zingen           Psalm 46:1 uit de Oude Berijming ‘God is een toevlucht voor de zijnen’ 

welkom 

stil gebed 

votum en groet

zingen           Hemelhoog 333:1,2 ‘Een vaste burcht is onze God’ 

lezing van het gebod    samenvatting van de wet uit Matteüs 22:35-40

zingen           Psalm 133:3 uit de Oude Berijming ‘Waar liefde woont, gebiedt de Heer de zegen’ 

gebed 

schriftlezing             Romeinen 1:8-17 

zingen           Gezang 305:1 uit het Liedboek voor de Kerken 1973 ‘Waar God de Heer zijn schreden zet’

tekstlezing        ‘Want ik schaam mij het Evangelie niet, want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft.’ (Romeinen 1:16)

thema van de meditatie    ‘Een krachtig explosief’

Zusters en broeders, 

Het kan gebeuren als je in de bergen wandelt. Opeens hoor je een paar zware dreunen. Het lijkt wel onweer, maar de lucht is stralend blauw en er is nog geen wolkje te zien. Die dreunen blijken explosies te zijn. Een weg aanleggen in de bergen gaat namelijk niet zomaar, die harde rotssteen geeft namelijk helemaal niet mee. Soms is er dus de alles verwoestende kracht van dynamiet nodig.

Vanmorgen gaat het over een ander krachtig explosief, over een ander soort dynamiet, zou je kunnen zeggen. Het gaat namelijk over het Evangelie dat volgens Romeinen 1:16 ‘een kracht van God’ is. Letterlijk staat er in het Grieks: dunamis van God, eigenlijk dus dynamiet van God.
Dynamiet, het Evangelie is dus een heel krachtig explosief. Het werpt de grootste tegenstander tegen de vlakte. Denk aan Paulus zelf, op weg naar Damascus. Hij werd daar van een vervolger van Christus een volgeling van Hem. Heel positief dus. Dat krachtig explosief van God is namelijk niet bedoeld om te vernietigen, maar juist om te behouden: ‘Het Evangelie is een kracht van God tot zaligheid’! Zaligheid, dat is redding, eeuwige redding; geen veroordeling, maar behoud!
Zo typeert Paulus dus het Evangelie waar hij zich niet voor schaamt, waarvoor hij afgezonderd is: een kracht Gods, dynamiet van God, een krachtig explosief.

Dat krachtig explosief ontdekte Luther ook. Luther worstelde als monnik met de grote vraag: Hoe krijg ik een genadig God? Of anders gezegd: hoe ben ik rechvaardig voor God?
Wat is rechtvaardig? Eigenlijk betekent rechtvaardig ‘doeltreffend’, ‘zoals het hoort te zijn.’ Wie is dan rechtvaardig? Alleen God. Hij is helemaal zoals Hij behoort te zijn en Hij is zelf de norm en de maatstaf daarvoor.
Nu dacht Luther dat die rechtvaardigheid van God vooral iets is dat Hij eist van ons: wij moeten rechtvaardig voor Hem worden. Dus Luther deed daar alles voor. Hij bad z'n knieën stuk, hij koos voor elke week 21 heiligen, drie per dag. Hun goede werken, hun voorbede zouden hem moeten helpen. Hij deed boete, hij kastijdde zichzelf daarbij. Hij reisde naar Rome. Hij sloofde zichzelf uit, om zo maar te voldoen aan die eisende gerechtigheid van God, om zo een genadig God te vinden. Maar hij kwam er geen stap verder mee, want z'n geweten bleef hem aanklagen, de angst vanwege zijn zonden, vanwege Gods straf daarover; dat alles maakte hem steeds wanhopiger.
Toen kreeg Luther een aanstelling als professor aan de universiteit van Wittenberg. Professor in de uitleg van de Bijbel. Dat werd voor Luther meer dan een beroepsmatig gebeuren, het werd een heel persoonlijk gebeuren. Juist door de studie van de Heilige Schrift is het licht over hem opgegaan. Z'n speurtocht door de Bijbel zette zich tenslotte vast op één woord: Gods gerechtigheid. Luther ontdekte dat met het woord gerechtigheid geen rechtvaardigheid wordt bedoeld, die God van de mens eist, maar die Hij schenkt. Juist die woorden uit Romeinen 1: ‘De rechtvaardige zal uit het geloof leven’ werden de sleutel tot die bevrijding.

Zelf heeft Luther dat later aangrijpend beschreven: ‘Ik haatte dat woord "gerechtigheid", het vervloekte en verdoemde mij. Ik zei tegen God: “Houdt U dan nooit op mij te plagen met uw toorn?” Maar ik hield niet op met te bonzen tegen dat woord van Paulus: de rechtvaardige zal uit het geloof leven. En ineens zag ik het: wij leven, wij leven niet door ons doen maar door Gods schenkende gerechtigheid in Christus. Toen werd die tekst van Paulus mij tot een porta paradisi, tot de deur van het paradijs.’
Of om het met de woorden van het thema van vanmorgen te zeggen: die tekst was het explosief waardoor al z'n wanhoop en angst weggeblazen werden.

Wie zou dat ook niet willen? Door die deur van het paradijs binnengaan, die angst en wanhoop verliezen? Anders gezegd: hoe krijg je deel aan die gerechtigheid van God, hoe ontvang je die? Nog anders gezegd: hoe komt dat dynamiet van God in je leven tot ontbranding? Door het geloof! Het geloof is het lont, aangestoken door het vuur van de Heilige Geest. Zo werkt dat krachtig explosief. Of zoals Paulus het zegt: ‘Het is een kracht van God tot zaligheid voor een ieder die gelooft!’

Wat is geloof? Niets anders dan je lege handen ophouden en ze laten vullen door die gerechtigheid die Jezus Christus aan het kruis verworven heeft. Het is ‘amen’ zeggen met heel je hart en leven op alles wat Hij voor u volbracht heeft. Daar op vertrouwen. Je leven lang. Niet voor niets spreekt Paulus ook over ‘uit geloof tot geloof.’ Van A tot Z dus een zaak van geloof. Dus niet: geloven als aanzetje, waarna je het verder zelf moet zien te klaren. Nee, tot de laatste ademtocht is het: alles van Christus moeten hebben, alleen schuilen achter Zijn bloed, want zonder dat is het niets en wordt het niets.

‘Het is een kracht Gods tot zaligheid, voor een ieder die gelooft.’ Daarin zit zoveel ruimte: een ieder die gelooft. Ieder, ook hier vanmorgen, een ieder die met lege handen naar Christus toegaat, mag die gerechtigheid ontvangen, een ieder die weet dat-ie het zelf niet redt, die telkens op de barrière van z'n eigen schuld botst, die mag het lont van zijn geloof in dat krachtige explosief van God steken en weten dat alles opgeruimd, verzoend, vernieuwd wordt. Een ieder die gelooft: ook de kleingelovige, ook u, als uw geloof zo zwak en teer is, ook u die denkt: zou het wel voor mij zijn?! Ga naar Christus toe en ontdek dat Hij geen bedelaar laat staan. Amen.

zingen          Hemelhoog 298 ‘Genade, zo oneindig groot’

dankgebed en voorbede 

zingen Gezang 456:1,2 uit het Liedboek voor de Kerken 1973 ‘Zegen ons Algoede’

zegen

zingen Gezang 456:3 (als gezongen amen) ‘Amen, amen, amen!’