welkom en mededelingen 

aanvangslied          Psalm 43:3 ‘O Here, God, kom mij bevrijden’ 

stil gebed 

votum en groet

openingstekst        ‘Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toegroeien naar Hem die het hoofd is: Christus.’ (Efeziërs 4:15)

zingen           Hemelhoog 391 ‘Breng ons samen’

lezing van het gebod       Vanuit 1 Johannes 3 (18-24). Daarna zingen we Psalm 133:1,3.  

zingen           Psalm 133:1,3 ‘Zie toch, hoe goed, hoe lieflijk is ’t dat zonen’

gebed om de verlichting met de Heilige Geest    The Bridge

zingen (kinderlied)           Hemelhoog 388 ‘Als je geen liefde hebt voor elkaar’

kindermoment       

Vanmorgen gaat het bij jullie in de kindernevendienst over iemand die blind was.
Ken je iemand die blind is?
Ik kende in mijn vorige gemeente een organist die blind was. Hij speelde alles uit zijn hoofd. Van te voren had hij die liederen met braille gekregen, dus de muzieknoten in speciale bobbeltjes, die hij met z’n vingers kon lezen. Maar ja, je kunt niet tegelijk met je vingers voelen en orgelspelen. Dus dat eerste deed hij van tevoren.
Blind. En dan moet je het hebben van voelen, om dingen te herkennen.
Wie wil dat vandaag meemaken? Ik heb een blinddoek bij me en dan zie je dus ook even niks meer. Ik laat je dan een paar dingen voelen en dan mag je raden wat het is. Wie wil dat?

 Blind

 1)    Pen

 2)    Teddybeer

      3)    Bijbel

Hoe vond je dat?
En hoe mooi is het als je kunt zien.
Toch kunnen wij de Here God niet zien. Maar we kunnen Hem wel horen. Als er uit de Bijbel verteld wordt. En we kunnen Hem voelen in ons hart.
Ik hoop dat dit ook gebeurt bij jullie in de kindernevendienst…

schriftlezing     3 Johannes

zingen                       Lied 653:1,7 ‘U kennen, uit en tot U leven’ 

verkondiging          Thema: Een persoonlijk briefje met een actuele spits

Gemeente van Jezus Christus,

Afgelopen dinsdag op de overdagbijbelkring in de Ronssehof stond ook 3 Johannes centraal. Ik vroeg de deelnemers: ‘Voor wie is dit bijbelboek bekend?’ Van de ruim 20 deelnemers gingen er maar een paar handen de lucht in. 
Ik ben benieuwd hoe dat hier is. Ik stel de vraag nu iets anders: ‘Wie heeft er wel eens een preek gehoord over dit bijbelgedeelte, een preek over 3 Johannes dus?’
Dat houdt niet over…
Maar is dat vreemd? Ik las ergens: ‘Dit briefje is op het eerste gezicht niet veel meer dan een e-mailbericht aan een zekere Gajus.’ Klassieker gezegd: het past op één papyrusblaadje.
En ik weet niet of je het opviel bij de schriftlezing, maar het is ook nog eens het enige bijbelboek in het Nieuwe Testament waar Jezus niet bij name wordt genoemd…

En toch heeft dit briefje een plek in de Bijbel gekregen. Ook dit is blijkbaar door de Heilige Geest geïnspireerd. Ja, Christus mag dan niet bij name worden genoemd, het is wel helemaal in de Geest van Christus. De brief ademt Hem. Als je bij wijze van spreken het briefpapier tegen het licht houdt, dan zie je daarin het watermerk van Jezus Christus. 
De schrijver, Johannes, ziet het ook in degene aan wie hij zijn persoonlijke brief schrijft: Gajus. Deze is echt gestempeld door Christus. Johannes gebruikt daarvoor twee kernwoorden: liefde en waarheid. Daaraan kun je een christen herkennen.

Neem dat eerste kernwoord: liefde. Gajus is een geliefde broeder, geliefd door God, geliefd door Johannes.  En hij heeft zelf ook lief. Dat is in de gemeente ook opgevallen.
En ook dat tweede kernwoord komt meermaals ter sprake: dat van de waarheid. Gajus ‘volgt de weg van de waarheid.’ Of zoals er letterlijk staat: ‘Hij wandelt in de waarheid.’ Een prachtige uitdrukking: wandelen in de waarheid. Niet rennen, niet jachten, maar wandelen. In alle rust. Ontspannen. In de waarheid. En waarheid is bij Johannes geen systeem, maar een persoon. In het Johannesevangelie horen we Jezus van Zichzelf zeggen: ‘Ik ben de Weg, de Wáárheid en het Leven.’ Dus wandelen in de waarheid is dichtbij Christus blijven, in zijn spoor gaan, met Hem omgaan. Dan ga je ook op Hem lijken, dat kan niet anders, want waar je mee omgaat, daarmee word je besmet. Maar dit is een hele positieve besmetting, want dan kom je ook op voor de waarheid, tegen de leugen, tegen alles wat nep en fake is, tegen hypocrisie. Maar wel in liefde.

Ja, liefde en waarheid moet je echt bij elkaar houden. Net zoals je bij Nordic Walking twee stokken nodig hebt, zo heb je waarheid en liefde allebei nodig om te wandelen in het spoor van Christus. Ze zijn tweelingbroers, of -zussen, als je wilt.
Iemand zei terecht: waarheid zonder liefde wordt een systeem, een kracht die zelfs verwoestend kan werken. Maar liefde zonder waarheid is blind.’
Anders gezegd: waarheid zonder liefde kan hard en genadeloos worden. Maar liefde zonder waarheid soft en zouteloos. Paulus schrijft niet voor niets in zijn loflied op de liefde in 1 Korintiërs 13: ‘De liefde vindt vreugde in de waarheid.’ Alles onder het tapijt schuiven, is niet wandelen in de waarheid, is niet in het spoor van Christus, Die onrecht en hypocrisie immers ook onvermoeibaar aan de kaak stelde.
Johannes doet dat zelf in deze brief ook. Maar dat straks…

Waar zag Johannes bij Gajus dat hij wandelde in het spoor van de waarheid en dat hij liefde betoonde? In zijn gastvrijheid.
In die tijd waren er rondreizende predikers en zendelingen. Aangezien er toen nog geen Airbnb’s waren, waren deze dus aangewezen op medegelovigen die hen een slaapplek boden, tijdelijke opvang. Gajus deed dat. Had Jezus het zelf niet gezegd: ‘Ik was een vreemdeling en jullie namen me op.’ In het opnemen van vreemdelingen kun je dus Christus zelf ontvangen! Wat een eer eigenlijk, als je erbij stilstaat.
Johannes voegt er in zijn brief nog aan toe: als je zulke mensen, die omwille van de Naam – en daarmee wordt Jezus bedoeld – dus die voor Hem op reis zijn gegaan, zijn Evangelie willen verspreiden; als je die mensen gastvrij ontvangt, dan werk je mee aan de verkondiging van de waarheid.

Niet iedereen hoeft een zendeling te worden, een rondreizende prediker, maar door hen op te vangen, door hen te steunen, werk je wel mee aan het Evangelie.
Dat is vandaag de dag niet anders. Vanuit onze gemeente en vanuit de Sint-Jansgemeente zijn Gerard en Janneke de Wit uitgezonden naar Schwerin in het oosten van Duitsland. Ja, dat deel van Duitsland, waar zoveel aan de hand is nu. Waar veel nood is, waar het rechtsextremisme om zich heen grijpt, waar juist het Evangelie van de liefde en de waarheid, zoveel goed kan doen. Wij kunnen met hen meewerken, gemeente, door voor hen te bidden, hen te steunen, de acties voor alle zendingsmedewerkers, die vanuit onze Goudse gemeenten zijn uitgezonden, te steunen. Bijvoorbeeld bij de Winterfair.

Terug naar die gastvrijheid. Daaruit blijkt Gajus’ geloof, hoe hij in de waarheid wandelt en liefheeft. Of om het met het jaarthema te zeggen: zo beweegt hij mee, in het krachtenveld van Christus. Juist Jezus had oog voor mensen die anders waren, voor Samaritanen bijvoorbeeld, voor allerhande mensen die door anderen met de nek werden aangekeken. Jezus zocht hen op. At met hen. Deelde z’n leven met hen.
Bewegen wij hierin met Hem mee? Zijn ook wij gastvrij? Staan we open voor anderen? Ook voor vreemdelingen?

Johannes schrijft aan Gajus dat hij gastvrij is voor anderen die hij niet kent. Gajus lijdt dus niet aan één van de ziektes van onze tijd: die van de xenofobie. Nee, in het Grieks is gastvrijheid juist het tegenovergestelde: xenofilia, dus liefde voor de vreemdeling. In die zin is het toch verschrikkelijk dat in streng-christelijke dorpen als Opheusden en Kesteren er de afgelopen week zoveel weerstand is tegen mensen van buiten onze grenzen? Dat is toch geen xenofilia, dat is toch geen gastvrijheid? Ik hoop echt dat wij daarin anders zijn. Niet omdat we beter zijn, minder streng of zo, maar omdat we aangestoken zijn door de liefde en de gastvrijheid van Christus. Omdat we daarin met Hem meebewegen, in zijn krachtenveld, door zijn bewogenheid.

Gajus heeft het trouwens niet makkelijk in de gemeente. Dat heeft alles te maken met ene Diotrefes.
Johannes tekent hem scherp (hier heb je dus weer die waarheid, het in alle eerlijkheid aan de kaak stellen wat niet goed is): ‘Diotrefes wil in de gemeente de dienst uitmaken’, of zoals de Herziene Statenvertaling het letterlijker vertaalt: ‘Hij wil steeds onder hen de eerste zijn.’ M.a.w.: hij speelt graag de baas. Hij lijdt aan heerszucht. Hij bepaalt graag hoe het gaat. Dat leidt vervolgens tot ander naar gedrag: hij voert een lastercampagne tegen Johannes en spreekt in de gemeente kwaad over hem. In tegenstelling tot Gajus weigert hij juist anderen van buiten te ontvangen. ‘Eigen volk eerst’ is hem op het lijf geschreven. En degenen die wel gastvrij voor anderen willen zijn, die zet Diotrefes de gemeente uit.
Blijkbaar heeft hij veel macht en invloed, want hij kan hiermee ongestoord z’n gang gaan. Ongetwijfeld weet hij het slim te verpakken en heeft hij een kring om zich heen verzameld.

Als je dacht dat het in de vroege kerk allemaal geweldig was, de ideale gemeente zeg maar, met zoveel onderlinge liefde, aanvaarding en behulpzaamheid, dan word je hier wel uit de droom geholpen. Heerszucht, gekrakeel en kerkpolitiek zijn helaas van alle tijden.
Moeten we ons daar dan maar bij neerleggen? Het is nu eenmaal zo en zal ook altijd zo zijn? Nee, want precies daarom schrijft Johannes z’n briefje, vol ernst en passie, omdat die heerszuchtige houding van Diotrefes haaks staat op de Geest van Christus. Hij kwam immers juist om te dienen en niet om gediend te worden. Leidinggevenden in de kerk zouden zich daarop moeten richten en zich daardoor moeten laten inspireren. Iedere heerszucht en buitensluiting is vloeken in de kerk, omdat het vloekt met Christus, met zijn liefde, met zijn waarheid.
Bovendien is het ook zo’n antireclame voor het geloof en de kerk. Als mensen van buiten de kerk zien hoe er in de gemeente een machtsstrijd gaande is, waarbij mensen gekleineerd worden, hoe daar kwaadgesproken wordt over elkaar, hoe mensen daar vooral op eigen eer en status uit zijn; dat alles is geen reclame voor het geloof, voor Jezus. Nee, dat vloekt er hartgrondig mee.

Johannes bindt Gajus daarom op het hart: ‘Volg niet het kwade na, maar het goede.’ Wat het kwade hier is, is duidelijk: die houding van Diotrefes, zijn heerszucht, z’n hoogmoed, z’n ongastvrijheid, z’n kwaadsprekerij, alles wat vloekt met de Geest van Christus.
Het goede is precies het tegenovergestelde van dat kwade. Dat goede navolgen. In het Grieks staat er een woord dat je terughoort in ons woord ‘imiteren’. Klassiek gezegd: het gaat om de Imitatio Christi, om de navolging van Christus, Hem imiteren. Oftewel in zijn Geest handelen, spreken en denken. Dat is goed. Dat is tof.

En dat dit kan, blijkt ook uit Demetrius. Dat is de derde persoon die Johannes in z’n briefje bij name noemt. Van Demetrius is, aldus Johannes, door iedereen een goed getuigenis gegeven. Zelfs door de waarheid zelf. Oftewel de Geest van de waarheid. Ook Demetrius wandelt in de waarheid en heeft lief. 

Mooi is dat hè, als die woorden van Johannes, de bijbelse woorden, zo vlees en bloed worden in iemands leven. Dan ben je een leesbare brief, zou Paulus schrijven. 
Juist ook in onze tijd is dat zo waardevol. Veel mensen lezen de Bijbel niet, kennen die ook niet of amper. Maar dan kunnen ze die in ons leven lezen, in onze levenshouding, als we net als Gajus en Demetrius gestempeld zijn door Christus’ liefde en waarheid. Dan zijn wij de Bijbel voor die mensen zeg maar.
Dat vraagt wel om nederigheid in plaats van hoogmoed. Om liefde in plaats van haat. Om waarheid in plaats van leugen en schijn. Om gastvrijheid in plaats van geslotenheid en xenofobie. Dat vraagt vooral om het goede na te volgen, om Christus na te volgen.

Johannes eindigt z’n brief gebruikelijk: met een groet. Het is de bekende Joodse groet: ‘Vrede zij u.’ De groet waarmee ooit ook de Opgestane zelf aan zijn discipelen – waaronder Johannes! – verschenen was op die allereerste Paasdag. Johannes is het nooit meer vergeten.
Christus mag dan niet met name genoemd worden in deze brief, maar ook in die vredesgroet schittert zijn naam, zijn wezen. Christus ís immers onze vrede.

Weet je, iedere kerkdienst klinkt die groet ook, direct aan het begin: ‘Genade zij u, en vrede…’ Ik zei het afgelopen maandagavond op de belijdeniscatechisatie nog: ‘Die groet is al een reden om naar de kerk te komen: om deze te ontvangen. De groeten van God zelf, van Christus, door de Heilige Geest! Het eerste wat God in de kerkdienst tegen je zegt, is niet: “Zo, we gaan afrekenen. Ik zal je eens fijntjes wijzen op alles wat is misgegaan, wat er mis is.” Nee, wie je ook bent, hoe je je ook voelt, de Heer zegt als eerste tegen je: “Genade voor jou en vrede.” Met andere woorden: “Ik maak het goed met je. Ik gun je het beste. Ik schenk jou genade en vrede.” Dan kan de dienst toch al niet meer stuk! De hele zondag niet. Wat zeg ik: de hele week niet!’

Maar die groet is niet alleen persoonlijk bedoeld, maar geldt ook ons als gemeente. Die vredesgroet. Ook voor die gemeente van Gajus en Diotrefes en Demetrius. Waar zoveel gedoe is. Zoveel conflicten. Zoveel kwaad. Christus wil dat er vrede is. Ook bij ons. En in Hem is die vrede te vinden. Daarom:

Rond het licht dat leven doet
groeten wij elkaar met vrede;
wie in voor- of tegenspoed
zegen zoekt, mag binnentreden –
bij de Heer zijn wij hier thuis,
kind aan huis.

Rond het licht dat leven doet
groeten wij elkaar met vrede.
Paaslicht, straal ons tegemoet,
zegen wie uw liefde delen –
licht dat dit geheim behoedt:
God is goed.

Amen 

zingen           Lied 975:1,2,3 ‘Jezus roept hier mensen samen’  

voorbereiding Heilig Avondmaal

zingen           Lied 975:4 ‘Jezus roept ons tot zijn tafel’  

gedenken overleden gemeenteleden

dankgebed en voorbeden         

collectemoment      

zingen           Lied 418:1,2,3 ‘God, schenk ons de kracht’  

zegen