welkom en mededelingen 

lied     Psalm 27:1,7 ‘Mijn licht, mijn heil is Hij, mijn God en Here!’

stil gebed

votum en groet           

aanvangstekst       ‘De HEER zelf gaat voor je uit, Hij zal je bijstaan en geen moment van je zijde wijken. Wees niet bang en laat je door niets ontmoedigen.’ (Deuteronomium 31:8)

zingen           Lied 287:1,2,5 ‘Rond het licht dat leven doet’

lezing van het gebod      uit Hebreeën 10 (19-25) uit de Bijbel in Gewone Taal

zingen  Lied 313:1 ‘Een rijke schat van wijsheid’

gebed om de verlichting met de Heilige Geest

de kinderen gaan naar de kindernevendienst 

schriftlezing 1    Handelingen 20:1-6

zingen           Lied 313:2 ’God opent hart en oren’ 

schriftlezing 2         Efeziërs 6:21-24 (NBV21). Dit gedeelte vormt me name het uitgangspunt voor de verkondiging.

zingen           Lied 313:5 ‘O Gij die wilt ontmoeten’    

verkondiging  thema: ‘bemoediging en zegen’

Gemeente van Jezus Christus,

‘Is dit het??’ ‘Kan de dominee hierover een hele preek schrijven??’ ‘Ik kan hier niks mee…’
Aldus een aantal reacties van de jongeren uit onze gemeente die meedachten over ons tekstgedeelte uit Efeze 6. Het zijn hele eerlijke reacties. Zoals jongeren dat kunnen. Ik houd ervan.

Om maar gelijk die ene vraag te beantwoorden: ja, deze dominee kon hierover een hele preek schrijven. En dan moest hij nog schrappen…
Waarom over zo’n ukkig stukje toch een hele preek? Omdat er toch echt meer inzit dan je op het eerste gezicht zou denken. Ik hoop dat we dat vanmorgen met elkaar mogen ontdekken en ervaren.

Het gaat hier echt om het laatste stukje van die Efezebrief. Normaal staan er aan het eind van Paulus’ brieven allerlei persoonlijke groeten aan die en gene, of aanwijzingen voor bepaalde personen. Dat ontbreekt hier allemaal. Dat komt, omdat die Efezebrief zeer waarschijnlijk een rondzendbrief was. Hij was niet alleen bedoeld voor die gemeente daar in Efeze, maar ook voor andere gemeenten in de regio, in Asia om precies te zijn, oftewel klein-Azië (wat nu Turkije is). Dan heeft het niet veel zin om allerlei personen uit Efeze te noemen.

Eén persoon wordt wel genoemd door Paulus. Het is naast zijn eigen naam de enige ándere naam die in die hele Efezebrief wordt genoemd. Het is Tychikus. Paulus noemt hem met groot respect en waardering ‘onze geliefde broeder, die zo trouw de Heer dient.’ Het is één van de medewerkers van Paulus. Nee, Paulus was geen solist, hij had medewerkers bij zijn zendingswerk. In Handelingen 20 kwamen we er een heel aantal van tegen, waaronder dus ook Tychikus: afkomstig uit Asia, waar Efeze de hoofdstad van was. Het zou dus kunnen dat die gemeenteleden in Efeze die Tychikus al kenden.

Hem stuurt Paulus naar hen toe, met die brief bij zich. Tychikus zal deze in de dienst voorlezen. Maar tegelijk zal hij ook meer vertellen over Paulus, om hen zo moed in te spreken. De situatie van Paulus is blijkbaar nu allesbehalve moedgevend voor hen. Hij zit gevangen. Hij heeft deze brief geschreven achter de tralies. Dat heeft die kersverse gelovigen in Efeze bezorgd gemaakt, hen ontmoedigd. Maar Tychikus zal meer over Paulus vertellen, hoe die het maakt, dat hij in de gevangenis niet met z’n handen in het haar zit, zich allesbehalve nutteloos voelt. Nee, hij heeft daar in die cel deze prachtige brief geschreven: over wat het Evangelie van Jezus Christus betekent, wat het is om bij Jezus te horen en wat dat van je vraagt voor het dagelijks leven. Die brief zal Tychikus hen bezorgen en voorlezen. En daarnaast zal hij zelf hen ook moed inspreken, hen bemoedigen.

Tychikus had dat Paulus, als diens medewerker, vaak horen doen op zijn reizen: mensen bemoedigen. In Handelingen 20 komt het, in dat ook niet lange stukje, gelijk al twee keer voor: ‘Paulus riep de leerlingen (in Efeze) bij zich om hun moed in te spreken.’ En in het volgende vers: ‘Op zijn reis door Macedonië bemoedigde hij de gelovigen op velerlei wijzen.’ En je komt het met regelmaat in dat boek Handelingen tegen, dat Paulus gemeenten, kersverse gelovigen, opzoekt om hen te bemoedigen. Modern gezegd: ‘dat bemoedigen hoorde echt bij Paulus’ corebusiness.’

De jongeren die meedachten vonden dat bemoedigen maar een lastig woord. Ook geen alledaags woord en helemaal niet passend bij deze tijd, waarin mensen vooral bezig zijn met zichzelf en elkaar bemoedigen geen dagelijks terugkerend iets is.

Misschien moeten we nog eens beter naar dat woord kijken dat in de Bijbel oorspronkelijk voor ‘bemoedigen’ gebruikt wordt. Dat is het Griekse woord ‘parakaleo’. Letterlijk betekent het ‘erbij roepen’. Waarbij? Bij Jezus, bij het Evangelie, bij Gods beloften, bij zijn goede wil voor ons allemaal. ‘Parakaleo’ is daarom ook vertroosten, versterken en opbouwen. Heel positief dus.

Kijk, die Tychikus ging die gelovigen in Efeze en elders bemoedigen door hen te vertellen dat Paulus weliswaar in de gevangenis zat, maar dat hij juist daar dichtbij Jezus was en vanuit die cel brieven schreef aan christenen overal, om hun het Evangelie uit de doeken te doen, om te focussen op waar het echt op aankomt. En Paulus ging die jonge gemeenten, waar ze van alles meemaakten, bemoedigen door hen duidelijk te maken dat we inderdaad te maken kunnen krijgen met tegenslagen, tegenwerking, beproevingen – dat die kant ook bij geloven hoort – maar dat dat juist laat zien hoe waardevol dat geloof dus is, dat het namelijk wel ergens om gaat, anders zou het ook niet zoveel oproepen, en dat door die beproevingen heen je geloof sterker kan worden, beter gezegd: dat je daardoor alleen maar meer afhankelijk van God wordt, en dat je zo leert om steeds meer te wortelen in Jezus, in wat Hij voor jou gedaan heeft, wie je in Hem mag zijn, en dat het leven met God het mooiste is wat je kunt overkomen.

Zouden wij dat inderdaad ook niet wat vaker moeten doen: elkaar bemoedigen? Dat gebeurt ook hoor. Bijvoorbeeld door het sturen van een kaartje. Als ik bij mensen thuis kom en daar op de kast vele kaarten zie staan, dan staan ze daar niet voor niets. Ze zijn niet gelijk bij het oud papier gegooid. Het zijn geen kranten of folders. Nee, er staan bemoedigende woorden op, bijbelteksten, liederen. Heel bemoedigend, vertroostend, versterkend, opbouwend. Dat kan natuurlijk ook met een appje, een mailtje, een telefoontje, een hand op iemands schouder, een hug, een gesprek. Dat kan zo goed doen, echt.

Ik had het zelf vorig jaar. Ik zat er flink doorheen. Rond de gezondheid van Mirjam, mijn vader die overleed, de strubbelingen in de gemeente, mensen die verdwenen. Ik dacht: wat kan ik hier eigenlijk nog betekenen? Een collega die ik al heel lang ken, niet van hier, hij luisterde naar me en bemoedigde me. Ook hij had zulke perioden meegemaakt. Hij wees me op Gods trouw, op blijvende zegeningen en dat het belangrijk is om vol te houden.
Je moest eens weten hoe goed zo’n bemoediging kan doen. Juist als geestelijk medicijn tegen zoveel negativiteit die er ook kan zijn, het kwaad spreken over elkaar, of iemand juist ontwijken en links laten liggen. Bemoedigen is zo heilzaam.

Tegelijk merk je bij Paulus ook dat het alles te maken heeft met nieuwe en jonge gelovigen versterken en opbouwen. Dat zie je in Handelingen. Daarvoor schreef hij zijn brieven. En dat komt dus ter sprake in een dienst waarin kinderen afscheid nemen van de kindernevendienst en de overstap maken naar de gewone kerkdienst. Ja, tieners en jongeren kunnen wel aanmoediging gebruiken, gemeente. Om vol te houden. Om hen te helpen groeien in geloof, dat standhoudt ook als ze volwassen worden. Hoe kunnen we hen daarin helpen? Thuis, in de kerk, in onze ontmoetingen met hen?
Dat geldt ook voor jonge gelovigen in figuurlijke zin. Die later tot geloof komen. Vaak hebben ze weinig steun bij het thuisfront of in hun eigen netwerken. Dan zijn ondersteunende en opbouwende ontmoetingen met mensen die langer geloven – met u en jou misschien wel – zo belangrijk en nodig. Zullen we er oog voor hebben?

Over bemoediging gesproken… Dat zijn die slotwoorden van de brief zeker ook. Het is de zegengroet. ‘Vrede zij met de broeders en zusters, en liefde en geloof, van God, de Vader, en van de Heer Jezus Christus.’
Die zegengroet begint niet voor niets met ‘Vrede’. Zo was eens ook de opgestane Jezus zelf aan zijn leerlingen verschenen op die allereerste Paasdag: ‘Vrede zij u’.
Vrede is ook één van de kernwoorden van de Efezebrief. Vrede met God, vrede met elkaar, door Christus die onze vrede is. Hij heeft de barrières geslecht tussen ons en God, tussen mensen onderling. En in die vrede mogen we leven, zelf vredestichters zijn. Hoe mooi is dat: vrede met God, vrede met elkaar, vrede met jezelf!

Die zegengroet kent ook liefde en geloof. Ja, ook dat zijn kernwoorden uit deze brief, de kern in de omgang met God de Vader en de Here Jezus. Liefde tot God en tot elkaar. Nee, die zijn niet los verkrijgbaar, die horen bij elkaar als de beide balken van het ene kruis: verticaal en horizontaal. De liefde tot God en tot de ander. Die liefde zal er zijn waar het geloof werkzaam is. Zoals Paulus in een andere brief schrijft: ‘alleen het geloof telt, dat zich uit in liefde.’ Ja, de liefde is de vrucht van het geloof, van de verbondenheid met Jezus. Maar geloof zonder liefde is leeg, is als een steel zonder bloem. Dat lijkt nergens naar.

Nou, die vrede, dat geloof, die liefde, zijn dus geschenken van God. Die we met open handen mogen ontvangen. Zou het daarom zijn dat ik mensen, bij de zegen aan het eind van de dienst, hun handen zo zie houden? Omdat ze zo aangeven: ‘Die zegen van God, met vrede, geloof en liefde, kan ik alleen maar ontvangen, en zo weer doorgeven.

Het slotvers, vers 24, is in feite ook een zegengroet: ‘Genade zij met allen die onze Heer Jezus Christus liefhebben, in onvergankelijkheid.’ Is dat niet een beetje dubbelop, na die zegengroet in vers 23, nog eentje in vers 24?
Ik las een mooie verklaring hiervoor. We moeten dat allerlaatste vers beschouwen als Paulus’ eigen geschreven onderschrift. Het was in die tijd gewoonte dat een brief werd geschreven door een secretaris, waarna de bedenker van de brief deze aan het eind nog voorzag van een eigenhandig geschreven onderschrift: een soort handtekening zeg maar en een persoonlijke noot.
En wat kun je dan als allerlaatste je lezers beter toewensen dan genade?! Genade, daar zit toch alles in: alles wat God ons schenkt, onverdiend, wie we door de Here Jezus mogen zijn en de kracht die we nodig hebben om te leven, om te strijden, om vol te houden.

De jongeren reageerden ook op die zegengroet, met opnieuw eerlijke opmerkingen en goede vragen: ‘Iemand de zegen meegeven? Nee, dat doe ik eigenlijk niet.’ ‘Mag ik eigenlijk wel iemand zegenen, dat mag toch alleen een dominee? Of niet?’ ‘En wat zeg je er eigenlijk mee?’

Nou, als je bedenkt wat zegenen in de bijbelse grondtaal letterlijk betekent – namelijk: goede woorden zeggen – dan denk ik dat iedereen kan en mag zegenen. Oftewel goede woorden tot iemand uitspreken. En wie valt daar buiten? Paulus schrijft ergens anders: ‘Zegen uw vervolgers, zegen hen, vervloek hen niet.’ Dat geldt echt niet alleen voor dominees hoor. Dat geldt voor iedereen.
Ja, dus ook m.b.t. je vervolgers… Hoe ga je om met mensen die wat tegen je hebben, die je irriteren, die je zelfs bestrijden als het over het geloof gaat? Zegen hen, zegt de Bijbel. Blijf goede woorden over hen uitspreken, blijf ze het goede toewensen.

Weet je van wie ik dat ook geleerd heb? Van de Benedictijner monniken… Hun naam is afgeleid van het Latijnse woord ‘benedicere’, dat betekent: ‘zegenen, goede woorden spreken.’ Zo staan die Benedictijnen in het leven: kan ik met alles wat ik doe en zeg en denk het goede dienen? Aanbid ik daarmee God? Ja, ook hoe ik de tuin doe, het eten klaarmaak, mijn werk doe en de telefoon opneem.
Ja, wat dat laatste betreft: je telefoon gaat. En je ziet in je schermpje wie er belt. Zucht. Daar heb je eigenlijk helemaal geen zin in. Weet je wat dan helpt, volgens die Benedictijnen? Door, voordat je opneemt, die ander te zegenen, in Gods naam. Hem of haar vrede toe te wensen, liefde, genade; als je dat oprecht doet, zul je vervolgens anders met diegene bellen. Probeer maar…

Iedereen kan en mag dus zegenen. Op deze wijze. Maar hen ook zegenen in Gods naam. Ik weet van ouders die dat doen bij het naar bed brengen van hun kinderen, of als ze gaan logeren of een reis gaan maken. Daar zijn ook prachtige reiszegens voor bijvoorbeeld. Waarmee je uitspreekt en je als gezegende voelt in die hand op je hoofd dat God bij je is, dat Hij voor je is, achter je, onder en boven je, zelfs in je, door zijn heilige Geest.

Eigenlijk komt het allemaal samen in de zegen aan het eind van elke kerkdienst.
Albert Schweitzer, de grote zendeling en arts, vertelde eens dat hij als kind elke zondag met zijn moeder naar het dorpskerkje in Ansbach in de Elzas ging. Zijn vader was daar dominee. Hij vertelde eerlijk dat hij uit die tijd geen enkele preek onthouden had, wel het kerkje, het orgel niet te vergeten (Schweitzer was ook een uitmuntend organist) én de zegen aan het eind van de dienst! Die zegen van elke zondag, zo zei hij, was de achtergrond van zijn leven geworden. Nu wil ik daarmee niet zeggen dat je elke preek maar snel vergeten moet. Wat ik wel wil zeggen is hoe belangrijk de zegen blijkbaar is. Zeker als je beseft hoe Schweitzers leven is geweest: zich helemaal gevend voor Christus en de medemens in nood. De achtergrond daarvan lag voor hem dus in de zegen van God.

Zou het niet geweldig zijn als ook wij zo die zegen zien of gaan ontdekken? Jezus zelf die ons omarmt met zijn genade. God die ons zijn liefde betuigt. De Geest die ons Zijn kracht en nabijheid schenkt. Handen vol geloof en liefde, genade en vrede. De achtergrond van heel ons leven. Die zegen ontvang je toch met open handen én geef je weer door? Amen

zingen (met combo)         Opwekking 798 ‘Wij zijn het volk van God (houd vol)’

overstapmoment van oudste kinderen van de kindernevendienst


Dit gebeurde bij het doopvont. De tieners staken hun rechterhand in het gevulde doopvont, als herinnering aan hun eigen doop en als bemoediging dat de Here God met hen meegaat in deze nieuwe fase van hun leven.
Elena Graafland kreeg daarbij Psalm 103: 17 ‘Maar de Here is trouw voor wie hem vrezen, van eeuwigheid tot eeuwigheid als tekst mee en Jasmijn Verkerk Johannes 16:33 ‘Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen.’

zingen (met combo) Hemelhoog 473 ‘Gebed om zegen’

gedenken overleden gemeentelid

dankgebed en voorbeden

collectemoment

slotlied          Psalm (dienst mee begonnen) 27:7

zegen