welkom en mededelingen 

aanvangslied          Psalm 103:1 ‘Zegen, mijn ziel, de grote naam des Heren’  

stil gebed

votum en groet

openingstekst        Omdat u Zijn kinderen bent, heeft God in ons hart de Geest van Zijn Zoon gezonden, die ‘Abba, Vader’ roept.’ (Galaten 4:6)

zingen           Psalm 103:5,7 ‘Zoals een vader liefdevol zijn armen’ 

lezing van het gebod      uit 1 Johannes 4:7-21

zingen           Lied 969:1,3,4 ‘In Christus is noch west noch oost’ 

gebed om de verlichting met de Heilige Geest   

zingen (kinderlied)            Hemelhoog 705 ‘Kinderen van de Vader’ 

kindermoment

Wat voor dag is het vandaag? Vaderdag! Hebben jullie nog iets aan jullie papa gegeven? Wat?
Weet je wat vaders het allerleukst vinden? Als hun kind zelf iets maakt. Zo kreeg ik dit van Myrthe.

Doosje 1

Een doosje in de vorm van een hartje. Met ook nog allemaal hartjes erop getekend. Wat zou ze daarmee willen zeggen, denk je?

Maar dan zijn we er nog niet.

Doosje 2

Nee, in dat doosje zitten allemaal briefjes, waarop ze iets heeft geschreven. Ik zal er een paar voorlezen… Lief hè!
Zeg je dat ook wel eens tegen je vader, hoe blij je met hem bent? Waar je hem dankbaar voor bent?
Hier in de kerk gaat het over God onze Vader. Nou, die kunnen we zeker bedanken? Toch? Waar kunnen we God voor danken? Onze vaders hier kunnen ons nog wel eens teleurstellen. Die doen het niet altijd goed. Maar God is de allerbeste Vader, zijn liefde is ijzersterk.
Dat wilde ik jullie zeggen. Een fijne Vaderdag en een goede kindernevendienst. En tot straks.

schriftlezing                        Romeinen 8:12-19 

zingen           Lied 611:1,2,3 ‘Wij zullen leven, God zij dank’           

tekstlezing   ‘U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te worden – door Hem roepen wij God aan met ‘Abba, Vader’. (Romeinen 8:15) 

verkondiging          Thema: Abba, Vader

Gemeente van Jezus Christus, 

Fascinerend is de ontwikkeling van een kind: de groei, de verandering. Eén van de mooiste dingen daarvan is het praten. In eerste instantie nog dat onverstaanbare gebrabbel. Maar vol geduld blijf je als ouder woordjes voorzeggen, tot op een dag het eerste verstaanbare woord uit de mond van je kind komt. En wat is het mooi als dat ‘mama’ of ‘papa’ is. Dan smelt je toch?!
Nou, dat blijft ook zo, als je kind jaren later – intussen een veel grotere woordenschat hebbend -  , als je thuiskomt na een dag werken, op je afrent: ‘papa!’ Dan ben je toch al die vervelende ervaringen van die dag even helemaal kwijt?!
Ach, die woorden ‘papa’ en ‘mama’ zitten heel diep. Ik ben nooit vergeten hoe ik op tv een grote stoere kerel, die, vastgeklonken aan iemand anders, aan een touw uit een vliegende helikopter werd neergelaten. Tientallen meters bungelden ze boven de grond. Die grote stoere kerel riep: ‘mammie!’ Ik bedoel maar. Dit heeft blijkbaar echt met de diepste gevoelens te maken!

Je zou kunnen zeggen dat de Heilige Geest ons ook ‘papa’ leert zeggen. Onze tekst zegt namelijk dat we de Geest ontvangen hebben om God te kunnen aanroepen met ‘Abba.’ Abba betekent letterlijk ‘papa, lieve vader.’ Eigenlijk is het heel apart dat Paulus in zijn brief aan de christenen in Rome zo’n woord gebruikt. Het is namelijk Aramees en dat spraken die mensen in Rome echt niet. Toch laat Paulus dat Aramese woord onvertaald staan.
Nu is dat niet zomaar een woord, ook niet zomaar één of ander vroom woord. Het is een woord uit de moedertaal van Jezus. Jezus sprak Aramees, zoals alle Joden in Palestina toen. Sterker nog: Jezus zei Abba, juist tegen zijn eigen Vader in de hemel! Dat zeiden Joden toen niet tegen God, wel tegen hun aardse vader van vlees en bloed: Abba – papa, maar niet tegen God, de Allerhoogste, de Eeuwige, geprezen zij zijn naam. Jezus zei dat wel tegen God: Abba. God is dat ook, zijn eigen, enige Vader. En met Hem heeft Jezus zo’n nauwe band. Ze zijn één! Ze zijn zo met elkaar vertrouwd, elkaar zo eigen. Daarom: Abba.

En dat leert de Geest ons dus na te zeggen. Om ook tegen God te zeggen: Abba, papa, lieve Vader. Net als Jezus deed! Ongelooflijk, maar waar! De Geest wil ons dezelfde positie en status als Jezus geven: net zo vertrouwd, net zo eigen, net zo intiem als de relatie van Jezus met Zijn Vader was, zo kan onze band met God zijn, door de Heilige Geest.

Jezus leerde zijn discipelen niet voor niets bidden: ‘Ónze Vader.’ Jezus wilde niet in z’n eentje Zoon zijn. Nee, ‘ónze Vader.’ Samen met ons zoon, kind van God. Om ons daarvan te overtuigen, is ons de Geest gegeven. De Geest ‘van de aanneming tot kinderen’, zoals die aloude Statenvertaling heeft. Dat is mooi vertaald, want dat is het precies. We zijn aangenomen kinderen. Geadopteerd in feite.

We zijn namelijk niet op een natuurlijke wijze kinderen van God. Bij de doop wordt het klip en klaar gezegd dat wij delen in zonde, schuld en oordeel. Wij liggen allemaal van nature als zondaar onder het oordeel van God, dus niet Zijn kind. Maar goddank wordt er bij de doop meer gezegd en uitgedrukt: ‘In Christus Jezus zijn we geheiligd, zijn we in genade áángenomen.’ Aangenomen, geadopteerd. In Christus Jezus. Godzijdank is er Één geweest, die gezegd heeft: ‘Die mensen van U, Vader, die wil Ik niet onder dat oordeel laten liggen. Ik gun ze Uw liefde en zorg, voor eeuwig. Daarom ga Ik in hun plaats dat oordeel dragen, zodat zij door Mij kind van U mogen worden.’ Dat is die adoptie.  
En dat wil de Heilige Geest in ons leven waarmaken. Dat we dat gaan geloven, met hart en ziel.

‘Ja, ik zou dat wel willen geloven, maar ik durf het niet: echt zeggen dat ik een kind van God ben. Dan moeten er toch hele bijzondere dingen met je gebeuren?’ ‘En wat dacht je van mij! Je moest eens weten wat ik heb uitgespookt, wat mijn zwakke plekken zijn, waar ik elke keer weer door struikel. Ik ben het toch niet waard om een kind van God te zijn. Dat ik tegen Hem ‘Abba, Vader zou zeggen.’
Tja, stel je voor dat een geadopteerd kind z’n adoptieouders zou aanspreken met: ‘mijnheer’ en ‘mevrouw.’ Dat zou toch heel pijnlijk voor die ouders zijn en met alle liefde die ze in zich hebben, zouden ze zeggen:  ‘Zeg alsjeblieft ‘papa en mama’ of ‘pa en ma’, want zo is het, zo voelt het ook, zoveel houden we van je. Je bent ons kind. Echt.’
Nou, zo is het heel pijnlijk voor de Heilige Geest als we geen kind van God durven of willen zijn. Alle liefde van God wil Hij in ons hart uitstorten om ons ervan te overtuigen dat Jezus alle barricades heeft weggenomen, dat we door Hem aangenomen kinderen van God zijn, met echt net zo’n positie en status als Gods Zoon, als Jezus: Zijn zoon. Zijn dochter. Zijn kind.

En dat is iets heel anders dan een slaaf. Die staat namelijk in een hele andere verhouding met zijn heer. Die is bang voor zijn heer: ‘Doe ik het wel goed? Zal mijn heer me niet straffen?’
Zo kun je ook met God omgaan: ‘Ben ik wel goed genoeg voor Hem? Zal Hij wel trots op me zijn? Zal Hij me niet afwijzen?’ Maar daarmee doe je God zo’n verdriet, want Hij wil in een hele andere verhouding tot je staan: van liefde en niet van angst. Van vertrouwen en niet van achterdocht. Van vergeving en niet van straf. Van je in de armen sluiten en niet de deur wijzen. Van Abba, lieve Vader en niet van veroordelende Heer. Van kind en geen slaaf.
Weet je, dat is zo bevrijdend, zo heilzaam. Voor jezelf. Omdat je jezelf niet hoeft te bewijzen. Omdat je identiteit, wie je ten diepste bent, niet ligt in wat je presteert of wat anderen van je vinden. Nee, je identiteit ligt in wie je in Jezus door de Heilige Geest bent: een geliefd kind van God.

Dit geldt niet alleen op het persoonlijke vlak, voor onze eigen persoonlijke identiteit, maar dat geldt ook voor het gezamenlijke, voor de gemeente. We zijn er vaak heel goed in om elkaar in te delen: links en rechts, zwaar en licht, woke en conservatief, confessioneel en evangelisch, hardcore kerkgangers en randkerkelijken, enz. enz., waarbij we met die ander, die andere groep, eigenlijk niet zo veel hebben. Maar als we elkaar nu als echt als medegezinsleden zouden zien, als kinderen van God? Dat we naast al die verschillen toch echt het allerbelangrijkste met elkaar delen: geadopteerd door Jezus. En zonder Hem allemaal geen been om op te staan. En in Hem die intieme band met de Vader: Abba, Vader. In Hem broers en zussen van elkaar. Allemaal kinderen van één Vader. Dat schept toch een band! En die band laat je toch niet kapotmaken door welke hokjes en vakjes dan ook, door welke verschillen dan ook?!
Ach, niet voor niets staat het letterlijk in onze tekst ook in het meervoud: ’Jullie hebben de Geest ontvangen om Gods kinderen te worden, door Hem roepen wíj God aan met ‘Abba, Vader’. Dat roepen doen we dus met elkaar. Over een band gesproken! Daar hebben we ook elkaar voor nodig, om dat roepen gestalte te geven.

Ja ‘roepen’. Dat staat er niet voor niets. Roepen is nog iets anders dan zeggen. Dat Griekse woord dat hier staat, kan zelfs ‘schreeuwen’ betekenen. Het is in ieder geval niet zomaar ‘Abba, Vader’ zeggen tegen God. Het is roepen. Dat zien we ook in het Evangelie bij Jezus, in de hof van Gethsemané, vlak voor zijn verschrikkelijke lijden en sterven, als Hij weet dat dit heel dichtbij is en Hij zo opziet tegen die beker die Hij moet leegdrinken, die beker van dat oordeel van God, dat Hij in onze plaats zal ondergaan. Jezus is alleen. Zijn discipelen slapen. Wij kunnen Hem hierin niet volgen en dan roept, kermt Hij: ‘Abba, Vader’.
Als wij straks ‘Abba, Vader’ zingen. Als wij God aanroepen in ons gebed, als lieve Vader, dan mogen we dat nooit vergeten, dat we dat kunnen doen, omdat Jezus dat voor ons geroepen heeft, omdat Jezus voor ons die verschrikkelijke beker gedronken heeft, helemaal leeg, tot op de bodem, het allemaal voor ons volbracht heeft en zo de weg naar de Vader geopend heeft.

Abba, Vader’ roepen is ook aangeven dat je zonder Hem niet kunt, dat je van Hem zo afhankelijk bent, dat je zonder Hem hopeloos verdwaalt, verstrikt raakt in je angsten, dat je zo weer een slaaf wordt van van alles en nog wat. ‘Abba, Vader’, roepen we.
Ja, roepen wíj. Meervoud dus. Dat ‘Abba, Vader’ werd ook gemeenschappelijk geroepen in de kerkdienst toen. Net als een ander Aramees woord: ‘Maranatha – Heer, kom!’ en ‘Halleluja – Loof de Heer!’. Zo riepen de mensen ook ‘Abba, Vader.’ Als uiting van vertrouwen. Als gebed.

Blijkbaar hebben wij dat nodig, om dat te blijven roepen, om het ons te binnen blijven brengen: dat God onze lieve Vader is en wij zijn kinderen. Er is namelijk genoeg dat aan dit vertrouwen kan knagen, dat dit geloof onder druk kan zetten, in ons eigen leven, om ons heen, in deze wereld. Daarom moet dat vertrouwen elke keer weer gevoed worden en het geloof versterkt. Samen.
Kijk, je kunt proberen om die band met de Vader in je eentje te onderhouden, maar dat is verrekte lastig. Voor je het weet, wordt het zo’n dun draadje. Juist in de kerk mag het met al die anderen een stevige kabel worden, als we samen roepen, samen bidden, samen zingen, samen horen van die lieve Vader in de hemel en zijn ongekende liefde en trouw, elkaar aansporen om het van Hem te blijven verwachten. Zo wil de Geest werken.

Juist ook in de kerkdienst, want zeiden ze vroeger al: ‘De kerkdienst is de werkplaats van de Heilige Geest.’ Juist daar – vers 16 – ‘verzekert Hij onze geest dat wij Gods kinderen zijn.’ In de Herziene Statenvertaling staat dat Hij met onze geest getuigt. Samen met onze geest dus. Hij getuigt en onze geest getuigt mee. De Heilige Geest overrulet ons dus niet. Nee, we mogen echt helemaal mee doen, ook met onze vragen, met onze tegenwerpingen. Hij neemt ons niet in de houdgreep. Nee, Hij daagt ons uit. Hij prikkelt ons. Hij wil het ons zelf laten ontdekken, zodat we er zelf van overtuigd raken, er door verzekerd worden. Daarom is forceren naar anderen ook nooit goed. De Geest leert ons anders. Hij heeft een lange adem en is zo fijngevoelig!
 

De Geest getuigt met onze geest. Twee getuigen dus: de Geest en ikzelf. Twee getuigen zijn belangrijk: dan is het rechtsgeldig, dan is het waar. Door Hem en voor mij wordt het waar. De Geest getuigt met onze geest. Maar let op: Hij staat wel voorop. De Geest is de eerste en Hij blijft telkens de eerste. Gelukkig wel. Als wij gaan twijfelen, als er van alles tussen God en ons inschuift, zodat we het zicht op Hem kwijtraken, dan is die Geest er weer met die stille stem in het hart, met dat getuigenis, met die verzekering. Door de Bijbel, door die preek, door dat lied, door dat gebed. Zo getuigt Hij met onze geest dat wij kinderen van God zijn. Dat is communicatie van Hogerhand. Zoals een gedicht zegt: 

COMMUNICATIE 

Hoor: door het zwijgen breekt
een stem en spreekt
tot doof gebleven oren
van liefde
en
hoe ongehoord
hoe wonderlijk
wij horen.

Hoor: door het zwijgen breekt
een stamelen – daar spreekt
uit stom gebleven monden
verwondering
een liefdewoord
het antwoord dat
wij God verstonden.

Amen 

zingen           Hemelhoog 627:1,2 ‘Abba, Vader’

dankgebed en voorbeden         afgesloten met à capella gezongen Onze Vader (Hemelhoog 547)

collectemoment 

zingen           Lied 425 ’Vervuld van uw zegen’

zegen