zingen                       Psalm 47:2 ‘God stijgt blinkend schoon met gejuich ten troon’  

stil gebed 

votum en groet      

aanvangstekst        ‘Maar dit is de waarheid: het is goed voor jullie dat Ik ga, want als Ik niet ga zal de pleitbezorger niet bij jullie komen, maar als Ik weg ben, zal Ik Hem naar jullie zenden.’ (Johannes 16:7)

zingen           NLB 663 ‘Al heeft Hij ons verlaten’ 

geloofsbelijdenis    met de woorden van zondag 18 van de Heidelbergse Catechismus 

zingen                       Hemelhoog 216 ‘Kroon Hem met gouden kroon’

gebed om de verlichting met de Heilige Geest 

schriftlezing            Handelingen 1:1-11 

zingen           Hemelhoog 220:1,2,4 ‘Wij knielen voor uw zetel neer’

tekstlezing   ‘Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ (Handelingen 1:8)

verkondiging          Thema: Getuigen door de kracht van de Geest

Hemelvaart en Pinksteren hebben alles met elkaar te maken.

We hoorden het al toen we ons geloof beleden met de woorden van de Catechismus over de betekenis van Hemelvaart. Naast het punt dat Jezus in de hemel onze Advocaat is én dat Hij daar ook onze plaats bereidt, noemt de Catechismus als derde dat ‘Jezus van zijn kant ons zijn Heilige Geest zendt als onderpand, door wiens kracht wij zoeken wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God, en niet wat op de aarde is.’ Met andere woorden: één van de directe gevolgen van hemelvaart is de zending van de Heilige Geest, die hier een ‘onderpand’ wordt genoemd, dat wil zeggen: een voorschot op de totale erfenis, Degene die ons hier bijstaat de gang er in te houden, de gang naar Gods Koninkrijk. We zijn er dus sinds Hemelvaart niet slechter op geworden, gemeente.

Hoor maar hoe Jezus het in onze tekst zegt, vlak voordat Hij ten hemel vaart: ‘Maar wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen.’ In het Grieks wordt het woord ‘dunamis’ gebruikt. Daar komt ons woord ‘dynamiet’ vandaan! Het is dus een geweldige kracht. Het is goddelijke kracht.

In het Oude Testament vind je het woord vaak terug rond de Uittocht. Door Gods kracht werd Israël bevrijd uit de boeien van Egypte en week zelfs de zee uiteen, kwam er een uitweg en een doorweg, waar de weg dood leek te lopen. Het ingrijpendst is die kracht van God aan het licht gekomen in de opstanding van de Here Jezus Christus, toen de dood weggeblazen werd door Gods dunamis, toen het graf Hem niet kon houden en Hij het leven verwierf. Het is niet voor niets dat Jezus dan ook in de Bijbel ‘de kracht Gods’ wordt genoemd.

Maar die kracht houdt Christus niet voor zichzelf. Nee, die deelt Hij uit: ‘Jullie zullen kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over jullie komt.’ Merk je de nauwe relatie is tussen de Heilige Geest en Jezus? De Heilige Geest brengt die kracht van Jezus over. De Geest is de transformator zeg maar, die die geweldige krachtstroom van Christus naar ons leven brengt, de aansluiting tot stand brengt, zodat het ook precies bij ons past. Ja, zo nauw is die relatie. Zonder de Heilige Geest zou die aansluiting er niet komen. Dan is er wel heel veel kracht, maar die blijft buiten ons, bereikt ons niet. Sterker gezegd: zonder de Heilige Geest begrijpen we niets van Jezus, komt er geen werkelijke ontmoeting, komt Christus niet in ons hart. Maar het is ook omgekeerd. Zonder Jezus begrijpen we ook niets van de Heilige Geest, verwarren we de Heilige Geest snel met één of andere vage kracht, of met onze eigen geest. Maar het is de Geest van Christus. Door de Heilige Geest zet Christus, die in de hemel troont, hier op aarde, ook hier in Gouda, zijn werk voort, komt Zijn kracht naar ons toe. Want niets liever wil de Heilige Geest die kracht uitdelen, die kracht overbrengen, aan laten sluiten op ons leven.

Dat is Jezus’ belofte ook aan zijn discipelen en aan ieder die gelooft: ‘Wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen.’ Let op, er staat: ‘Zullen jullie kracht ontvangen.’ Ontvangen, niet opbrengen. We hoeven die kracht niet uit onszelf te halen. Gelukkig maar, want onze eigen kracht is niet zo groot, toch? Onze eigen accu staat zo leeg. Je zou er moedeloos, wat zeg ik: wanhopig van worden, als je zelf de kracht moest opbrengen. Dat wordt helemaal niks. Maar het Evangelie is dat we de kracht ontvangen, dat die kracht van de andere kant komt, van Gods kant. Dezelfde kracht die Israël een weg bood waar geen weg meer leek. Dezelfde kracht die Christus opwekte uit de dood. Díe kracht mogen we ontvangen via de Transformator die de Heilige Geest is. En door die kracht kun je er zelf ook een gat in zien, in die gevangenis waar je in zat. Een gevangenis van schuld, van schaamte of van teleurstellingen en niet uitgekomen verwachtingen. Door de explosieve kracht van Christus wordt daar een gat ingeslagen, en stroomt er licht je leven binnen: bevrijdend licht. Het is kracht die je ook helpt volhouden als de ziekte maar blijft, als de moeiten niet voorbijgaan. Draagkracht, uithoudingsvermogen, die niet uit jezelf komen. Want dan had je het allang opgegeven. 
Misschien vraag je het je soms ook af: ‘Hoe heb ik het al die tijd eigenlijk uitgehouden? Om zo lang voor mijn zieke man te zorgen? Om dat verschrikkelijke gemis, die diepe rouw te verwerken? Om er toch te blijven voor diegene, die al door zovelen in de steek is gelaten?’ Dat heb je niet uit jezelf gekund. Die kracht ontving je. Het is kracht, zegt Paulus, die in onze zwakheid wordt volbracht. Kracht van de Heilige Geest. Ik hoop dat je die kracht kent, in je eigen leven, met de mensen om je heen, want zonder is het zo leeg, zo zinloos, zo doelloos…

Over doel gesproken. Die kracht van de Heilige Geest heeft ook een bijzonder doel. Het is kracht die nodig is, vervolgt onze tekst, om te getuigen. Want net zoals Jezus zijn kracht niet voor zichzelf houdt, maar uitdeelt, is die kracht die we door de Heilige Geest ontvangen, niet alleen voor onszelf bedoeld, maar juist om te getuigen, om het goede nieuws van Jezus verder te brengen. 

‘Nou, als het daarover gaat’, zei iemand eens tegen me, ‘voel ik me zo tekort schieten. Ik ben zo’n slechte getuige. Ik durf er amper over te praten met anderen. Eigenlijk ben ik helemaal geen getuige. Terwijl ik het moet zijn, dat weet ik ook wel.’
Misschien is dat wel herkenbaar. Maar is het je opgevallen dat als het over getuige-zijn gaat, onze tekst niet allereerst een bevel is, maar een belofte: ‘jullie zullen mijn getuigen zijn’, zegt Jezus. Niet: jullie moeten mijn getuigen zijn, maar jullie zullen het zijn. Getuige ben je. Dat is in het gewone leven ook zo. Als je bijvoorbeeld een ongeluk ziet gebeuren, ben je daar getuige van, of je wilt of niet. Je bent en blijft getuige. Je kunt niet zeggen: ‘Nou, donderdag en vrijdag wil ik even geen getuige zijn van die gebeurtenis.’

Zo is het in feite ook met getuige van Christus. Johannes schrijft ergens in één van zijn brieven: ‘Iedereen die in de Zoon gelooft, heeft het getuigenis in zich.’ Als je in de Here Jezus Christus gelooft. Als je ogen voor Hem zijn opengegaan. Als je in je leven ontdekt hebt, dat Hij je Heer en je Redder is, dat je zonder Hem niet kunt, dan heb je het getuigenis in je, dan ben je getuige, altijd. Het is net als met ‘oom of tante zijn’. Daarvan kun je ook niet zeggen: ‘Nou, ik wil alleen ‘s zondags oom zijn.’ Nee, tuurlijk niet. En zo is het ook met het getuige zijn. Dat ben je. En dus kun je ook opgeroepen worden om te getuigen. Net als met iemand die een ongeluk of een misdrijf heeft meegemaakt. Ja, waarom wordt iemand dan eigenlijk opgeroepen om te getuigen? Om te getuigen van de waarheid: wat is er precies gebeurd? Wat heb je gezien? Wat heb je gehoord? Enzovoort. Men wil de waarheid horen. Zo is het met een gelovige ook. Die getuigt van de waarheid. Maar wel een bijzondere waarheid. Dé Waarheid bij uitstek. De Waarheid die tot ons komt in een persoon. Als gelovige getuig je dus niet van een of ander idee dat je hebt, een mening, een theorie, die nog maar moet blijken waar te zijn. Nee, je getuigt niet van jezelf, maar van Jezus Christus, de Weg, de Waarheid, en het Leven.

Hoe? Franciscus van Assisi zei ooit, toen hij z’n broeders – twee aan twee  - erop uitstuurde: ‘Breng het Evangelie, desnoods met woorden.’ Sterk gezegd: getuigen, desnoods met woorden. Maar Franciscus wist al hoe belangrijk daden zijn, die bij dat geloof horen, daaruit voortkomen. En zo is het nu nog steeds, misschien alleen nog maar meer. Want als mensen vandaag de dag de Bijbel niet meer lezen; ze lezen wel ons leven. Ze zien wel ons gedrag. Dat is hun Bijbel zou je kunnen zeggen. En wat zien ze dan?  Wat voor een collega ben je? Wat voor een klasgenoot? Wat voor een buurvrouw? Wat voor een vriend? Iemand op wie gerekend kan worden? Die zichzelf kan wegcijferen? Die voor een ander klaarstaat? Die betrouwbaar is? Die kan delen? Als die houding anders is dan het egoïsme, de ellebogenmentaliteit, de graaicultuur, die vandaag de dag zo welig tiert, dan zal dat opvallen. Dan is dat een getuigenis. Een getuigenis van Hem, die je de kracht geeft om anders te zijn, die je inspireert om die weg te gaan. En dan zal dat misschien wel vragen oproepen: ‘Waarom heb je dat gedaan? Waarom ben jij zo?’ En dan kun je iets vertellen over je geloof, over Hem die je hierbij inspireert.

Getuigen, desnoods met woorden. Mensen kunnen daar ook rechtstreeks naar vragen, plotseling, zomaar: ‘Ik zie je regelmatig op zondag naar de Oostpoort gaan, naar de Pauluskerk (of een andere kerk). Wat zoek je daar? Wat geloof je dan eigenlijk? Maar dit of dat snap ik helemaal niet van dat geloof. Hoe zit dat toch?’ En dan mag je, dan moet je vertellen, getuigen. Want zoals gezegd: getuige ben je. Niet alleen op zondag. Altijd. Zeker als je opgeroepen wordt om te getuigen. En het is van levensbelang, voor die ander. Omdat die Waarheid, die Persoon, waarvan je getuigt, van levensbelang is. Door in Hem te geloven heb je het leven. Maar zonder Hem heb je het leven niet. Zo cruciaal is het. Zo allesbeslissend. Dat hebben we toch ook zelf ontdekt en daar hebben we dan ook van te getuigen. Met daden en met woorden. Ook hier in Gouda.
Het bijzondere is dat er vandaag de dag ook meer ruimte voor lijkt te komen. Dat er meer openheid voor het geloof is. Dat er een nieuwe belangstelling is gekomen. De Engelsen spreken zelfs over een ‘quiet revival – een stille opwekking’. Met name ook onder jonge mensen. Die vastgelopen zijn in een wereldbeeld van zelfontplooiing, prestatiedruk, maakbaarheid en onzekerheid over de toekomst. Ze ontdekken de levensveranderende kracht van de genade. Zoals de influencer Widya Soraya, die zich in de New Age-hoek bevond. Ze had haar leven helemaal onder controle, tenminste, dat dacht ze. Ze hield zich bezig met manifesteren en energetische sessies en dacht zo alles te kunnen krijgen. Maar dat veranderde helemaal. Haar grootste ontdekking? ‘Ik was gewend eerst te moeten presteren met het manifesteren. Maar dat was niet nodig bij Jezus. Bij Hem mag ik gewoon ontvangen, zijn, zijn kind zijn.’ Met alle ontspanning en bevrijding die daarbij hoort.’ Ze getuigde er open over op de socials. Zoals dat meer gebeurt, juist ook bij influencers, sporters en andere identificatiefiguren. Laten we er dankbaar voor zijn. Want is ook dit geen uitwerking van Jezus’ belofte en oproep: ‘Jullie zullen mijn getuigen zijn. In Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ Oftewel: dichtbij huis en verder, steeds verder. Dus ook op het wereldwijde web…

Daartoe zijn we gezonden. Om te getuigen. Niet alleen persoonlijk, maar ook als gemeente. Als hele gemeente. Want een gezonde gemeente is een gezonden gemeente. Dat kunnen we niet uitbesteden aan de kerkenraad, of aan het Alpha-team of aan een stel liefhebbers zeg maar. Prachtig dat die er zijn en wat ze doen. Maar heel de gemeente is gezonden. Wij zijn getuige. 

Kun je dat waarmaken? Kunnen wij dat waarmaken? Als we naar onszelf kijken, als we het uit onszelf halen, niet nee. Maar dat hoeft niet. Nogmaals: de kracht ervoor mogen we ontvangen, zegt Jezus. Ontvangen, dat betekent je handen, je lege handen ophouden. Opdat Hij ze vult, naar Zijn belofte, met Zijn kracht. Zouden we dat niet veel vaker moeten doen? Onze lege handen ophouden? U, jij en ik, heel persoonlijk. Maar ook samen als gemeente, als kerk? 

‘Kom Heilige Geest, vernieuw uw kerk, vernieuw mijn leven.’ Amen

zingen Hemelhoog 679 ‘Heer, uw licht en uw liefde schijnen’ 

dankgebed en voorbede 

collectemoment 

zingen                       Psalm 145:2 ‘Ik zal getuigen van uw heerlijk licht’ 

zegen