welkom en mededelingen
aanvangslied Psalm 99:8 ‘Maak Hem nu tezaam’
stil gebed
votum en groet
openingstekst Jezus heeft gezegd: ‘Waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden.’ (Matteüs 18:20)
zingen Hemelhoog 399 ‘Samen in de naam van Jezus’
lezing van het gebod uit Filippenzen 2:1-11
zingen Psalm 133:2,3 ‘Als olie die Aärons baard en kleren’
gebed om de verlichting met de Heilige Geest
zingen (kinderlied) Hemelhoog 406 ‘Wil jij mijn vriendje zijn?’
kindermoment
Ik ben benieuwd: zijn hier kinderen die vriendjes of vriendinnetjes zijn van elkaar.
Waarom zijn jullie vriendjes/vriendinnetjes van elkaar? Wat vind je zo tof aan hem/haar? Wat doen jullie het liefst samen?
Hoe maak je nou nieuwe vrienden?
Juist ook in de kerk is dat belangrijk. Dat je hier ook je vrienden hebt.
Want juist in de kerk heb je nog iets extra’s, iemand extra’s.
Dat kan ik het best laten zien met deze steen die ik hier heb. Voor de mensen in de kerk en thuis nu ook zichtbaar op het scherm.
Wat staat daar op?
Drie personen. Twee vrienden, twee maatjes. En een derde tussenin. Wie zou dat zijn? Jezus.
Ook Hij is een Vriend. De beste die er is. Die jou nooit laat vallen. Dus als jij je wel eens eenzaam voelt, of verdrietig, of bang: Jezus is bij je. Hij laat je nooit alleen.
Maar Hij wil ook erbij zijn bij je vriend of je vriendinnetje. Hij vindt het fijn als jullie het goed hebben met elkaar, als jullie genieten, als jullie dingen samen doen. En Hij helpt je ook om goed voor een ander te zijn. Ook om weer opnieuw te beginnen, als het mis is gegaan.
Dus: twee is beter dan één, maar drie is het beste.
Een goede kindernevendienst en tot straks.
schriftlezingen Prediker 4:1-7 door Gosine Blok en 1 Johannes 1:1-7 door Daphne Hakkesteegt
zingen Lied 513:1,2,3 ‘God heeft het eerste woord’
verkondiging ‘Twee is beter dan één, maar drie is het beste!’
Gemeente van Jezus Christus,
‘Beter twee dan één’…
Daarom hebben we toch ook twee ogen, twee oren, twee armen, twee handen, twee benen, twee voeten. Met één daarvan is het toch een stuk lastiger. Maar als er één van die lichaamsdelen ontbreekt, of het niet meer optimaal doet, is het maar goed dat we er nog een tweede van hebben…
‘Twee zijn beter dan één…’ Het is een uitspraak van Prediker. Hij betrekt die op het intermenselijke. Hij maakt dat ook heel voorstelbaar met een aantal situaties uit het leven gegrepen, waaruit blijkt dat je beter met z’n tweeën kunt zijn dan alleen.
Het eerste voorbeeld betreft twee vrienden, waarvan de één valt. Omdat ze met z’n tweeën zijn, kan die ander kan hem dan overeind helpen. Anders had hij flinke pech gehad.
Je kunt ook figuurlijk onderuit gaan. Door een ziekte, door psychische problematiek, door financiële tegenvallers, door een grove fout die je maakt. Wat is het dan fijn als een ander je kan helpen, bijstaan, corrigeren, vergeving kan schenken. Dat je er dan niet alleen voorstaat.
Het tweede voorbeeld speelt zich af in een koude nacht. En die zijn er in het Midden-Oosten van Prediker. In je eentje word je dan niet warm, maar als er een ander is, dan kruip je tegen elkaar aan…
Kilte kan er ook zijn door eenzaamheid, verdriet of gemis. Wat is het dan een zegen als er iemand is die aan je denkt, die je opzoekt, die een schouder biedt.
Het derde voorbeeld gaat over iemand die aangevallen wordt. In je eentje maak je weinig kans, maar met z’n tweeën sta je sterker.
Je kunt ook figuurlijk aangevallen worden door felle kritiek, door verleidingen. Wat is het dan fijn als er iemand is die je steunt, die je goed advies geeft, die je nabij is.
‘Twee zijn beter dan één.’ Zou dat ook niet het motto kunnen zijn van het Paulusmaatjesproject?
Zo’n 50 gemeenteleden hebben zich hiervoor opgegeven. Hieruit worden 25 tweetallen gevormd, die maatje van elkaar worden. Het project start vandaag. Met een eerste kennismaking, straks na de dienst. Wie weet hoe die verbondenheid in de loop van het seizoen verdiept en verrijkt mag worden. Samen optrekken. Elkaar echt ontmoeten. Als broers en zussen in de Heer.
Tegelijk zei ik het vorige week zondagavond al in de preek: ‘Zulke maatjes zijn er allang in de gemeente, en daarbuiten.’ Waar ook blijkt dat twee beter is dan één. Hoe een vrouw een ander gemeentelid ophaalt met haar auto om samen naar de kerk te gaan. Of hoe een alleengaande, die zelf geen ouders meer heeft, door iemand met regelmaat bezocht wordt. Of twee vrouwen die zeer regelmatig samen bidden, als gebedsmaatjes.
Kijk, misschien vind je dat Paulusmaatjesproject nog te spannend, of vind je je zelf niet zo’n prater, maar dat wil niet zeggen dat je niets voor een ander kunt betekenen: praktisch, geestelijk, als een metgezel. Als je je laat leiden door Geest van Christus, dan gaan je ogen echt open voor waar je van betekenis kunt zijn.
Het thema is niet voor niets: ‘Twee is beter dan één, maar drie is het beste.’
Prediker heeft het bijna het hele gedeelte over tweetallen, over hoe twee beter is dan één, maar dan sluit hij het af met: ‘Een koord dat uit drie strengen is gevlochten, is niet snel stuk te breken.’ Of zoals het in de oudere bijbelvertalingen stond: ‘Een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbroken.’ Die tekst wordt vaak toegepast op het huwelijk. Het is ook een geliefde trouwtekst, ongetwijfeld ook van een aantal echtparen hier vanmorgen.
Prediker heeft het echter niet specifiek over het huwelijk. Daar rept hij eigenlijk helemaal niet over. Maar alleen over een koord dat uit drie strengen gevlochten is, en niet snel stuk te krijgen is. Je zou na het voorafgaande een tweevoudig snoer verwachten, maar opeens wordt het drievoudig. Wie of wat is die derde streng? Gaat het opeens over drie mensen, want met z’n drieën sta je nog sterker dan met z’n tweeën… Ongetwijfeld, maar dan zou Prediker net zo goed ook over 4 of 5 of 10 strengen kunnen spreken.
Nee, het is drievoudig. Die derde komt uit de lucht vallen. Of, of… zou het kunnen dat Prediker beseft dat je het met z’n tweeën ook niet redt. Zonder die Ene, die de Derde is, maar eigenlijk de Eerste, ben je kwetsbaar. Maar met de Here God kun je samen tegen een stootje. Dat geldt zeker voor een huwelijk. Maar het geldt evengoed voor ieder tweetal, ook voor Paulusmaatjes.
Daarom werd ik ook zo geraakt door het prachtige logo dat hierbij gemaakt is. Hier zie je het: 
De maatjes aan de beide kanten. Met verschillende kleuren. Want ze zijn niet hetzelfde. En midden tussen hen in een Derde, die z’n armen over hen uitspreidt, z’n zegenende handen. ‘Twee is beter dan één, maar drie is het beste.’ Ja, zeker met deze Derde, die de Eerste is. Zonder Wie wij nergens zijn: Jezus Christus. Degene in Wie we geloven, die ons Hoofd is, onze Redder, onze Heer. Onder zijn zegen, aan elkaar gegeven, in Hem aan elkaar verbonden.
Verbondenheid is ook een kernwoord in 1 Johannes 1. In het Grieks heet dat ‘koinonia’. Oorspronkelijk werd dat woord gebruikt voor mensen die van dezelfde familie zijn. Later voor mensen die iets gemeenschappelijks hebben.
Johannes gebruikt het voor de allerdiepste verbondenheid die er is: met God zelf en in Hem met elkaar. Hij schrijft in het gelezen voorwoord van zijn brief dat dit ook het doel van zijn verkondiging was. Een verkondiging die hij van Jezus zelf meegekregen heeft, als oog- en oorgetuige. Dat geeft hij op zijn beurt weer door aan zijn lezers, aan ons. Met het doel dat zijn lezers verbonden zijn met hem, en ten diepste verbonden met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.
En dan denk ik nog even aan de oorspronkelijke betekenis van ‘koinonia’: van dezelfde familie zijn. Dat is de verbondenheid, de gemeenschap die ons aangeboden wordt: deel mogen uitmaken van Gods familie, van Zijn gezin. In Christus familie van elkaar, broers en zussen in de Heer. Sterker nog: familie van God zelf!
Want weet je: die verbondenheid, die koinonia, die gemeenschap, is er ook in God zelf. Over een drievoudig snoer gesproken: drie personen van Vader, Zoon en Heilige Geest, maar één God. Drie-in-één. En dat wordt nooit verbroken. Deze drie-eenheid is er altijd geweest en zal er altijd zijn. In God zelf is een eeuwige gemeenschap: een volmaakte liefde, pure vreugde en een onverbrekelijke verbondenheid. Maar die goddelijke gemeenschap is geen gesloten cirkel. Nee, die is open. God wil ons daarin laten delen.
Op de beroemde Drie-eenheidsicoon van Rublev zie je de Vader, Zoon en Heilige Geest aan een tafel zitten.

Ze zijn naar elkaar toegewend in volmaakte liefde en toewijding. Maar ze zijn ook naar jou als kijker gewend. Alsof de icoon zeggen wil: ‘Kom maar, deel in onze verbondenheid, laat je liefhebben en verblijd je daar mateloos in.’
Op het tafelkleed zien we een rechthoekje. Waarschijnlijk was daar vroeger een spiegeltje op bevestigd. Als kijker zag je dus jezelf in die Drie-eenheidsicoon. Met andere woorden: ik mag mezelf terugzien in die verbondenheid in God, in zijn gemeenschap. Ik mag daar helemaal in delen. Daar raak je toch niet over uit verwonderd?
De kern van Johannes’ verkondiging – die hij dus van Jezus vernomen heeft en doorgeeft – is dat God licht is en dat er in Hem geen spoor van duisternis is.
‘God is licht.’ Misschien is dat toch niet het eerste waaraan je zou denken bij de kern van Johannes’ verkondiging. Hij wordt ook wel ‘de apostel van de liefde’ genoemd. Je zou dan als kern verwachten: ‘God is liefde’. Maar dat komt later in zijn brief aan de orde. Nee, het eerste wat hij doorgeeft is dat God licht is. Dat is zijn wezen. Zonder enig spoor van duisternis. Zonder een greintje kwaad. God is volmaakt goed.
‘God is licht.’ Eigenlijk grijpt Johannes hiermee terug op het begin van de Bijbel: Genesis 1, het scheppingsverhaal. Het eerste wat God schept is namelijk licht. Zoals ik ergens las: ‘De God die schept, begint met licht, als primaire expressie van zijn eigen eeuwige wezen.’
God maakt een begin met licht. Zonder licht zie je niets, is het duister, is er chaos. Maar licht maakt duidelijk dat er iets is. Licht verdrijft de duisternis van het niets. Zonder licht geen leven.
En dat is zichtbaar en tastbaar geworden in zijn Zoon Jezus Christus, die over zichzelf zei: ‘Ik ben het Licht van de wereld.’ In Hem is het leven te vinden. Het ware leven. Door Hem verdwijnt het donker uit je leven. Mag je wandelen in het licht. ‘Ik wandel in het licht met. Jezus’, zingt een oud lied.
Johannes maakt er trouwens een meervoud van: ‘Wíj gaan onze weg in het licht, zoals Hij in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden.’
In je eentje geloven, in je eentje wandelen in dat licht, is lastig, is moeilijk vol te houden. Afgelopen week zei één van de belijdeniscatechisanten: ‘Het mooie van geloven is dat we dat samen doen.’ Hij straalde erbij. Hij is er niet bij opgevoed, bij dat geloven. En juist dit was één van zijn ontdekkingen: ‘Geloven doe je samen’. En eigenlijk is die belijdeniscatechisatie zelf daar al een prachtig voorbeeld van. Hoe na nog maar twee sessies er al zoveel openheid is, zoveel meeleven met elkaar, luisteren naar elkaar, en samen de weg van God zoeken, samen willen wandelen in zijn licht.
Ik word daar helemaal blij van, gemeente. En dat is ook helemaal in lijn met wat Johannes schrijft. In zijn vorige brief hoorden we hem er al over reppen: over de diepe vreugde die het kennen van God, die het samen wandelen in zijn licht geeft. O nee, dat is geen goedkope vreugde. Dat is een vreugde die zelfs in de diepste nood kan schitteren.
Dominee Niek Tramper – hij overleed een tijdje terug, na een jarenlang ziekbed – hij schrijft in zijn boekje over de brieven van Johannes over Andrew White, een Anglicaanse voorganger uit Bagdad in Irak. Zijn kerk heeft het er zwaar. Zelf leidt White aan de ziekte MS. En toch groeit zijn gemeente. Het is de grootste kerk van Irak, ook al zijn talloze gemeenteleden omgekomen door het geweld tegen christenen. De reden van die groei? De tegenwoordigheid van God is er zo merkbaar dat mensen als door een magneet worden aangetrokken. Het is een vreugdevolle gemeente. De straat op om te evangeliseren doet de gemeente niet; dat is levensgevaarlijk. God brengt de mensen naar hen toe.
Wat gun ik ons ook die vreugde. Onze gemeente. In de diensten. In de onderlinge ontmoetingen. Bij dat nieuwe Paulusmaatjesproject.
Ik sprak de laatste tijd intensief met een aantal nieuwe leden van onze gemeente. Wat had hen aangetrokken hier? Het feit dat ze zich hier gezien wisten, aangesproken en gekend. In de dienst. Na de dienst bij het koffiedrinken. Dat er nagedacht wordt over de onderlinge band.
O ja, dat gaat ook wel eens niet goed. Niet voor niets schrijft Johannes ook over vergeving. Het gaat regelmatig mis. Tussen ons en God, tussen elkaar. Misschien weet je daar wel alles van. Misschien ben je daar ook wel bang voor. Ook bij zo’n nieuw project. Wat nou als het helemaal niet klikt met dat maatje? Wat nou als ik teleurgesteld raak?
Maar denk dan aan wat jullie bindt, Wie jullie bindt. Denk aan die gemeenschappelijke roots, aan die koinonia, aan die verbondenheid met Christus. ‘Zijn bloed reinigt van alle zonde’, jubelt Johannes. In Hem is er vergeving. Door Hem kunnen we ook elkaar vergeven. Onder zijn zegen mogen we gaan.
Ja, kijk nog maar één keer naar dat logo. Christus heeft zijn zegenende handen uitgebreid. Zijn armen liggen om ons heen. Dat mag toch vertrouwen geven? Dat inspireert toch om er voor en met de ander te zijn:
Ik wil jou van harte dienen
en als Christus voor je zijn.
Bid dat ik genade vind,
dat jij het ook voor mij kunt zijn.
Amen
zingen Hemelhoog 395 ‘Ik wil jou van harte dienen’
gedenken overleden gemeentelid
dankgebed en voorbedencollectemoment door diaken van dienst
zingen Lied 416:1,2,4 ‘Ga met God en Hij zal met je zijn’
zegen