zingen           Psalm 145:1 ‘O Heer, mijn God, Gij koning van ‘t heelal’ 

stil gebed 

votum en groet

openingstekst        ‘Genadig en liefdevol is de HEER, Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.’ (Psalm 145:8) 

zingen           Psalm 145:3,5 ‘Genadig en lankmoedig is de Heer’ 

voortzetting heilig avondmaal

aan tafel werd 1 Korintiërs 13:4-7 gelezen en Lied 838:4 ‘Wij danken U, o liefde groot’ gezongen  

danken en gebed om de verlichting met de Heilige Geest

schriftlezing            2 Johannes:7-13 

zingen           Lied 968:1,2,3 ‘De ware kerk des Heren’ 

verkondiging  Thema: Brandbrief

Gemeente van Jezus Christus, 

Liefde en waarheid – het zijn twee kernwoorden uit de brieven van Johannes. We hoorden het vorige week. Je moet ze ook echt bij elkaar houden. Net zoals je bij Nordic Walking twee stokken nodig hebt, zo heb je waarheid en liefde allebei nodig om te wandelen in het spoor van Christus.
Ook in die tweede Johannesbrief komen ze prominent voor. Vanmorgen lag de nadruk op de stok van de liefde zeg maar, vanuit het eerste deel van deze brief. Vanavond gaat het, vanuit het tweede deel, vooral om die tweede stok, die van de waarheid.

‘Wat is waarheid?’, vroeg Pilatus ooit al aan Jezus. Modern gezegd: ‘Iedereen heeft toch zijn of haar eigen waarheid?’ Johannes steekt dieper af. Hij is ervan overtuigd dat waarheid boven alles een persoon is: Jezus Christus. Die zei het immers van Zichzelf: ‘Ik ben de Waarheid (en de Weg en het Leven).’
Maar precies dáárover dreigt nu gevaar voor de gemeente. Een grote valkuil, en die is ook één van de belangrijkste redenen waarom Johannes in de pen geklommen is en deze brief heeft geschreven. Dat was niet voor de gezelligheid of zo. Nee, het is een brandbrief.

Er zijn namelijk ‘misleiders’ gesignaleerd. ‘Bedriegers’, mag je ook vertalen. Ze verdraaien de waarheid, ze brengen op een dwaalspoor. Het gaat om dwaalleraars, die net als die zendelingen uit de vorige brief rondreisden en dus ook deze gemeente kunnen aan doen. Johannes waarschuwt voor hen. In niet misverstane woorden: ‘In hen is de misleider bij uitstek, de antichrist, te herkennen.’

Bam! Sterker kun je ze niet afkeuren. ‘Antichrist’. Dat klinkt als een scheldwoord. Maar dan een bijbels scheldwoord. Het is daarna in de geschiedenis van de kerk bijvoorbeeld gebruikt voor de paus, voor Napoleon, voor Hitler. Of het is gebruikt voor de grote tegenstander van Christus en zijn gemeente, die zich in de toekomst zal breed maken. 

Nu komt dat woord ‘Antichrist’ in letterlijke zin alleen maar hier en in de Eerste Johannesbrief voor. Johannes blijkt dat woord Antichrist toch anders te gebruiken dan meestal gebeurt. Johannes gebruikt het dus voor die misleiders, die in zijn eigen tijd actief zijn, en niet in de toekomst. Ook gaat het om mensen, niet om de duivel of een hogere macht. En het is niet één specifieke persoon, maar een groep misleiders. Die ook niet onderdrukken, maar de gemeenten verleiden.

Maar waarom dan toch zo’n sterk woord, zo’n scheldwoord als ‘antichrist’? En als je je hiermee inlaat, met deze misleiders, dat je dan alles verspeelt: het volle loon, het heil, het eeuwige leven. Waarom zo scherp?
Omdat deze misleiders de kern van het geloof verdraaien. Dé waarheid geweld aandoen. Ze belijden namelijk niet de komst van Jezus Christus als mens in de wereld. Ze ontkennen de ware menselijkheid van Christus.

Dat klinkt in onze oren misschien best vreemd. In onze tijd hebben mensen weinig moeite met de menselijkheid van Christus, maar juist wel met z’n God zijn.
Maar in de tijd van Johannes wat het precies andersom. Dat kwam door de overheersende cultuur in die tijd: het hellenisme. Dat zag de goden als zo wezenlijk anders dan de mensen, dat die goden nooit mens wilden of konden worden.
Dus de belijdenis dat in Jezus God mens is geworden, die ook nog eens kwam om te dienen, die zelfs de executie van een slaaf, de kruisiging, onderging: dat vonden Grieken echt een dwaasheid, schrijft Paulus.

Dat was dus de overheersende cultuur toen. En nu zijn er dus dwaalleraars die hierbij aansluiten, die ontkennen dat Jezus echt mens was. Hij had volgens hen een schijnlichaam.
Dit noemt Johannes dus misleiding, antichristelijk zelfs, omdat het lijnrecht ingaat tegen de belijdenis dat Christus als mens is gekomen. Letterlijk staat er trouwens zelfs: ‘komende in het vlees.’ In de tegenwoordige tijd dus. Ook als Opgestane en verheerlijkte Heer is en blijft Hij óók mens.

Waarom is dit zo cruciaal? Omdat alleen dan Jezus onze Middelaar kan zijn. Die als mens, in onze plaats, onze zonden op zich genomen heeft, en die als God ons verzoenen kan. En het betekent ook dat Hij heel ons menszijn van binnenuit kent, en met ons kan meeleven.
Deze Jezus van vlees en bloed komt tot ons, in de verkondiging, in het sacrament, in brood en wijn vandaag, door zijn Heilige Geest. Luther zei eens over Hem: ‘Hij at, dronk, sliep, waakte, was vermoeid, had zorg, was blij, huilde, lachte, had honger, had dorst, zweette, praatte, zwoegde, bad, zodat er geen verschil was tussen Hem  en andere mensen, op dit éne na, dat Hij God was en niet zondigde. Je zou Hem per ongeluk voor een ander gehouden kunnen hebben.’ Deze Jezus komt tot ons.
Waar zouden we zijn zonder Hem? Dan stonden we er alleen voor en zouden het niet redden, never nooit. Hij is ons alles, onze enige troost, ons enige houvast in leven en sterven. Dat heb je vandaag toch beleefd in het sacrament?

Maar wat doen nou die misleiders, die dwaalleraars? Bij hen neemt Jezus Christus een beperkte plaats in. Ze ontkennen zijn echte menszijn. En daarmee dus zijn middelaarschap, zijn cruciale rol voor onze redding, voor ons eeuwig heil. 
En daarom reageert Johannes hier zo fel op. Het gaat hier namelijk niet om een komma, maar om de kern van het geloof.
Kijk, christenen kunnen verschillen over de komma’s. Er zijn onder hen  verschillende opvattingen over bijvoorbeeld een bijbelvertaling, de liturgie, de doop en het avondmaal, wel of geen vrouw in het ambt, hoe om te gaan met homoseksualiteit. Daar kunnen christenen over verschillen. Binnen één en dezelfde gemeente en tussen verschillende kerken. Maar dan nog kunnen ze en willen ze, als het goed is, elkaar vinden in de kern van het geloof. Maar als die kern geweld wordt aangedaan, dan gaan de alarmbellen af.

Of zoals Johannes schrijft: ‘Wie niet bij de leer van Christus blijft, maar verder wil gaan, heeft God niet. Wie bij die leer blijft, heeft zowel de Vader als de Zoon.’
Die leer van Christus kan zowel gaan over wat Hij zelf leerde als ook wat de kerk óver Hem leert. Allereerst wat Hij zelf leerde. Bijvoorbeeld dat een ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. En ook dat Hij van zichzelf zei: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij.’ En dat bij dat geloof ook de liefde hoort, de liefde tot God en de liefde tot elkaar.
En vervolgens kan het ook gaan over de leer over Hem, dat Hij God én mens is, echt helemaal mens, behalve de zonde. En wat dit voor geweldige consequenties heeft.

Die leer is namelijk niet om het even. Of een beetje rationele, droge kennis of zo. Nee, die bepaalt heel je wezen en je leven. Bij die leer blijven betekent dat je God de Vader en God de Zoon hebt. Maar er niet bij blijven, maar verder willen gaan, zoals die dwaalleraars deden, dat betekent dat je God niet hebt. En dat is zonde. Echt zonde!
Ons jaarthema is ‘Beweeg mee’. Dat is dus geen meebewegen met de geest van de tijd, met zulke misleiders, met dat wat haaks staat op de kern van het geloof. Nee, daarin juist standvastig zijn, blijven bij die leer, wandelen ín die waarheid.

Johannes verbindt daar vervolgens ook consequenties aan: ‘Als er iemand bij u komt die deze leer niet uitdraagt, ontvang hem dan niet in uw huis.’
Tjonge, dat klinkt wel heel ongastvrij toch? We hoorden vorige week vanuit die derde Johannesbrief hoe belangrijk gastvrijheid is. Dat zat trouwens al helemaal in die hellenistische cultuur van toe. Als je de film The Odyssey hebt gezien, dan weet je dat. Gastvrijheid was één van de belangrijkste deugden toen. En dat is in het christelijk geloof niet anders.
En nu verbiedt Johannes opeens mensen in huis te ontvangen. Dat wringt toch met die gastvrijheid? En zo’n gesloten houding is toch allesbehalve reclame voor het geloof!

Let op: Johannes heeft deze brief aan de gemeente geschreven. We hoorden het vanmorgen hoe dat adres uit vers 1 met die ‘uitverkoren vrouw en haar kinderen’ codetaal was voor de kerk en de gemeenteleden. Dus dat huis waar hij hier over schrijft, betreft niet de huizen van de individuele gemeenteleden, maar het huis, waar de gemeente samenkomt. In de begintijd hadden de christenen nog geen eigen kerkgebouwen. Het waren huisgemeenten.
Johannes adviseert z’n lezers, dus die gemeente, stellig zulke dwaalleraars niet in hun midden te ontvangen, d.w.z. geen plek op hun kansel te geven, niet hun dwaalleer voor het voetlicht te laten brengen. Dat is vragen om ongelukken. Daarvoor hebben ze de kern van het geloof toch echt te veel verdraaid. En daar kun je geen compromissen mee sluiten. Je laat toch ook geen wolf toe bij een kudde schapen…

Maar zoekers en mensen die het allemaal nog niet zo weten, die zijn natuurlijk van harte welkom in de diensten. Toen én nu.
Net als bij de mensen thuis. Juist in ons huis, bij onze maaltijden, bij de koffie, bij een glaasje, kunnen we ons geloof delen, met daden, met woorden.
Als we zelf maar bij die leer van Christus blijven, wandelen in de waarheid. En juist daarvoor hebben we onze persoonlijke omgang met Christus nodig. Als ook de diensten en andere bijeenkomsten, waarin de Bijbel opengaat, waarin we leren over God, het geloof, de navolging van Jezus Christus.

Johannes’ brief is klaar. Het papyrusblaadje is vol. Hij vouwt de brief, verzegelt deze en geeft ‘m mee aan een bode om deze bij de gemeente te bezorgen. Maar niet na z’n persoonlijke slotwoorden opgeschreven te hebben: ‘Hoewel ik u nog veel te zeggen heb, wil ik dat niet doen met inkt op papyrus. Ik hoop naar u toe te komen en persoonlijk met u te spreken; dan zal onze vreugde volkomen zijn.’

Ik vind dit zo heerlijk voorstelbaar – met die inkt op papyrus - en tegelijk ook herkenbaar. Want laten we wel wezen: gesproken woorden worden toch minder snel misverstaan dan geschreven woorden. Hoe vaak loopt het in een appdiscussie of in mailverkeer niet uit de klauwen? Het staat er zo zwart op wit, iemand begrijpt dat verkeerd en de poppen zijn aan het dansen. Ik heb het zelf ook meerdere keren meegemaakt, ook in de kerk.
Maar elkaar persoonlijk spreken, in de ogen kijken, zijn of haar mimiek zien, de klankkleur in de stem horen, aanvullende vragen kunnen stellen, kunnen verduidelijken en nuanceren: dat is dan zoveel beter. Of zoals ik ergens las: ‘Papyrus kan niet glimlachen…’

En zo is het. Johannes ziet uit naar die persoonlijke ontmoeting met z’n lezers, met die gemeenteleden daar: ‘Dan zal onze vreugde volkomen zijn.’ Toen ik dit las, maakte m’n hart een sprongetje. Juist na die scherpe passage daarvoor, die Johannes ongetwijfeld met pijn in z’n hart geschreven heeft. Maar hij moest dat schrijven, wil de gemeente in het spoor van de waarheid blijven, dichtbij Christus blijven, de Mensenzoon en Gods Zoon. Maar dat geloof, dat nieuwe leven dat in Christus te krijgen en te vinden is, dat vraagt om persoonlijk contact. Geloven in je eentje is namelijk amper te doen. Je hebt verbondenheid met geloofspartners, medegelovigen nodig. En juist het persoonlijke contact met hen kan een diepe vreugde geven.

Daarom ben ik ook zo blij met het Paulusmaatjesproject, waarin dat persoonlijke contact centraal staat. Samen optrekken. Elkaar echt ontmoeten. Als broers en zussen in de Heer. Elkaars verhalen horen. Je geloof delen. Maar ook je vragen. Met elkaar meeleven. Dat moet toch vreugdevol zijn?!
Ik weet dat dit trouwens ook al gebeurde en gebeurt in de gemeente. Dat een oudere vrouw iedere zondag iemand opzoekt die het heel moeilijk heeft. Eigenlijk is zij al een Paulusmaatje voor haar, en omgekeerd. Zonder dat het ergens geboekstaafd staat. Maar ik word er heel blij van. En Christus zelf ongetwijfeld ook…

De groet aan het eind is ook in codetaal: ‘De kinderen van uw uitverkoren zuster groeten u.’ Dat sluit naadloos aan bij het adres in het begin van de brief: ‘de uitverkoren vrouw en haar kinderen.’ Zoals gezegd is dat codetaal voor de gemeente en haar leden. Johannes heeft het in de slotgroet over de zustergemeente, waar hij zelf nu verblijft (is het Efeze, waar hij uiteindelijk gestorven is?). Hoe dan ook, mocht je het misschien denken na het voorafgaande, maar hier blijkt toch echt dat Johannes allesbehalve voor een soort gesloten kerk is, waar de luiken potdicht zitten, een soort ghetto zeg maar. Nee, juist deze groet van de ene gemeente aan de andere laat zien dat isolationisme allesbehalve christelijk is. 
Ik las ergens: ‘Isolationisme kan zich in een kerk zo gemakkelijk ontwikkelen tot hoogmoed. We horen bij een wereldwijde gemeenschap en elke kerk, plaatselijk en nationaal, moet haar ‘uitverkoren zusters’ helpen haar eigen blinde vlekken te zien. We hebben allemaal zo veel te leren van andere christenen die dezelfde waarheid bezitten en dezelfde liefde proberen te beoefenen als wij. We zijn allemaal kinderen van dezelfde Vader, leden van dezelfde familie.’

Amen! 
Nee, dit is nog niet het slot van de preek. Ik moest ook nog denken aan drie jaar geleden. We bestonden als Pauluskerk 60 jaar. En we vierden dat. Met o.a. een wijkfeest, samen met de Rooms-katholieke parochie en het Leger des Heils. Gezamenlijk een feest voor de buurt, net als vorige week zaterdag. Prachtig.
Drie jaar geleden sloten we dat af met een gezamenlijke dienst. Daarin gingen de pastoor, de voorganger van het Leger des Heils en ondergetekende voor. Onze preek was ook een gezamenlijke onderneming en die bestond uit een open gesprek met elkaar, waarin we juist elkaar vertelden wat we van elkaar leerden, hoe we in die andere geloofsgemeenschap die stokken van de liefde en de waarheid herkenden en waardeerden. Ik ben het nooit meer vergeten.

We zouden dat vaker moeten doen. Juist in de ontmoeting. Binnen onze eigen gemeente. Naar andere christenen toe. Want:

Wij geloven  in U, Heer Jezus,
geboren uit de maagd,
eeuw’ge Zoon van God,
die mens werd zoals wij.
U die stierf uit liefde,
leeft nu onder ons
en met God de Vader
en verenigt met uw volk.

Amen 

zingen (als gezongen geloofsbelijdenis)       Hemelhoog 479 ‘Heer, U bent mijn leven’

gebed     Franciscaans gebed

Heer, maak mij een instrument van Uw vrede. 
Laat mij liefde brengen waar haat heerst, 
laat mij vergeven wie mij beledigde, 
laat mij verzoenen wie in onmin leven, 
laat mij geloof brengen aan wie twijfelt, 
laat mij waarheid brengen aan wie dwaalt, 
laat mij hoop brengen aan wie wanhoopt, 
laat mij licht brengen aan wie in duisternis is, 
laat mij vreugde brengen aan wie bedroefd zijn.
 

Laat mij niet zoeken getroost te worden, maar te troosten, 
niet begrepen te worden, maar te begrijpen, 
niet bemind te worden, maar te beminnen. 
Want het is toch door te geven, dat men ontvangt 
door te verliezen, dat men vindt 
door te vergeven, dat men vergiffenis ervaart 

door te sterven, dat men verrijst tot het eeuwige leven. Amen. 

collectemoment

slotlied         Psalm 145:6 ‘Al wie God vreest, verhoort en zegent Hij’

zegen