wegdragen aan het kruis. Om ons daardoor te verzoenen en nieuw leven te geven: eeuwig leven! Dat is oneindig meer dan een verdubbeling!
Terug naar Job. Zijn kinderen worden trouwens niet verdubbeld. Kinderen zijn immers niet te vervangen.
Daarom is het ook zo pijnlijk als tegen ouders van een overleden kindje wordt gezegd: ‘Gelukkig kreeg je daarna nog een kind…’ Maar daarmee is de lege plek niet opgevuld. Vroeger kreeg zo’n nieuwgeboren kind dan ook nog eens de naam het overleden broertje of zusje. Hoe pijnlijk eigenlijk, naar het overleden kind toe, maar ook voor het nieuwe kind. Kinderen zijn niet te vervangen. Ieder mensenkind is uniek.
Daarom worden Jobs kinderen niet verdubbeld. Of moet je zeggen dat die tien overleden kinderen juist nog helemaal meetellen en dat het met de tien nieuwe kinderen twintig maakt? Waarmee uitgedrukt wordt: die tien eerste kinderen zijn niet weg. Nee, ze zijn er nog. Dan is dit eigenlijk een diepe belijdenis van het eeuwige leven en de opstanding van de doden. Helemaal aansluitend bij Jobs diepe belijdenis: ‘Ik weet dat mijn Verlosser leeft’ en dat wij door Hem leven. Voorgoed. Dat is ook een diepe troost voor een ieder die zijn of haar kind naar het graf moest brengen…
Bijzonder is ook dat van de tien nieuwe kinderen de drie dochters de meeste aandacht krijgen. Mooiere vrouwen zijn er niet te vinden.
En in tegenstelling tot hun broers worden ze ook nog eens bij name genoemd: ‘Jemima, Kesia en Keren-Happuch’. Die namen betekenen respectievelijk ‘Duifje’, ‘Kaneelbloesem’ en ‘Poederdoosje’. Tja, niet de meest diepzinnige namen toch? ‘Duifje’, ‘Poederdoosje…’ Iemand zei: ‘Hoe truttig wil je het hebben?’
Of ligt het hier ook anders? Okke Jager gaat in één van zijn bijbelse dagboeken uitgebreid op die namen in. Neem ‘Poederdoosje’, dat te maken heeft met huidverzorging. Vergeet niet dat Jobs ellende ook de aantasting van z’n huid betrof, met die vreselijke zweren, van top tot teen, die hij met een potscherf te lijf ging: zo verschrikkelijk jeukte het. En nu heeft hij een dochter gekregen en het eerste wat hem opvalt is haar zachte huid. Zo gaaf! O, mijn Poederdoosje!’ In die naam zit dus zoveel dankbaarheid en verwondering!
En de naam ‘Duifje’ doet toch denken aan Noach, die ook een nieuw begin mocht meemaken. Okke Jager schrijft dan heel beeldend: ‘Job gaat als Noach uit de ark, uit de doodskist, en betreedt een nieuwe aarde, een uitgerold tapijt voor de heilsgeschiedenis. En zijn eerste dochter noemt hij Duifje: jij met je mooie ogen, vogeltje van de hoop!’
Zo eindigt het boek Job inderdaad met hoop, met troost, zegen, vreugde en uitzicht.
Job heeft laten zien dat hij God bleef dienen om niet, belangeloos. Niet om wat God geeft, maar om Wie Hij is. O ja, het ging er diep aan door. Daarbij was alle ruimte voor de vragen en de klachten. Maar na het verzet kwam de overgave. Job kon niet zonder God. Hij bleef aan Hem vasthouden, omdat de Here God hem vasthield, zijn naam JHWH waarmaakte: Ik ben erbij.
Daarmee kon Job verder. En wij ook. Als gemeentelid. Als ambtsdrager. In en na het ambt. Op zondag en door de week. In leven en sterven.
Lof zij U, Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen
zingen Hemelhoog 473 ‘Zegen mij’
bevestiging van Corieke Boersma-de Jong tot jeugdouderling
zingen Psalm 134:1,2 ‘Gij dienaars aan den HEER gewijd’
inzegening en bevestiging met bevestigingstekst: Jezus zegt: ‘Weid mijn lammeren.’ (Johannes 21:15d)
zingen (staande) Psalm 134:3
vraag aan gemeente
toespraak van Jan de Graaf, voorzitter van kerkenraad
gedenken overleden gemeentelid
dankgebed en voorbeden
collectemoment
slotlied Lied 416 ‘Ga met God en Hij zal met je zijn’
zegen
vraag aan gemeente!!!