welkom en mededelingen
aanvangslied Psalm 66:5 ‘Ik kom met gaven in mijn handen’
stil gebed
votum en groet
openingstekst ‘Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.’ (1 Petrus 4:10)
zingen Lied 216 ‘Dit is een morgen als ooit de eerste’
lezing van het gebod uit Markus 12:28-34
zingen Hemelhoog 602:1 ‘Liefde was het’
gebed om de verlichting met de Heilige Geest
kindermoment
Als ik dit gebaar maak, wat bedoel ik dan? Wanneer in de kerkdienst maak ik dit gebaar? (zegenend gebaar).
Bij de zegen. Wanneer is die? En dan zingen we drie keer ‘amen’.
Het klinkt misschien als een soort fluitsignaal bij het voetbal: wedstrijd is voorbij. Lekker naar de limonade en de spekjes, of naar huis…
Toch is het meer, veel meer. Wat wil die zegen eigenlijk zeggen? Nou, eigenlijk legt de Here God zijn hand op ons hoofd. Daarom houdt die dominee zijn handen zo… God legt zijn hand op ons hoofd en zegt: Ik ga met je mee. Ik ben bij je. Mijn handen zijn op je en om je heen.
Ik weet dat er mensen in de kerk zijn die bij de zegen hun handen zó houden (open handen). Daarmee zeggen ze: ik wil die zegen ontvangen. En weer doorgeven. Wat ik vandaag van God in de dienst heb ontvangen, houd ik niet voor mezelf, maar geef ik door aan anderen.
Jullie horen vandaag over Abraham. Ook hij wordt door God gezegend om tot een zegen te zijn, om die zegen door te geven, aan zijn kinderen, aan anderen, aan iedereen om hem en na hem.
Het leek mij mooi om daarover te gaan zingen. En daarbij jullie de zegen mee te zingen. Je mag je handen dan open houden. Doe ik dat ook. Ik houd mijn vingers namelijk altijd open als ik zegen. Weet je waarom? Om daarmee aan te geven dat het niet mijn zegen is, maar Gods zegen, die door mijn vingers door, naar anderen, naar jullie toegaat.
Daarna mogen jullie naar de kindernevendienst gaan.
zingen (kinderlied) Hemelhoog 61:1 ‘De Here zegent jou’
schriftlezing Matteüs 25:14-30
zingen Lied 360:1,3,4 ‘Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer’
verkondiging Thema: Talentrijk
Gemeente van Jezus Christus,
Toen we met de commissie Vorming en Toerusting nadachten over deze zondag, met die talentenmarkt, zei ik: ‘O, daar weet ik wel een mooi bijbelgedeelte bij: de Gelijkenis van de Talenten! Dat is toch hét bijbelgedeelte over woekeren met je talenten? Dát doen die twee dienaren toch: woekeren met hun talenten, in tegenstelling tot die derde, die slechte, luie dienaar?’
De afgelopen week ontdekte ik echter dat die bekende gelijkenis toch over iets anders gaat dan zelfontplooiing. Dat het eigenlijk veel dieper en verrassender is.
Kijk, die term ‘talent’ voor een bekwaamheid van ons is zeker op deze gelijkenis gestoeld, maar in de tijd van het Nieuwe Testament was een talent toch echt iets anders: namelijk een gewichtseenheid en later een munteenheid. Als het over gewicht gaat ongeveer 30 kilo en als het over geld gaat, dan was een talent de grootste eenheid: 1 talent was 6000 denari waard. En één denari was het dagloon van een arbeider toen. Dus 1 talent was het loon voor 6000 dagen, oftewel 18 jaar.
Je voelt intussen wel aan dat vijf, drie en één talent voor enorme bedragen staan. De Bijbel in Gewone Taal vertaalt dan ook met een miljoen, een half miljoen en honderdduizend. Duidelijk geen kattenpis.
Het is dus een godsvermogen dat die heer in beheer van zijn dienaren geeft. Ja, die Heer staat voor niemand minder dan Gods Zoon, Jezus Christus, die is weggegaan naar de hemel, om uiteindelijk ook weer terug te komen in heerlijkheid. Tussen zijn vertrek en terugkomst heeft Hij zijn vermogen, zijn bezit, in handen van zijn dienaren gelegd.
Snap je, het gaat hier dus om veel meer dan alleen onze eigen persoonlijke talenten. Het gaat om het hele bezit van de Heer, dus om de hele werkelijkheid, - want alles is van Hem - en Hij legt dat in onze handen. Om dat te beheren, om ervoor te zorgen, om ermee aan de slag te gaan.
Hier word je toch stil van, dat de Heer dat doet! Dat Hij blijkbaar zo’n vertrouwen in zijn dienaren heeft. Wow! Maar tegelijk ook: wat een verantwoordelijkheid!
Maar tegelijk geeft die heer niet aan al z’n dienaren evenveel. Ze krijgen niet allemaal 2,5 talent bijvoorbeeld. Nee, de één vijf, de ander twee en de derde één talent. Is dat niet oneerlijk? Onrechtvaardig?
Maar let op, wat erbij gezegd wordt: ‘Ieder ontving naar wat hij aankon.’ Als je dan bedenkt dat een talent ook een gewichtseenheid is, van zo’n 30 kilo dus, dan houdt dat dus in dat die eerste dienaar 150 kilo moest sjouwen. Nou, iedereen die wel eens de sportschool bezoekt, weet dat je dat niet zomaar lift… Daar moet je wel een krachtpatser voor zijn. En twee talent is ook nog steeds 60 kilo. Iets minder dan je lichaamsgewicht, – oké, bij mij een stuk minder - maar toch: nog best een hele kluif. En 30 kilo is dan voor degene die minder power heeft, die gewoon minder aankan. En die zijn er ook. En die mogen er ook helemaal zijn.
En of je nu een krachtpatser bent, of een beetje tussenin, of juist je grenzen extra goed in de gaten moet houden: niemand wordt overgeslagen in dat beheer van de Heer, in de uitdeling van de talenten. Hij vertrouwt z’n vermogen aan ons allemaal toe, al naar gelang de draagkracht, wat iemand aankan.
Dit is tekenend voor onze Heer. Hij overvraagt ons niet. In het Engels gezegd: ‘No servant is given more than he can handle – geen dienaar wordt meer gegeven dan hij aankan.’ God vraagt echt niet om op onze tenen te lopen. Dat moeten we dan in Zijn gemeente ook niet doen: mensen overvragen, ze iets laten doen wat echt niet bij hen past. Iemand die één talent aankan, moet je er geen vijf op z’n schouders leggen. Dat is vragen om ongelukken.
Die differentiatie in talenten betekent ook dat we ons niet met anderen moeten vergelijken: ‘Tjonge, wat die allemaal niet doet en kan, daar steek ik maar magertjes bij af…’ Maar jij hoeft niet als die ander te worden…
Ik hoorde van de week een preek van Otto de Bruijne, die vertelde over Vincent van Gogh. Die was aanvankelijk hulpprediker, evangelist. Hij wilde dominee worden, in de voetsporen van zijn vader… Maar het ging eigenlijk niet. Vincent werd er doodongelukkig van. Schilderen ging hem veel beter af. Daar kon hij zijn talent echt in kwijt. Of zoals Otto de Bruijne zei: ‘God zal Vincent van Gogh in de hemel niet vragen: “Ben je dominee geworden?” Nee: “Ben je Vincent geworden?” Dat is je talent: om te zijn wie je bent, om te lopen in de schoenen die je passen, niet de schoenen van een ander…’ En we weten hoe Van Gogh juist in zijn schilderen de veelkleurige schoonheid van Gods schepping heeft verbeeld en Diens mensenkinderen zonder opsmuk, rauw en reëel op het doek zette. Dat was zijn talent. Daarmee diende hij en eerde hij God, met al z’n beperkingen en worstelingen.
En zo is dat voor ieder van ons. Het gaat er niet om, om te scoren, om allemaal een vijf-talenter te zijn, om in iemand anders schoenen te gaan lopen. Nee, de vraag zal uiteindelijk zijn: Ben je die unieke mens geworden, zoals de Here God je heeft geschapen en bedoeld. Dus: ben je Marco geworden? En Sylvia? En Cristian? En … ? Enz. enz.
Dus de Heer overvraagt ons niet, Hij schenkt aan een ieder wat hij of zij aankan. Het gaat erom dat we ermee aan de slag gaan. Maar hoe dan?
Dat is nog zoiets opvallends aan die gelijkenis. De Heer gaat weg, geeft zijn vermogen in beheer aan zijn dienaren, maar geeft er geen specifieke opdracht bij. Laat staan een dagelijkse to-do-list. Nee, de heer vertrouwt erop dat ze dat zelf kunnen bedenken, omdat ze Hem kennen. Dat ze in zijn geest ermee aan de slag gaan. Het wordt hun dus echt toevertrouwd. Daar zit niet voor niets het woord ‘vertrouw’ in, van vertrouwen dus. De Heer heeft vertrouwen in dat vermogen én in zijn dienaren.
Ik vind dat ook weer zo mooi. Dat de Heer ons die vrijheid schenkt, en die verantwoordelijkheid. Als kind van God ben je geen geprogrammeerde robot, of een slaaf, die angstvallig kijkt of-ie het wel goed doet, of een bange wezel, die bang is dat-ie uit de toon valt, die vooral bezig is met wat anderen van hem of haar vinden. Nee, als je de Heer kent als je Vader – ‘Abba, lieve Vader, hoorden we vorige week nog - dan is angst niet de grondtoon, maar vertrouwen, dan mag je, dan kun je in zijn Geest handelen, dan mag je dat toevertrouwde talent zó beheren.
Twee dienaren gaan meteen aan de slag. Ze gaan met dat toevertrouwde talent handelen (of het nu vijf of twee talent is). En het wordt verdubbeld. Er zit duidelijk groeikracht, potentieel in dat talent. Nu zouden we zeggen: het is een sterk merk. Maar ja, het draagt dan ook het trademark van de Heer der heren. Die dienaren ontdekken het tot hun vreugde.
Die derde dienaar niet. Hij doet ook iets heel anders met zijn talent. Hij begraaft het.
Dan komt de heer terug – ja, ‘na lange tijd’, staat er; ook ten tijde van Matteüs ervaarden ze het al dat Jezus niet heel snel teruggekomen is – maar als Hij terugkomt (en dat zal gebeuren), dan vraagt Hij rekenschap: ‘Wat hebben jullie gedaan met mijn vermogen, met die gaven, die Ik jullie gegeven heb?’
De eerste twee dienaren worden geprezen als ze hun verdubbelde talent aan hun Heer geven. Mooi, dat ze ook de winst die ze gemaakt hebben, niet in eigen zak hebben gestoken, maar aan hun Heer geven, teruggeven, want ze hebben het door en voor Hem gedaan. Geweldig, als je zo leeft!
Maar de Heer prijst hen niet vanwege de 100% winst, vanwege het behaalde succes. Nee, Hij prijst hen omdat ze, - in zijn woorden - een goede en betrouwbare dienaar zijn geweest. Het gaat dus niet zozeer om het resultaat, maar om wat voor een dienaar ze waren. Ze zijn goed geweest, ze hebben goed gedaan. Ze waren trouw en betrouwbaar.
Dat zijn precies twee eigenschappen die ook hun Heer kenmerken. De Heer is de Algoede, een bron van goedheid. En ‘Groot is uw trouw, o Heer’, zingen we niet voor niets, graag en uit volle borst. Onze Heer is goed en trouw, zonder enige smet. Die dienaren hebben dus echt in zijn Geest gehandeld, ze hebben zijn karaktertrekken weerspiegeld. En daarom mogen ze ingaan in het feest.
Het bijzondere is dat de Heer dan tegen hen zegt: ‘Je was betrouwbaar in het beheer van een klein bedrag, nu zal ik je aanstellen over veel meer.’ Nou, zo klein was dat bedrag toch helemaal niet? Het was miljoenen waard! Maar vergeleken bij wat ze nu ontvangen, het feest waar ze nu deel aan krijgen, was het toch maar klein. Moet je nagaan. Dat zegt dus wel iets, dat zegt alles, over wat ze ontvangen. Ja, gemeente: vergeet het alsjeblieft nooit: het beste komt nog. Echt!
Dan die derde dienaar. Hij legt uit waarom hij het talent juist begraven had. Op zich was dat niet verkeerd. In die tijd werd een schat vaker in de grond gestopt. Om het zo veilig te stellen tegen diefstal. Begraven onder de grond. In een andere gelijkenis van Jezus gaat het niet voor niets over een schat in de akker…
Maar ook als is de handelwijze van die derde dienaar correct, ze was niet productief. Maar het allerergste is zijn verklaring ervoor: ‘Heer, ik wist van U dat U streng bent (..) uit angst besloot ik uw talent te begraven.’
Dus zijn beeld van zijn Heer bepaalt z’n handelwijze. Een vertekend beeld, een karikatuur. Zoals je dat helaas vandaag de dag nog steeds tegenkomt: God als een boeman, als een strenge Heer die volstrekt willekeurig handelt.
Let op: die dienaar heeft het ook over ‘dat talent van U.’ Hij heeft het zich dus nooit eigen gemaakt. Van die andere knechten wordt juist gezegd dat ze het talent hadden ontvangen. Het was van hen geworden, ze hadden er een band mee gekregen, juist vanwege hun band, hun relatie, met de Gever ervan.
De beslissende vraag is dus: hoe is jouw band met de Heer? Is die er ook één van vertrouwen, van liefde, van dankbaarheid en vreugde? Dat bepaalt je handelwijze, dat bepaalt of je wel of niet graag met dat talent aan de slag gaat!
Maar als je band met de Heer vooral gekleurd wordt door angst, door een vertekend beeld van Hem, – zie je Hem als een boeman - dan verlamt dat.
Ik las ergens: ‘Je kunt piano spelen met de bedoeling geen fouten te maken, maar is dat muziek?’
In dat talent – het is immers het vermogen van de Heer – zit ook de kracht van de vergeving, de kostbare genade om weer opnieuw te mogen beginnen, de moed dus om risico’s te nemen en ook fouten durven te maken, daarvan weer te leren. Dat geeft zoveel vreugde. Dan mag je hier al een beetje van die totale vreugde proeven, die ons straks wacht in het eeuwige feest van de Heer.
Die vreugde hoort ook bij de Heer en niet de verlammende angst.
Het slot van de gelijkenis is streng, lijkt spijkerhard, als die derde knecht ook dat ene talent wordt ontnomen, en hij in de buitenste duisternis wordt gegooid, met gejammer en tandengeknars. Maar wees eerlijk: eigenlijk was die man al aan tandenknarsen over z’n heer. En als je dat blijft doen, dan word je in je eigen duisternis opgesloten. Dat is niet Gods hardvochtigheid, maar dat is je eigen verharding. Zoals Henri Nouwen ooit zei: ‘God kiest niet voor de hel, dat doen wij.’
De Heer wil het dus anders. Het kan ook anders. Niet in angst, maar in vertrouwen en liefde. Kijk eens, wat een geweldige schat de Heer ons heeft toevertrouwd, waarmee we aan de slag mogen. In de kerk. En daarbuiten. En weet je wat nou zo mooi is? Als je dat gaat doen, dan kan dat talent verdubbelen. Die groeikracht heeft het. Die mogelijkheid kent het. Dat als je je talent deelt, dat het vermenigvuldigt. Probeer het maar. Laat je maar inspireren straks op de talentenmarkt…
We hadden een tijdje terug met de mentoren de evaluatie van de catechisatie. Over bijzondere momenten die er in de groepjes geweest waren, waarin catechisanten zo eerlijk waren geweest, waarin ze gebedspunten aandroegen, die zo ontroerend waren, waarop ze zelf baden. De mentoren waren er nog van onder de indruk: hoe de aanwezigheid van God merkbaar was. Dan geef je als mentor wat van je tijd en talent in Gods dienst, voor jongeren, en dan krijg je zoveel voor terug.
Of die pastoraal medewerker die vertelde hoe zij iemand bezocht had, en er zelf zo rijk gezegend vandaan kwam. Echt een verdubbeling dus.
Of die jongeren die met elkaar gingen helpen bij een vluchtelingenmaaltijd, en zo geraakt werden door de dankbaarheid van de gasten en de openheid waarmee ze het gesprek aangingen.
Ja, lieve gemeente, de Heer heeft ons zo’n vermogen in handen gegeven, naar wat ieder aankan. Ieder is dus talentrijk. In de diepste zin van het woord.
Hij vraagt van ons niet meer dan het te beheren, ermee aan de slag te gaan, dat talent tot zijn eer te gebruiken en tot vreugde van de ander én onszelf.
Daarom:
Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd
tot uw lof en dienst bereid.
Amen
zingen Lied 912:1,2,5,6 ‘Neem mijn leven, laat het, Heer’
dankgebed en voorbeden
collectemoment
zingen Lied 422 ‘Laat de woorden die we hoorden’
zegen